Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Seksueel functioneren na hysterectomie


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2001 Volume 30 Nummer 4 Pagina 185 - 186


Duiding van
RHODES JC, KJERULFF KH, LANGENBERG PW, GUZINSKI GM. Hysterectomy and sexual functioning. JAMA 1999;282:1934-41.


Besluit
Het is voor huisartsen van groot belang seksualiteit reeds voor een hysterectomie bespreekbaar te maken, zowel met de patiënte zelf als met de partner. Verder is het belangrijk eventueel bestaande klachten na te vragen en de verwachtingen te bespreken. Stel de patiënte gerust door aan te halen dat deze onderzoeksresultaten erg positief uitvallen. Seks zal aanvankelijk misschien niet helemaal op dezelfde manier worden beleefd, maar geleidelijk aan kan men in de meerderheid van de gevallen opnieuw hetzelfde seksueel genot ervaren als voordien.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.

 

Samenvatting

 

In deze prospectieve cohortstudie, die werd uitgevoerd in de Verenigde Staten, met een follow-up periode van twee jaar, ging men op zoek naar veranderingen in het seksueel functioneren na hysterectomie. In deze studie werden 1.299 vrouwen met een benigne, chronische indicatie voor hysterectomie, in de leeftijdsgroep van 35 tot 49 jaar, eenmaal voor de ingreep bevraagd over hun seksueel functioneren. Op 6, 12, 18 en 24 maanden postoperatief nam men nogmaals hetzelfde interview af. De uitkomstmaten waren: frequentie van seksuele betrekkingen, optreden van dyspareunie, al dan niet optreden van orgasme en de sterkte ervan, vaginale droogheid en libido. Bij 65% van de vrouwen werd een abdominale hysterectomie uitgevoerd, bij 23,6% vaginaal en bij 34,1% per laparoscoop. De beide ovaria werden verwijderd bij 44% van de vrouwen en bij 43,7% bleven de ovaria intact.

De resultaten vallen positief uit. Het aantal seksuele betrekkingen per maand stijgt significant na 12 en 24 maanden van gemiddeld 2,3 maal per maand tot 3,1 na 12 maanden en 2,9 na 24 maanden (p < 0,001). Dyspareunie neemt procentueel gezien af na de ingreep (van 18,6% voor de ingreep tot respectievelijk 4,3% en 3,6% na 12 en 24 maanden), wat niet totaal onverwacht is aangezien deze klacht ook een indicatie voor hysterectomie kan zijn. Opvallend is wel dat vrouwen met een voorafgaande depressie meer kans liepen op dyspareunie na de ingreep. Ook het al dan niet krijgen van een orgasme wordt positief beïnvloed door de ingreep. Oöforectomie en voorafgaande depressie hebben hier een negatief effect. Vaginale droogte neemt meestal af. Het probleem speelt echter meer bij voorafgaande depressie en gebrek aan ondersteuning door de partner. Tenslotte werd ook het libido nagevraagd. Hier rapporteerde meer dan 70% van de vrouwen die een laag libido hadden vóór de ingreep, een oplossing van dit probleem nadien. Ook libidoverlies bleek, niet helemaal onverwacht, sterk samen te hangen met aanwezigheid van depressie.

 
 

Bespreking

 

Dit onderzoek werd methodologisch goed uitgevoerd. Gezien de frequentie van hysterectomie staat de relevantie binnen de huisartsgeneeskunde zeker niet ter discussie. De vraag is echter of het zinvol is seksualiteit te bevragen in een groter onderzoek naar algemene levenskwaliteit na hysterectomie. Eerder onderzoek vergeleek vooral de invloed van twee of meer behandelingstechnieken op baarmoederpathologie met in de marge een bevraging naar bepaalde aspecten van seksualiteit. De vraag stelt zich dan of de deelneemsters wel genoeg belang kunnen en willen hechten aan een delicate materie zoals seksualiteitsbeleving. Methodologisch zijn we momenteel aan een onderzoek toe dat zich enkel en alleen toespitst op de seksualiteit. Zoals in een lezersbrief op dit artikel terecht werd opgemerkt, zou een interview met open vragen veel meer mogelijkheid bieden om op de subjectieve aspecten in te gaan. Het probleem kan dan meer op een kwalitatieve dan op een kwantitatieve manier worden benaderd.

De resultaten uit dit onderzoek zijn grotendeels gelijklopend met de bevindingen in andere gelijkaardige studies. Seksualiteit en de beleving ervan hebben niet of nauwelijks te lijden onder de ingreep. Meerwaarde van dit onderzoek is dat de klachten voordien de sterkste voorspellende factor voor de resultaten nadien zijn. Dit is een belangrijk punt om rekening mee te houden als huisarts. We moeten blijkbaar extra alert zijn bij vrouwen met depressieve klachten en vrouwen waarbij we weinig partnerondersteuning vermoeden.

 

 

Besluit

 

Het is voor huisartsen van groot belang seksualiteit reeds voor een hysterectomie bespreekbaar te maken, zowel met de patiënte zelf als met de partner. Verder is het belangrijk eventueel bestaande klachten na te vragen en de verwachtingen te bespreken. Stel de patiënte gerust door aan te halen dat deze onderzoeksresultaten erg positief uitvallen. Seks zal aanvankelijk misschien niet helemaal op dezelfde manier worden beleefd, maar geleidelijk aan kan men in de meerderheid van de gevallen opnieuw hetzelfde seksueel genot ervaren als voordien.

 

Belangenvermenging/financiering

Dit onderzoek werd gefinancierd door de American Cancer Society, de National Institutes of Health (VS) en de Swedish Cancer Society.

Seksueel functioneren na hysterectomie

Auteurs

Philips H.
Vakgroep eerstelijns- en interdisciplinaire zorg, Centrum voor Huisartsgeneeskunde, Universiteit Antwerpen

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar