Bondige bespreking


Handel en wandel van glucosamine en co.


  • 1
  • 0
  • 0
  • 0



28 03 2011

Duiding van
Wandel S, Jüni P, Tendal B, et al. Effects of glucosamine, chondroitin, or placebo in patients with osteoarthritis of hip or knee: network meta-analysis. BMJ 2010;341:c4675.


Besluit
Ook deze netwerk meta-analyse kan geen klinisch relevant effect aantonen van glucosamine en/of chondroïtine voor de behandeling van knie-en heupartrose.



 

In 2006 bespraken we in Minerva de GAIT-studie. Deze studie toonde aan dat er voor de behandeling van gonartrose geen enkele winst was met glucosamine (chloride), chondroïtine (sulfaat) of de combinatie van beide geneesmiddelen. In de bespreking gaven we aan dat ook andere studies geen effect op de volledige WOMAC-schaal (pijn + stijfheid + functiebeperking) aantoonden (1,2). In 2008 bespraken we een RCT waarbij glucosamine (sulfaat) geen effect bleek te hebben op de symptomen, noch op de evolutie van de gewrichtsruimte bij patiënten met coxartrose (3,4). Een heranalyse van de secundaire eindpunten van de GAIT-studie kon evenmin groei of stabilisatie van de gewrichtsruimte aantonen (5,6).

Een internationale groep auteurs voerde recent een netwerk meta-analyse uit van studies met glucosamine en chondroïtine bij zowel knie- als heupartrose (7). Ze zochten in Cochrane Controlled Trials Register, MEDLINE, EMBASE en CINAHL naar studies met minstens honderd patiënten per studie-arm waarbij de globale pijnintensiteit als primaire uitkomstmaat en de gewrichtsruimte als secundaire uitkomstmaat gemeten werd. De auteurs excludeerde de studies met minder dan 1500 mg glucosamine (sulfaat/chloride) of minder dan 800 mg chondroïtine als dagdosis. De methodologische kwaliteit van de studies werd door twee auteurs beoordeeld zonder gebruik van een kwaliteitsscore. Uiteindelijk includeerden ze tien studies; met glucosamine in monotherapie (N=6), chondroïtine in monotherapie (N=3) en de combinatie van beide geneesmiddelen (N=1) voor de behandeling van patiënten (n=3803) met gonartrose (N=8), coxartrose (N=2) of beide (N=1). De forest plot toonde een significante vermindering aan van de pijnintensiteit met glucosamine ten opzichte van placebo op een 10 cm-visuele analoge schaal: -0,4cm (95% BI van -0,7 tot -0,1). Voor chondroïtine of de combinatie van beide producten kon geen significante vermindering van de pijn aangetoond worden. De significante winst met glucosamine verdween echter bij een sensitiviteitsanalyse in functie studies met intention to treat analyse, studies van hoge methodologische kwaliteit (?) en studies die niet waren gesponsord door de industrie. Volgens de auteurs zelf is bovendien de significante winst met glucosamine klinisch niet relevant omdat de vooraf vastgelegde klinisch relevante grens van -0,9 op de 10 cm-visuele analoge schaal niet werd bereikt. In een brief als reactie op deze studie vragen andere onderzoekers zich wel af of deze norm niet te streng is in vergelijking met de norm die door EULAR voor paracetamol is vastgelegd (8). In de meta-analyse werden twee studies met respectievelijk vier en twaalf weken follow-up opgenomen terwijl EMA (European Medicines Agency) een studieduur eist van minstens zes maanden (scoren van pijn) tot twee jaar (effect op de gewrichtsruimte) voor de behandeling van artrose. Voor geen enkele behandeling kon trouwens een significante winst op gebied van vernauwing van de gewrichtsspleet aangetoond worden.

Niettegenstaande het gebrek aan bewijs over effect van glucosamine- en chondroïtinepreparaten bij de behandeling van artrose kunnen deze preparaten toch op veel bijval blijven rekenen in de apotheek. Er bestaan bijvoorbeeld meer dan 50 preparaten met glucosamine, waarvan er slechts drie geregistreerd zijn als geneesmiddel. Al de overige zijn voedingssupplementen die geen therapeutische indicaties mogen dragen. Uit de netwerk meta-analyse bleek dat alleen glucosamine gekoppeld aan sulfaat de pijn significant verlichtte, wat suggereert dat men in eventueel verder grootschaliger en langduriger onderzoek ook aandacht zal moeten besteden aan de samenstelling van het preparaat.

 

Besluit

Ook deze netwerk meta-analyse kon geen klinisch relevant effect aantonen van glucosamine en/of chondroïtine voor de behandeling van knie-en heupartrose.

 

 

Referenties

  1. Chevalier P. Glucosamine en/of chondroïtine voor gonartrose? Minerva 2006;5(9):148-50.
  2. Clegg DO, Reda DJ, Harris CL, et al. Glucosamine, chondroitin sulfate and the two in combination for painful knee osteoarthritis. N Engl J Med 2006;354:795-808.
  3. Chevalier P. Glucosamine: evenmin effectief voor heupartrose. Minerva 2008;7(8):128.
  4. Rozendaal R, Koes B, van Osch G, et al. Effect of glucosamine sulfate on hip osteoarthritis. Ann Intern Med 2008;148:268-77.
  5. Sawitzke AD, Shi H, Finco MF, et al. The effect of glucosamine and/or chondroitin sulfate on the progression of knee osteoarthritis: a report from the glucosamine/chondroitin arthritis intervention trial. Arthritis Rheum 2008;58:3183-91.
  6. Chevalier P. Glucosamine en/of chondroïtine, en gewrichtsruimte. Minerva 2009;8(3):40.
  7. Wandel S, Jüni P, Tendal B, et al. Effects of glucosamine, chondroitin, or placebo in patients with osteoarthritis of hip or knee: network meta-analysis. BMJ 2010;341:c4675.
  8. Hochberg MC, du Soulch P, Kahan A, Michel BA. Effect size is encouraging. BMJ 2010;341:1009-10.
Handel en wandel van glucosamine en co.

Auteurs

Laekeman G.
Klinische Farmacologie en Farmacotherapie, KU Leuven

Poelman T.
Vakgroep Volksgezondheid en Eerstelijnszorg, UGent

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar