Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Verhoogd risico op DVT bij hormonale substitutie


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2000 Volume 29 Nummer 5 Pagina 237 - 238


Duiding van
GRADY D, WENGER NK, HERRINGTON D, et al. Postmenopausal hormone therapy increases risk for venous thromboembolic disease. Ann Intern Med 2000;132:689-96.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.


 
 

De bedoeling van de HERS was om aan te tonen dat vrouwen met coronair lijden baat hebben bij hormonale substitutie. Het was een gerandomiseerd placebogecontroleerd experiment waarin het effect van 0,625 mg geconjugeerd paardenoestrogeen met 2,5 mg medoxyprogesteron werd onderzocht op het voorkomen van fataal hartinfarct, sterfte door coronair hartlijden of andere cardiovasculaire klinische uitkomsten 1. Dit kon niet worden gestaafd (zie de bespreking van de HERS-studie in dit nummer van Minerva).

Een tweede analyse van ditzelfde cijfermateriaal toont aan dat de kans op diepe veneuze trombose door hormonale substitutie niet te onderschatten is. Vrouwen met vermoeden van DVT (diepe veneuze trombose) of een voorgeschiedenis van DVT werden echter uitgesloten. Borst- en endometriumcarcinoom waren eveneens uitsluitingscriteria. Gedurende de gemiddelde follow-up van 4,1 jaren liepen 34 (2,4%) vrouwen uit de experimentele groep een DVT op vergeleken met 13 (0,9%) in de placebogroep. Het relatieve risico is 2,7 (95% BI 1,4-5 met p=0,003). Het absolute risicoverschil is 1,5%. Dit komt erop neer dat voor de duur van de studie 1 vrouw op 67 een DVT opliep door de behandeling.

De vrouwen met substitutietherapie hadden dus drie keer zoveel kans op een DVT als de vrouwen die placebo kregen. Deze bevindingen bevestigen de resultaten van observationeel onderzoek. Deze studies duiden aan dat het risico op trombo-embolische incidenten twee tot vier keer hoger is bij vrouwen die oestrogenen of oestrogenen gecombineerd met een progestageen als hormonale substitutie gebruiken. De incidentie van trombo-embolische incidenten was in de populatie van de HERS hoger dan in de populaties die bestudeerd werden in de observationele studies. De hogere gemiddelde leeftijd van de vrouwen in de HERS kan hiervoor een verklaring zijn. De andere factoren die het risico beïnvloeden, zijn samengevat in de tabel.

 

 

Uitlokkende factor

Multivariate

RR 95% BI

Leeftijd menopauze > 52 jaar

3,6

2,0-6,4

Fractuur onderste ledemaat (exclusief heup)

18,1

5,4-60,4

Kanker (excl, huidkanker, incl, melanoma)

3,9

1,6-9,4

Opname heelkunde binnen 90 dagen

4,9

2,4-9,8

Hospitalisatie binnen 90 dagen (excl. heelkunde)

5,7

3,0-10,8

Aspirine

0,5

0,2-0,8

Statine

0,5

0,2-0,9

 

Tabel: Factoren die het optreden van veneuze trombo-embolische incidenten beïnvloeden.

 

 

De eerste publicatie van de HERS toonde geen verschil in het optreden van cardiovasculaire incidenten bij cardiovasculair belaste vrouwen die hormonale substitutie gebruikten 1. Er bestaat echter wel een verhoogd risico op het optreden van trombo-embolische incidenten.

 

M. Lemiengre



Literatuur

  1. HULLEY S, GRADY D, BUSH T, et al. Randomized trial of estrogen plus progestin for secondary prevention of coronary heart disease in postmenopausal women. JAMA 1998;280:605-13.
Verhoogd risico op DVT bij hormonale substitutie

Auteurs

Lemiengre M.
Huisartsenpraktijk De Wijngaard Roeselare; Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent

Woordenlijst

rate ratio, risico


Commentaar

Commentaar