Bondige bespreking


Wat is het effect van screeningsmammografie bij vrouwen ouder dan 70 jaar?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



15 07 2015

Duiding van
de Glas NA, de Craen AJ, Bastiaannet E, et al. Effect of implementation of the mass breast cancer screening programme in older women in the Netherlands: population based study. BMJ 2014;349:g5410


Besluit
Deze prospectieve, observationele studie toont aan dat uitbreiding van screeningsmammografie naar vrouwen ouder dan 70 jaar niet leidt tot een daling van het aantal vrouwen met vergevorderde borstkanker. Daarentegen is er vermoedelijk wel een belangrijke toename van overdiagnose.


 

In een RCT leidde screeningsmammografie bij vrouwen tussen 40 en 75 jaar op lange termijn tot een daling van de mortaliteit door borstkanker van 30% (1). Het was echter niet mogelijk om op basis van die resultaten te bepalen welke groep vrouwen het meest winst behaalde met screening (1,2). In een recente update van een systematische review van de Cochrane Collaboration (3) includeerden de auteurs 3 RCT’s met adequate randomisatie die na 13 jaar screening geen significant effect konden aantonen op borstkankersterfte (RR 0,90; 95% BI van 0,79 tot 1,02). Vier RCT’s met suboptimale randomisatie toonden wel een significante reductie aan van borstkankersterfte (RR 0,75; 95% BI van 0,67 tot 0,83), maar dat ging gepaard met veel psychologische stress bij vals-positieve uitkomsten en 10 onnodige ingrepen om één vrouw minder te laten sterven als gevolg van borstkanker (3,4).

In België is vroeger beslist om screeningsmammografie te begrenzen tot de leeftijd van 70 jaar (5). Het debat over de uitbreiding van het bevolkingsonderzoek tot 75 jaar is echter gebleven.

 

Nederlandse auteurs includeerden in een nieuwe prospectieve, observationele studie 25 414 vrouwen tussen 70 en 75 jaar met een diagnose van borstkanker in de periode 1995 tot 2011 (6). Ze onderzochten het effect op de incidentie en de stadiëring van borstkanker voor en na de invoering tussen 1998 en 2001 van screeningsmammografie bij de leeftijdsgroep van 70 tot 75 jaar. De incidentie van borsttumoren in een vroeg stadium (I, II, of ductaal carcinoma in situ) nam sterk toe (248,7 casussen per 100 000 vrouwen voor versus 362,9 casussen per 100 000 vrouwen na de implementatie van screening; incidentieratio 1,46 met 95% BI van 1,40 tot 1,52, p<0,001). De incidentie van borstkanker in verder gevorderde stadia (III en IV) daalde echter nauwelijks (58,6 casussen per 100 000 vrouwen voor versus 51,8 casussen per 100 000 vrouwen na de implementatie van screening; incidentieratio 0,88 met 95% BI van 0,81 tot 0,97, p<0,001). De uitbreiding van het bevolkingsonderzoek tot de leeftijdsgroep 70-75 jaar leidde dus niet tot een sterke daling van de incidentie van gevorderde borstkanker maar wel tot een sterke stijging van de incidentie van borstkanker in een vroeger stadium.

Grote vraag is bij hoeveel van deze vrouwen de tumor klinisch relevant zou zijn geworden. Sommige tumoren zijn immers ‘niet progressief’ en zullen nooit tot ziekte of dood leiden. Ze zijn verantwoordelijk voor ‘overdiagnose’. Het Federaal Kenniscentrum schat de overdiagnose voor Vlaanderen op ongeveer 10 procent (7). Als 1 000 vrouwen worden gescreend gedurende 10 jaar, zullen in de leeftijdsgroep van 50 tot 59 jaar 3 vrouwen te veel behandeld worden (38 behandelingen van borstkanker in de plaats van 35). In de leeftijdsgroep van 60 tot 69 jaar zullen per 1 000 gescreende vrouwen 4 vrouwen te veel behandeld worden (44 behandelingen van borstkanker in de plaats van 40). De resultaten van deze Nederlandse studie doen vermoeden dat de overdiagnose in de groep van 70- tot 75-jarigen nog zal toenemen.

Uitbreiding van de doelgroep voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker tot 74-jarigen wordt door het Federaal Kenniscentrum niet aanbevolen (8). Dit is ook de huidige houding van de Vlaamse werkgroep borstkankerscreening en van Domus Medica. De resultaten van deze nieuwe studie zijn geen aanleiding om deze houding te wijzigen, sterker nog, ze geven eerder argumenten om de huidige situatie te behouden en het bevolkingsonderzoek niet uit te breiden.

 

Besluit

Deze prospectieve, observationele studie toont aan dat uitbreiding van screeningsmammografie naar vrouwen ouder dan 70 jaar niet leidt tot een daling van het aantal vrouwen met vergevorderde borstkanker. Daarentegen is er vermoedelijk wel een belangrijke toename van overdiagnose.

 

 

Referenties 

  1. Tabár L, Vitak B, Chen TH, et al. Swedish two-county trial: impact of mammographic screening on breast cancer mortality during 3 decades. Radiology 2011;260:658-63.
  2. Garmyn B. Effect van screeningsmammografie op lange termijn (29 jaar)? Minerva 2012;11(3);30-1.
  3. Gøtzsche PC, Jørgensen KJ. Screening for breast cancer with mammography. Cochrane Database Syst Rev 2013, Issue 6.
  4. Michiels B. Screening naar borstkanker met mammografie. Minerva online 15/03/2014.
  5. Garmyn B, Govaerts F, Van de Vyver N, et al. Aanbeveling voor goede medische praktijkvoering: Borstkankerscreening. Huisarts Nu 2008;37:2-27.
  6. de Glas NA, de Craen AJ, Bastiaannet E, et al. Effect of implementation of the mass breast cancer screening programme in older women in the Netherlands: population based study. BMJ 2014;349:g5410.
  7. Kohn L, Mambourg F, Robays J, et al. Informed choice on breast cancer screening: messages to support informed decision. Good Clinical Practice (GCP) Brussels: Belgian Health Care Knowledge Centre (KCE), 2014. KCE Reports 216. D/2014/10.273/03.
  8. Mambourg F, Robays J, Gerkens S. Opsporing van borstkanker tussen 70 en 74 jaar. Good Clinical Practice (GCP) Brussel Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE), 2012. Report 176 As D/2012/10.273/21.

 

 


Auteurs

Garmyn B.
Domus Medica Themaverantwoordelijke borstkankerscreening

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar