Bondige bespreking


Rookstop bij COPD-patiënten: effect van gedragsinterventies


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



15 11 2014

Duiding van
Lou P, Zhu Y, Chen P, et al. Supporting smoking cessation in chronic obstructive pulmonary disease with behavioral intervention: a randomized controlled trial. BMC Fam Pract 2013, 14:91.


Besluit
Deze RCT bij Chinese COPD-patiënten toont het belang aan van gedragsinterventies door een team van huisarts, assistent en verpleegkundige gedurende 2 jaar voor het slagen van rookstop zonder bijkomende medicamenteuze ondersteuning. Gedragsinterventies zouden effectiever kunnen zijn dan medicamenteuze ondersteuning, maar dat is niet onderzocht in deze studie.


Rookstop bij COPD-patiënten: effect van gedragsinterventies

Interventies voor rookstop omvatten vaak een gedrags- en een medicamenteuze component, zoals blijkt uit een meta-analyse van de Cochrane Collaboration (1,2).

Over het effect van medicamenteuze interventies (gecombineerd met gedragsinterventie) gaf Minerva in een bespreking over rookstop met cytisine en varenicline enkele cijfers (3). Na 1 jaar stopt 21,4% van de deelnemers met varenicline en 8% met placebo. Met nicotinevervangers is het gemiddelde stoppercentage 16,9% t.o.v. 8% met placebo, en met bupropion 19% ten opzichte van 10,2% met placebo.

 

In 2010 publiceerde Minerva online een korte bespreking over het nut van een medicamenteuze combinatietherapie versus een monotherapie (4,5). Na 6 maanden was 16,8% van de patiënten gestopt met bupropion, 17,7% met nicotineklevers, 19,9% met nicotinezuigtabletten, 26,9% met de combinatie van nicotineklevers en nicotine zuigtabletten, en 29,9% met de combinatie van bupropion en nicotine zuigtabletten.

 

In 2013 verscheen er een nieuwe RCT over het effect van gedragsinterventies gedurende 2 jaar op rookstop bij 3 562 Chinese plattelandsbewoners met COPD (alle GOLD-stadia) (6). De huisartsen kregen een training in gedragsinterventie en werkten voor deze studie in teamverband met de assistenten en verpleegkundigen (in het totaal 7 centra). De auteurs vergeleken het effect van gedragsinterventies met de gebruikelijke zorg (7 andere centra). Geneesmiddelen voor rookstop waren niet voorzien. In de interventiegroep was er 1 maal per week contact met de patiënten, nadien 1 maal per maand wanneer de patiënt gestopt was met roken. Complete en aanhoudende rookstop van het begin van maand 24 tot het einde van maand 30 was de primaire uitkomstmaat. In de gedragsinterventiegroep behaalde 46,4% van de patiënten dit resultaat tegenover 3,4% in de groep met gebruikelijke zorg (p<0,001). Het aantal patiënten dat volhield tot 36 en 48 maanden was eveneens hoger (resp. 45,8% versus 4,0% en 44,3% versus 5,1 %). Patiënten met rokende familieleden deden het duidelijk minder goed (verschil van 26,5% tussen interventie en controle) dan patiënten zonder rokende familieleden (verschil van 57,3% tussen interventie en controle). Ook tabagisme bij de verantwoordelijke arts of verpleegkundige speelde een rol: verschil tussen interventie en controlegroep van 32,1% als de arts of verpleegkundige roken tegenover een verschil van 44,5% als deze zorgverstrekkers niet rookten. Alle verschillen waren statistisch significant.

Omdat rookstop zo belangrijk is bij COPD-patiënten zijn de resultaten van deze studie zeer treffend. Gedragsinterventies lijken ook beter te werken dan een medicamenteuze aanpak (op basis van indirecte vergelijkingen en verschillende populaties). De haalbaarheid van deze gedragsinterventie binnen het Belgische gezondheidszorgsysteem is nog niet geëvalueerd.

 

Besluit

Deze RCT bij Chinese COPD-patiënten toont het belang aan van gedragsinterventies door een team van huisarts, assistent en verpleegkundige gedurende 2 jaar voor het slagen van rookstop zonder bijkomende medicamenteuze ondersteuning. Gedragsinterventies zouden effectiever kunnen zijn dan medicamenteuze ondersteuning, maar dat is niet onderzocht in deze studie.

 

 

Referenties

  1. Lindson-Hawley N, Aveyard P, Hughes JR. Reduction versus abrupt cessation in smokers who want to quit. Cochrane Database Syst Rev 2012, Issue 11.
  2. Boudrez H. Rookreductie versus abrupte rookstop. Minerva 2013;12(6):71-2.
  3. De Sutter A. Varenicline en cytisine bij rookstop. Minerva 2007;6(7):110-1.
  4. Smith SS, McCarthy DE, Japuntich SJ, et al. Comparative effectiveness of 5 smoking cessation pharmacotherapies in primary care clinics. Arch Intern Med 2009;169:2148-55.
  5. Laekeman G, Chevalier P. Combinatietherapie beter dan monotherapie bij rookstop? Minerva online 24/11/2010.
  6. Lou P, Zhu Y, Chen P, et  al. Supporting smoking cessation in chronic obstructive pulmonary disease with behavioral intervention: a randomized controlled trial. BMC Fam Pract 2013;14:91. http://www.biomedcentral.com/1471-2296/14/91

 

 

 


Auteurs

Chevalier P.
médecin généraliste

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar