Bondige bespreking


Bèta-blokkers: gunstig bij COPD?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



26 10 2010

Duiding van
Rutten F, Zuithoff N, Hak E, et al. Beta-blockers may reduce mortality and risk of exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease. Arch Intern Med 2010;170:880-7.


Besluit
De resultaten van dit observationeel onderzoek tonen aan dat bèta-blokkers (in twee derde van de gevallen cardioselectieve) waarschijnlijk leiden tot een reductie van de mortaliteit en tot minder exacerbaties bij patiënten met een klinische diagnose van COPD (niet spirometrisch) en met gemiddeld weinig exacerbaties (minder dan één op twee patiënten had minstens één exacerbatie gedurende de follow-up van 7,2 jaar).



 

Bèta-blokkers hebben een bewezen preventief effect op mortaliteit door verschillende cardiovasculaire aandoeningen (o.a. coronaire ischemie en hartfalen). Artsen vermijden vaak het gebruik van bèta-blokkers bij COPD-patiënten. Een groot aantal COPD-patiënten heeft echter ook cardiovasculaire aandoeningen die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het overlijden van veel van deze patiënten (1).

Minerva besprak in 2004 een meta-analyse bij patiënten met niet-ernstige vormen van COPD en astma (2,3). Bij deze populatie leidde een eenmalige toediening van een lage dosis cardioselectieve bèta-blokker tot een beperkte en klinisch weinig relevante vermindering van de longfunctie. Dat effect is bijna volledig reversibel na de toediening van een bèta-2-mimeticum. Deze studie liet niet toe om een uitspraak te doen over het langdurige gebruik van therapeutische doses.

Is de baten/risicoverhouding van bèta-blokkers gunstig bij COPD-patiënten, vooral bij deze met een cardiovasculaire aandoening? De resultaten van twee studies wezen op een daling van de mortaliteit door toediening van bèta-blokkers aan bepaalde subgroepen van COPD-patiënten: patiënten die een majeure vasculaire chirurgie moeten ondergaan (4) of patiënten die een myocardinfarct doormaakten (5).

 

Rutten et al. realiseerden via de databank van 23 huisartsenpraktijken in Nederland een observationeel onderzoek bij 2 230 patiënten met nieuwe of bestaande diagnose van COPD (6). De gemiddelde leeftijd bedroeg 64,8 jaar (SD 11,2), 53% was man en de gemiddelde opvolgingsduur 7,2 jaar (SD 2,8). Het gebruik van bèta-blokkers reduceerde de mortaliteit (gecorrigeerde HR 0,68; 95% BI van 0,56 tot 0,83) en het aantal exacerbaties (gecorrigeerde HR 0,71; 95% BI van 0,60 tot 0,83). Bij subgroepanalyses met patiënten zonder duidelijk cardiovasculair lijden (maar met bv. hypertensie waardoor ze een bèta-blokker gebruikten) waren de resultaten dezelfde (maar na correctie statistisch niet significant!). Twee derde van de bèta-blokkers waren cardioselectieve.

Meer dan de helft van de geïncludeerde patiënten had een verhoogd cardiovasculair risico of een bewezen cardiovasculaire aandoening. De definitie van COPD was gebaseerd op een klinische diagnose (chronische bronchitis, COPD of emfyseem, wat volgens een ander onderzoek van dezelfde auteurs in ongeveer 60 tot 70% van de gevallen correspondeert met de strikte definitie van COPD). Slechts 47,3% van de geïncludeerde patiënten had minstens één exacerbatie van COPD gedurende de follow-up, wat zeer verwonderlijk is voor een COPD-populatie. Het lijkt ons dus niet correct de resultaten van dit onderzoek te veralgemenen naar patiënten met spirometrisch bevestigde COPD, maar ze zijn waarschijnlijk wel toepasbaar op patiënten met klinische diagnose van chronische bronchitis.

De vaststellingen van dit observationeel onderzoek vragen om bevestiging in een RCT bij patiënten met duidelijker omschreven kenmerken.

 

Besluit

De resultaten van dit observationeel onderzoek tonen aan dat bèta-blokkers (in twee derde van de gevallen cardioselectieve) waarschijnlijk leiden tot een reductie van de mortaliteit en tot minder exacerbaties bij patiënten met een klinische diagnose van COPD (niet spirometrisch) en met gemiddeld  weinig exacerbaties (minder dan één op twee patiënten had minstens één exacerbatie gedurende de follow-up van 7,2 jaar).

 

 

 

 

Referenties

  1. Hole DJ, Watt GC, Davey-Smith G, et al. Impaired lung function and mortality risk in men and women: findings from the Renfrew and Paisley prospective population study. BMJ 1996;313:711-5.
  2. De Cort P. Cardioselectieve b-blokkers bij astma en COPD. Minerva 2004;3(2):32-3.
  3. Salpeter SR, Ormiston TM, Salpeter EE. Cardioselective ß-blockers in patients with reactive airway disease: a meta-analysis. Ann Intern Med 2002;137:716-28.
  4. van Gestel YR, Hoeks SE, Sin DD, et al. Impact of cardioselective beta-blockers on mortality in patients with chronic obstructive pulmonary disease and atherosclerosis. Am J Respir Crit Care Med 2008;178:695-700.
  5. Gottlieb SS, McCarter RJ, Vogel RA. Effect of beta-blockade on mortality among high-risk and low-risk patients after myocardial infarction. N Engl J Med 1998;339:489-97.
  6. Rutten F, Zuithoff N, Hak E, et al. Beta-blockers may reduce mortality and risk of exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease. Arch Intern Med 2010;170:880-7.
Bèta-blokkers: gunstig bij COPD?



Commentaar

Commentaar