Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Chondroïtine en gonartrose


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2009 Volume 8 Nummer 8 Pagina 119 - 119


Duiding van
Kahan A, Uebelhart D, De Vathaire F, et al. Long-term effects of chondroitins 4 and 6 sulfate on knee osteoarthritis. Arthritis Rheum 2009;60:524-33.


Besluit
Wanneer we rekening houden met alle literatuur, beschikken we nog steeds niet over betrouwbaar bewijs dat chondroïtine werkzaam is bij gonartrose, onder meer op de evolutie van de gewrichtsruimte en vooral op het vlak van een klinisch relevante effectgrootte.


 

Het vervolg op...

In deze Minervarubriek brengt de redactie in het kort nieuwe studies over onderwerpen die reeds eerder in Minerva verschenen. De redactie meent dat deze nieuwe studies geen volledige analyse vragen, maar toch de moeite zijn om onder uw aandacht te brengen. We kaderen de nieuwe gegevens in de eerder gepubliceerde Minervabesprekingen.

 

Minerva besprak reeds herhaaldelijk het nut van chondroïtine (al of niet geassocieerd met glucosamine) voor de behandeling van gonartrose (1,2) en coxartrose (3). In de meta-analyse die alleen het effect van chondroïtine evalueerde was er geen klinisch relevante winst op pijn in de (drie) studies met correcte methodologie en een voldoende aantal patiënten (3). Eén van deze drie studies was de GAIT-studie (1). Omwille van publicatiebias en geringe patiëntenaantallen kon er niets geconcludeerd worden over het effect op de evolutie van de gewrichtsruimte. In een latere publicatie van de GAIT-studie (n=1 583) zag men na twee jaar behandeling geen significant effect van chondroïtine op de gewrichtsruimte (minimum 0,2 mm).

In 2009 is een nieuwe RCT (4) gepubliceerd over het effect van twee jaar behandeling met chondroïtinesulfaat 800 mg per dag (n=309) in vergelijking met placebo (n=313) op de evolutie van de gewrichtsruimte (primaire uitkomstmaat) van de aangetaste knie. De gewrichtsruimte nam af in beide groepen maar significant minder met chondroïtine dan met placebo; het mediane effect bedroeg 0,14 mm (95% BI van 0,06 tot 0,21 mm; p<0,0001). Er was een grote studieuitval (31% met chondroïtine, 33% met placebo). De auteurs vermelden dat alleen de BMI het resultaat van de behandeling beïnvloedde en besluiten hieruit: hoe hoger de BMI, hoe werkzamer de behandeling. We moeten dat enigszins relativeren aangezien in de tabel met vergelijking van de initiële patiëntkenmerken de gemiddelde BMI hoger was in de placebogroep (zonder statistische test). Het zou dus interessant geweest zijn, mocht men de resultaten geanalyseerd hebben met correctie voor deze variabele.

 

Besluit

Wanneer we rekening houden met alle literatuur, beschikken we nog steeds niet over betrouwbaar bewijs dat chondroïtine werkzaam is bij gonartrose, onder meer op de evolutie van de gewrichtsruimte en vooral op het vlak van een klinisch relevante effectgrootte.

 

 

 

Referenties

  1. Chevalier P. Glucosamine en/of chondroïtine voor gonartrose? Minerva 2006;5(9):148-50.
  2. Chevalier P. Glucosamine en/of chondroïtine, en gewrichtsruimte. Minerva 2009;8(3):40.
  3. Chevalier P. Chondroïtine voor gonartrose of coxartrose. Minerva 2007;6(8):130-1.
  4. Kahan A, Uebelhart D, De Vathaire F, et al. Long-term effects of chondroitins 4 and 6 sulfate on knee osteoarthritis. Arthritis  Rheum 2009;60:524-33.
Chondroïtine en gonartrose

Auteurs

Chevalier P.
médecin généraliste



Commentaar

Commentaar