Bondige bespreking


COPD: inhalatiecorticosteroïden voor de preventie van exacerbaties?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



27 05 2010

Duiding van
Agarwal R, Aggarwal AN, Gupta D, Jindal SK. Inhaled corticosteroids vs placebo for preventing COPD exacerbations. Chest 2010;137:318-25.


Besluit
De resultaten van deze meta-analyse bevestigen dat inhalatiecorticosteroïden best gereserveerd worden voor COPD-patiënten met een éénsecondewaarde lager dan 50%. De winst op het vlak van preventie van exacerbaties lijkt beperkt. Rookstop blijft de belangrijkste stap.


 

Minerva besprak reeds eerder twee meta-analyses over de rol van inhalatiemedicatie bij COPD (1,2). In de eerste meta-analyse was er geen verschil in winst tussen tiotropium (een langwerkend anticholinergicum), langwerkende bèta-2-mimetica of inhalatiecorticosteroïden die voor deze indicatie afzonderlijk gebruikt kunnen worden (3). De bewezen winst beperkte zich tot symptomatische patiënten (dyspnoe, frequente exacerbaties) met een ESW van minder dan 60% (meestal < 50%). De resultaten van de tweede meta-analyse (een netwerkmeta-analyse)(4) bevestigen dat de drie verschillende inhalatiemedicaties onderling niet verschillen op het vlak van preventie van exacerbaties, behalve bij een ESW ≤ 40%. In dit laatste geval zijn langwerkende anticholinergica, inhalatiecorticosteroïden en de associatie van inhalatiecorticosteroïden met langwerkende bèta-2-mimetica effectiever dan langwerkende bèta-2-mimetica in monotherapie.

In 2010 verscheen een nieuwe, methodologisch goede meta-analyse over het preventieve effect van ICS op exacerbaties in functie van de initiële éénsecondewaarde (5). De auteurs includeerden 11 gepubliceerde RCT’s (8 164 patiënten) van goede kwaliteit en met een studieduur van minstens één jaar. Inhalatiecorticosteroïden verminderden globaal gezien de incidentie van exacerbaties: RR van 0,82 met 95% BI van 0,73 tot 0,92 en I²-test =55%. Over het aantal patiënten met minstens één exacerbatie minder (een relevanter eindpunt) zijn er geen resultaten beschikbaar. De resultaten van de sensitiviteitsanalyse bevestigen dat de winst beperkt bleef tot patiënten met een ESW van minder dan 50%. De metaregressie-analyse toonde aan dat het percentage risicoreductie van exacerbaties bij het gebruik van ICS, niet varieert naargelang de ernst van COPD (gemeten via de ESW). Dat wijst op het matige effect van inhalatiecorticosteroïden. Indien we beter betrouwbare conclusies wensen, hebben we een meta-analyse nodig met individuele patiëntgegevens. De winst gerealiseerd door het gebruik inhalatiecorticosteroïden kan de behandelende arts ook afwegen tegen de risico’s (orofaryngeale candida, cataract, breuken, pneumonie).

 

Besluit

De resultaten van deze meta-analyse bevestigen dat inhalatiecorticosteroïden best gereserveerd worden voor COPD-patiënten met een éénsecondewaarde lager dan 50%. De  winst op het vlak van preventie van exacerbaties lijkt beperkt. Rookstop blijft de belangrijkste stap.

 

Referenties

  1. Chevalier P. De rol van inhalatiemedicatie bij de behandeling van stabiele COPD. Minerva 2008;7(2):18-9.
  2. Chevalier P. COPD: welke inhalatietherapie? Minerva 2009;8(7):103.
  3. Wilt TJ, Niewoehner D, MacDonald R, Kane RL. Management of stable chronic obstructive pulmonary disease: a systematic review for a clinical practice guideline. Ann Intern Med 2007;147:639-53.
  4. Puhan MA, Bachmann LM, Kleijnen J, et al. Inhaled drugs to reduce exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease: a network meta-analysis. BMC Med 2009;7:2.
  5. Agarwal R, Aggarwal AN, Gupta D, Jindal SK. Inhaled corticosteroids vs placebo for preventing COPD exacerbations. Chest 2010;137:318-25.
COPD: inhalatiecorticosteroïden voor de preventie van exacerbaties?



Commentaar

Commentaar