Bondige bespreking


Fruitconsumptie en risico van type 2-diabetes


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



15 06 2014

Duiding van
Muraki I, Imamura F, Manson JE. Fruit consumption and risk of type 2 diabetes: results from three prospective longitudinal cohort studies. BMJ 2013;347:f5001


Besluit
Deze meta-analyse van observationele onderzoeken toont een zwakke associatie aan tussen een verhoogde consumptie van fruit en een afname van het risico van diabetes. De relatieve risico’s variëren naargelang de fruitsoort. Fruit vervangen door fruitsap heeft geen preventief effect, en verhoogt zelfs het risico van diabetes.


 


Tekst onder de verantwoordelijkheid van de Franstalige redactie

 

 

Type 2-diabetes is een aandoening die sterk gerelateerd is aan levensstijl en aan voeding in het algemeen. We trokken al eerder de aandacht op het belang van educatie van diabetici, vooral op het vlak van voeding (1). Kan voeding, en meer bepaald de consumptie van fruit een preventief effect hebben? Verschillende cohortstudies onderzochten het verband tussen de regelmatige consumptie van fruit en het optreden van type 2-diabetes, maar de resultaten van deze studies waren uiteenlopend (2). Het is mogelijk dat verschillen in de onderzoekspopulatie en in het soort fruit de resultaten beïnvloed hebben. Fruitsoorten hebben een variabele samenstelling van antioxidantia, vezels en andere elementen die de gezondheid kunnen beïnvloeden en de glykemische last en de glykemie-index variëren naargelang de fruitsoort. Daarnaast zijn er factoren die de resultaten kunnen vertekenen zoals voedingsgewoonten in het algemeen, leeftijd en fysieke activiteiten.

Verder onderzoek was dus nodig naar de rol van de afzonderlijke fruitsoorten met correctie voor bepaalde confounders.

 

Muraki et al. publiceerden in 2013 een meta-analyse van 3 cohortstudies bij volwassen gezondheidswerkers in de V.S. (3). Twee van deze studies includeerden alleen vrouwen (4,5) en één alleen mannen (6). De deelnemers kregen om de 4 jaar een vragenlijst toegestuurd met de post waarop ze hun fruitconsumptie registreerden. Via multivariate analyse, een stratificatie per categorie, werd de rol van verschillende confounders onderzocht, namelijk gelijktijdig gebruik van ander fruit, andere voedingsgewoonten en fysieke activiteit. De correlatiecoëfficiënt tussen de antwoorden op de vragenlijst en de werkelijke fruitconsumptie was niet excellent: van 0,2 tot 0,8. Recall bias kan dus niet worden uitgesloten.

In de loop van de studie veranderden de diagnostische criteria van diabetes (criterium voor nuchtere glykemie gewijzigd van 140 mg/dL naar 126 mg/dL).

Fruitconsumptie leidde globaal gezien tot een beperkte, maar significante vermindering van het risico van diabetes: relatief risico van 0,98 (95% BI van 0,96 tot 0,99) voor iedere 3 porties per week. Correctie voor leefstijl, voor gezondheidsscore van het eetpatroon en voor consumptie van fruitsap, veranderde de resultaten niet, behalve voor meloen. Na correctie voor de consumptie van ander fruit, verdween het verband voor aardbeien en werd het terug positief voor meloen. De hazard ratio van type 2-diabetes voor iedere 3 fruitporties per week varieerde van 0,74 (95% BI van 0,68 tot 0,83) voor bosbessen tot 1,1 (95% BI van 1,02 tot 1,18) voor meloen. Vervanging van fruit door fruitsap gaf een HR van 1,08 (95% BI van 1,05 tot 1,11) voor 3 porties per week. De glykemische last en de glykemie-index van het fruit hadden geen duidelijke invloed op de resultaten. De auteurs pasten geen Bonferronicorrectie toe voor meerdere hypothesen.

Deze meta-analyse kan geen oorzakelijk verband aantonen, maar wel een geringe associatie tussen een verhoogde fruitconsumptie en een verminderd risico van diabetes. Niettegenstaande bepaalde beperkingen is deze meta-analyse waardevol omdat ze een heel aantal confounders onderzocht en uitsloot. Daarnaast stelt ze veel gangbare opvattingen over « zeer gesuikerd » en « weinig gesuikerd » fruit in vraag en ook de rol van de vervanging van fruit door fruitsap.

Het is overigens een illustratie van de moeilijkheid om de specifieke rol van één of andere voedingscomponent aan te tonen bij het optreden van type 2-diabetes.

 

Besluit

Deze meta-analyse van observationele onderzoeken toont een zwakke associatie aan tussen een verhoogde consumptie van fruit en een afname van het risico van diabetes. De relatieve risico’s variëren naargelang de fruitsoort. Fruit vervangen door fruitsap heeft geen preventief effect, en verhoogt zelfs het risico van diabetes.

 

 

Referenties

  1. Goderis G. Gestructureerde groepseducatie bij recent vastgestelde type 2-diabetes? Minerva 2008;7(9):136-7.
  2. Carter P, Gray LJ, Troughton J, et al. Fruit and vegetable intake and incidence of type 2 diabetes mellitus: systematic review and meta-analysis. BMJ 2010;341:c4229.
  3. Muraki I, Imamura F, Manson JE. Fruit consumption and risk of type 2 diabetes: results from three prospective longitudinal cohort studies. BMJ 2013;347:f5001.
  4. Schulze MB, Manson JE, Willett WC, Hu FB. Processed meat intake and incidence of type 2 diabetes in younger and middle-aged women. Diabetologia 2003;46:1465-73.
  5. Fung TT, Schulze M, Manson JE, et al. Dietary patterns, meat intake, and the risk of type 2 diabetes in women. Arch Intern Med 2004;164:2235-40.
  6. Van Dam RM, Willett WC, Rimm EB, et al. Dietary fat and meat intake in relation to risk of type 2 diabetes in men. Diabetes Care 2002;25:417-24.

 

 

Fruitconsumptie en risico van type 2-diabetes

Auteurs

Richard T.
CHU de Charleroi, service de Médecine Interne

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar