Bondige bespreking


Zijn minimale interventies doeltreffend om chronisch gebruik van benzodiazepines te reduceren in de eerste lijn?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



28 06 2012

Duiding van
Mugunthan K, McGuire T, Glasziou P. Minimal interventions to decrease long-term use of benzodiazepines in primary care: a systematic review and meta-analysis. Br J Gen Pract 2011;61:e573-8.


Besluit
Deze systematische review met meta-analyse toont aan dat een minimale interventie en in het bijzonder een stopbrief het gebruik van benzodiazepines kan reduceren in vergelijking met gebruikelijke zorg bij patiƫnten die chronisch benzodiazepines gebruiken.



 

Volgens de Belgische gezondheidsenquête zou één op twee benzodiazepinegebruikers dagelijks een benzodiazepine gebruiken (1). Uit de verkoopcijfers van 2008 zou blijken dat het gebruik is toegenomen tot 13% van de algemene bevolking (2). In een internationale longitudinale studie is aangetoond dat zowel in Zweden als in Nederland (met een verschillend gezondheidszorgsysteem) twee op drie van de initiële gebruikers na één jaar en één op drie na acht jaar nog steeds benzodiazepines innemen (3).

Gebruik van benzodiazepines gaat gepaard met heel wat ongewenste effecten zoals 'hang-over', valneiging en cognitief verlies. Bovendien treedt er na twee weken reeds gewenning op (4). In dat verband bespraken we een tijdje geleden in Minerva een meta-analyse die aantoonde dat het kortdurende gebruik van hypnotica bij ouderen een statistisch significante winst in hun slaap oplevert, maar dat de klinische relevantie van deze winst twijfelachtig is. Daarom zijn slaapmiddelen ook bij ouderen alleen aangewezen bij acute ernstige slapeloosheid, in lage dosis en voor maximaal één week (5). Daarnaast leidt plots stoppen van chronisch benzodiazepinegebruik tot dervings- of onttrekkingsverschijnselen. Studies hebben inderdaad aangetoond dat een geleidelijke afbouw hier de beste strategie is (6). In een andere systematische review werd tevens aangetoond dat heel wat interventies effectief kunnen zijn om benzodiazepines af te bouwen (7). De meeste interventies vereisten echter deskundig personeel en uitgebreide voorzieningen, waardoor veralgemeend gebruik niet mogelijk was.

In een recente systematische review stelde men daarom de vraag of een minimale interventie m.a.w. een kleine inspanning van de huisarts waarbij vooral een beroep gedaan wordt op de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt, doeltreffend kan zijn bij de afbouw van benzodiazepines (8). Er werden drie studies opgenomen. Na pooling bleek dat minimale interventies (consultatie bij de huisarts + zelfhulpboek; stopbrief al dan niet met viermaandelijkse schriftelijke informatie) na zes maanden beter scoorden dan de gebruikelijke zorg voor de vermindering van het benzodiazepinegebruik (RR 2,1; 95% BI 1,5 tot 2,9; p<0,001; RR 2,4; 95% BI 1,3 tot 4,3; p=0,008). De dosis benzodiazepines was na zes maanden met 20 tot 35% verminderd in de interventiegroep, in vergelijking met 10 tot 15% in de controlegroep. Men berekende ook dat twaalf patiënten de minimale interventie moesten krijgen, opdat na zes maanden één persoon zou stoppen met het benzodiazepinegebruik (NNT=12). Dat is een belangrijk resultaat want uit een recent cohortonderzoek is gebleken dat de meeste patiënten die hun benzodiazepinegebruik stopten na dergelijke minimale interventie, ook na tien jaar geen benzodiazepine meer gebruikten (9). Uit de secundaire uitkomsten van de meta-analyse bleek dat afbouw niet gepaard ging met een achteruitgang in de mentale gezondheid van de patiënt. Er was geen onderling verschil in effect tussen de minimale interventies aantoonbaar. De stopbrief lijkt dan ook de beste kostenbaten verhouding te hebben als minimale interventie voor afbouw van benzodiazepines. De huisarts moet vooraf wel een lijst genereren met patiënten die in aanmerking zouden komen voor afbouw. Als er geen administratieve ondersteuning aanwezig is, kan dat in de dagelijkse praktijk wel een belemmering zijn.

 

Besluit

Deze systematische review en meta-analyse toont aan dat een minimale interventie en in het bijzonder een stopbrief het gebruik van benzodiazepines kan reduceren in vergelijking met gebruikelijke zorg bij patiënten die chronisch benzodiazepines gebruiken.

 

 

Referenties

  1. Van der Heyden J, Gisle L, Demarest S, et al. Gezondheidsenquête, 2008. Rapport I. Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.
  2. IMS Health. Verkoops- en voorschriftgegevens. IMS 2008 (verkregen op verzoek).
  3. van Hulten R, Isacson D, Bakker A, Leufkens GH. Comparing patterns of long-term benzodiazepine use between a Dutch and a Swedish community. Pharmacoepidemiol  Drug Saf 2003;12:49-53.
  4. Declercq T, Rogiers R, Habraken H, et al. Aanpak van slapeloosheid in de eerstelijn. Huisarts Nu 2055;34:346-71.
  5. Habraken H, Declercq T. Sedativa bij bejaarden met insomnia. Minerva 2006; 5(7):114-6.
  6. Denis C, Fatséas M, Lavie E, Auriacombe M. Pharmacological interventions for benzodiazepine mono-dependence management in outpatient settings. Cochrane Database Syst Rev 2006, Issue 3.
  7. Oude Voshaar RC, Couvée JE, van Balkom AJ, et al. Strategies for discontinuing long-term benzodiazepine use: meta-analysis. Br J Psychiatry 2006;189:213-20.
  8. Mugunthan K, McGuire T, Glasziou P. Minimal interventions to decrease long-term use of benzodiazepines in primary care: a systematic review and meta-analysis. Br J Gen Pract 2011;61:e573-8.
  9. de Gier NAH, Gorgels WJ, Lucassen PL, et al. Discontinuation of long-term benzodiazepine use: 10-year follow-up. Fam Pract 2011;28:253-9.
Zijn minimale interventies doeltreffend om chronisch gebruik van benzodiazepines te reduceren in de eerste lijn?

Auteurs

Anthierens S.
eerstelijnssocioloog, Centrum voor Huisartsgeneeskunde, vakgroep ELIZA, Universiteit Antwerpen

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar