Bondige bespreking


Effect van het 7-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin op hospitalisatie voor pneumonie


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



15 05 2014

Duiding van
Griffin MR, Zhu Y, Moore MR, et al. U.S. hospitalizations for pneumonia after a decade of pneumococcal vaccination. N Engl J Med 2013;369:155-63.


Besluit
Uit deze epidemiologische retrospectieve studie met ongekende bias is het gunstige effect van het 7-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin op hospitalisatie voor pneumonie in alle leeftijdsgroepen niet eenduidig af te leiden. Het mogelijke gunstige effect van het 13-valent vaccin moet nog worden afgewacht.


 


Tekst onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandstalige redactie.

 

In eerdere besprekingen van Minerva (1,2) evalueerden we het nut van een veralgemeende pneumokokkenvaccinatie van jonge kinderen. Er werden niet alleen kanttekeningen gemaakt bij de vooropgestelde doeltreffendheid op het voorkomen van invasieve pneumokokkeninfecties bij de kinderen zelf, maar ook bij de gunstige effecten bij niet-gevaccineerden van dezelfde gemeenschap.

Het 7-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin (7-PCV) werd in de VS vanaf 2000 tot en met 2009 aan kinderen jonger dan 5 jaar en in België vanaf 2005 tot en met 2010 aan kinderen jonger dan 2 jaar systematisch toegediend. Vanaf medio 2011 schakelde men in België over op het 13-valent vaccin.

Recent werd een epidemiologische studie gepubliceerd (3) die in de VS het aantal hospitalisaties voor pneumonie tussen 1997 en 1999 (net vóór de introductie van 7-PCV) vergeleek met de periode 2007 tot 2009. De resultaten waren opvallend gunstig voor de jongste (<2 jaar) en de oudste leeftijdsgroep (>85 jaar). De incidentie van hospitalisatie voor pneumonie daalde respectievelijk met 43,2% (95% BI van 34,9 tot 51,6%) en 22,8% (95% BI van 17,3 tot 28,4%). De auteurs dichten dit gunstige effect toe aan het gebruik van het 7-PCV. Maar, we moeten hier toch enkele kanttekeningen bij maken. Ten eerste wordt onvoldoende verantwoord waarom men nu net voor de periode 1997-1999 en de periode 2007-2009 koos. Het volgen van trends is alleen zinvol over langere periodes. Ten tweede gaat het om een retrospectieve analyse van hospitaalgegevens waarbij men vooral de diagnose bij ontslag of overlijden gebruikt. Dat impliceert dat een pneumonie die wordt opgelopen tijdens het verblijf in het ziekenhuis ook wordt meegerekend maar dat men met een pneumonie bij een niet opgenomen patiënt geen rekening houdt. Zo zou het kunnen dat men in de tweede periode minder patiënten met pneumonie naar het hospitaal doorverwees. Er wordt bij dergelijke analyses bovendien niet gekeken naar de onderliggende pathologie of naar de oorzakelijke kiem. Een oudere incidentiestudie (4) toonde aan dat het aandeel van de pneumokok als verwekker van pneumonie al sinds de jaren 1965 gestaag afneemt en in de VS in 1995 niet meer dan 20% bedroeg. Er vanuit gaande dat het vaccin enkel werkt tegen de 7 vaccintypes verwacht je een lagere effectiviteit dan deze 20%. De 43,2% afname bij jonge kinderen is daarom buiten proportie en enkel te verklaren door ongekende bias. We denken hierbij aan factoren zoals de preventie van overdracht van infectie (in het ziekenhuis) en het beter beheren van onderliggende risicofactoren (zoals roken) of de toename van andere preventiemaatregelen zoals influenzavaccinatie en vaccinatie met het 23-valent polysaccharide vaccin bij ouderen. Zoals voorspeld is er in de periode sinds de introductie van het vaccin een verschuiving naar andere niet-vaccin serotypes opgetreden (5). Dat is zeker het geval in België waar er bij jonge kinderen wel een afname van bacteriëmie en otitis media is bekomen, maar niet van pneumokokken pneumonie (6) en waar de peillaboratoria tevens nog geen dalende trend in het aantal positieve hemoculturen hebben opgemerkt (7). Alle hoop is gesteld op het nieuwe 13-valent vaccin. De Hoge gezondheidsraad raadt dit vaccin nu ook aan bij immuungedeprimeerde patiënten en bij ouderen met co-morbiditeit vanaf 50 jaar of bij gezonde ouderen vanaf 65 jaar (8).

 

Besluit

Uit deze epidemiologische retrospectieve studie met ongekende bias is het gunstige effect van het 7-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin op hospitalisatie voor pneumonie in alle leeftijdsgroepen niet eenduidig af te leiden. Het mogelijke gunstige effect van het 13-valent vaccin moet nog worden afgewacht.

 

Referenties

  1. Michiels B. Is pneumokokkenvaccinatie zinvol bij jonge kinderen? Minerva 2005;4(2):19-21.
  2. Michiels B. Pneumokokkenvaccinatie bij kinderen jonger dan twee jaar. Minerva online 26/10/2010.
  3. Griffin MR, Zhu Y, Moore MR, et al. U.S. hospitalizations for pneumonia after a decade of pneumococcal vaccination. N Engl J Med 2013;369:155-63.
  4. Bewick T, Sheppard C, Mundy LM, et al. Community-acquired pneumonia: impact of immune status. Am J Respir Crit Care Med 1995;152(4 Pt 1):1309-15.
  5. Greenwood S, Slack M, Trotter C, et al. Serotype prevalence in adults hospitalised with pneumococcal non-invasive community-acquired pneumonia. Thorax 2012;67:540-5.
  6. Sabbe M, Braeye T, Hue D, et al. Infectieziekten bij kinderen die voorkomen kunnen worden door vaccinatie. Trends en ontwikkelingen in België en de gemeenschappen. 2011 Brussel (WIV-ISP).
  7. Surveillance van Infectieuze Aandoeningen door een Netwerk van Laboratoria voor Microbiologie 2011 + Epidemiologische Trends 1983 - 2010 Streptococcus pneumoniae https://www.wiv-isp.be/epidemio/epinl/plabnl/plabannl/tt_030n.htm
  8. HGR 8817 Vaccinatie van volwassenen tegen pneumokokken (2013). http://www.health.belgium.be/filestore/19086989/vaccinatie%20fiche%20tegen%20pneumokokken%2003072013-%202%20url%20ok.pdf

 

 

Effect van het 7-valent geconjugeerd pneumokokkenvaccin op hospitalisatie voor pneumonie

Auteurs

Michiels B.
Vakgroep Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg, Centrum voor Huisartsgeneeskunde, Universiteit Antwerpen

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar