Bondige bespreking


Depressie bij kinderen en adolescenten: psychotherapie, antidepressiva of beiden?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



15 04 2014

Duiding van
Cox GR, Callahan P, Churchill R, et al. Psychological therapies versus antidepressant medication, alone and in combination for depression in children and adolescents. Cochrane Database Syst Rev 2012, Issue11.


Besluit
Deze meta-analyse brengt niet echt nieuwe elementen aan. Voor de behandeling van depressie bij kinderen en adolescenten is de werkzaamheid van antidepressiva, van psychotherapie of van de associatie van beiden, onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Bij het gebruik van antidepressiva lijkt het risico van zelfmoordgedachten toe te nemen.


 


Tekst onder de verantwoordelijkheid van de Franstalige redactie

 

 

Minerva publiceerde in 2007 een bespreking over de werkzaamheid en de risico’s van antidepressiva bij kinderen en adolescenten met depressie, obsessief compulsief syndroom en andere angststoornissen (1). Dit naar aanleiding van een meta-analyse die verschenen was in de JAMA (2). We besloten toen dat bij kinderen en adolescenten de werkzaamheid van SSRI’s beperkt is voor de behandeling van majeure depressie en obsessief compulsief syndroom en dat voor de behandeling van andere angststoornissen de respons zeer goed is. Deze meta-analyse van RCT’s bevestigde ook het verhoogde risico van suïcidaliteit door het gebruik van SSRI’s voor deze indicaties bij deze populatie.

 

In een nieuwe systematische review van de Cochrane Collaboration onderzochten Cox et al. meer in detail het relatieve nut van antidepressiva en van psychologische behandelingen of van de associatie van beide voor de behandeling van depressie bij kinderen en adolescenten (van 6 tot 18 jaar) (3). De auteurs zochten uitgebreid in de literatuur. Als uitkomstmaten hanteerden ze onder meer remissie (op basis van DSM of ICD), evaluatie van de depressie (door zorgverlener of patiënt) en zelfmoordgedrag. De methodologische kwaliteit van de review is goed en in de 10 geïncludeerde RCT’s (1 235 deelnemers) is het risico van bias over het algemeen gering.

De gerekruteerde patiënten verschilden in ernst van de depressie en in verschillende studies was er spraken van co-morbiditeit (bv. angststoornissen en middelenmisbruik), waardoor het moeilijk is om de resultaten met elkaar te vergelijken.

Voor de meeste uitkomstmaten is er geen significant verschil tussen de verschillende interventies. Er is beperkt bewijs (2 studies met 220 deelnemers) dat antidepressiva effectiever zijn dan psychotherapie op het vlak van remissie beoordeeld door de zorgverlener onmiddellijk na de interventie (remissie bij 67,8% van de patiënten in de antidepressivagroep versus 53,7% in de psychotherapiegroep; OR 0,52 met 95% BI van 0,27 tot 0,98).

Op basis van 3 studies (378 deelnemers) is er een tendens dat de combinatietherapie effectiever is dan alleen antidepressiva op het vlak van remissie onmiddellijk na de interventie (remissie bij 65,9% van de patiënten in de combinatiegroep versus 57,8% in de antidepressivagroep; OR 1,56 met 95% BI van 0,98 tot 2,47). Er is geen bewijs dat de combinatietherapie effectiever is dan psychotherapie alleen.

In 1 studie met 188 deelnemers rapporteerde 5,4% van de patiënten in de psychotherapiegroep onmiddellijk na de interventie significant minder zelfmoordgedachten dan in de antidepressivagroep (18,6%): OR 0,26 met 95% BI van 0,09 tot 0,72. Het verschil bleef aanhouden na 6 tot 9 maanden: 3,9% (antidepressiva) versus 13,6% (psychotherapie (OR 1,27 met 95% van 0,68 tot 2,36). Het effect van de combinatietherapie versus elke interventie afzonderlijk op zelfmoordgedachten was niet duidelijk.

Voor de ongewenste effecten gerelateerd aan zelfmoord konden de auteurs de resultaten niet samenvoegen en geen conclusies formuleren wegens de zeer uiteenlopende rapportering in de studies.

Voor de overige uitkomstmaten zijn er te weinig gegevens beschikbaar en de resultaten hiervan zijn tegenstrijdig. Volgens de auteurs is er op dit ogenblik dus zeer weinig wetenschappelijke onderbouwing voor de werkzaamheid van de verschillende interventies als behandeling van depressie bij kinderen en jongeren.

 

Besluit

Deze meta-analyse brengt niet echt nieuwe elementen aan. Voor de behandeling van depressie bij kinderen en adolescenten is de werkzaamheid van antidepressiva, van psychotherapie of van de associatie van beiden, onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Bij het gebruik van antidepressiva lijkt het risico van zelfmoordgedachten toe te nemen.

 

 

Referenties

  1. Pieters G. Antidepressiva bij kinderen en jongeren. Minerva 2007;6(10):160-1.
  2. Bridge JA, Iyengar S, Salary CB, et al. Clinical response and risk for reported suicidal ideation and suicide attempts in pediatric antidepressant treatment: a meta-analysis of randomized controlled trials. JAMA 2007;297:1683-96.
  3. Cox GR, Callahan P, Churchill R, et al. Psychological therapies versus antidepressant medication, alone and in combination for depression in children and adolescents. Cochrane Database Syst Rev 2012, Issue11.

 

 

Depressie bij kinderen en adolescenten: psychotherapie, antidepressiva of beiden?



Commentaar

Commentaar