Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Generieken in de praktijk - Tussen utopie en prozaïsme


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2009 Volume 8 Nummer 5 Pagina 57 - 57


 

"In een dorpje van La Mancha, waarvan ik me de naam niet wens te herinneren,

leefde niet lang geleden één van die edellieden die een lans in een wapenrek,

een antiek lederen schild, een mager paard en een snelle hazewind bezitten”.

Deze edelman had een grote verzameling ridderromans en koos voor zichzelf de naam Don Quichotte.

Miguel de Cervantes.

El ingenioso hidalgo don Quixote de la Mancha.

1605.

 

Generiek en stofnaam: niet verwarren

Een generiek is een geneesmiddel geregistreerd als specialiteit met een individuele fantasienaam, die vaak aangeeft dat het om een generiek gaat. In een vorig editoriaal beschreven we de wettelijke voorwaarden voor de erkenning (registratie) van een generiek (1). Indien de arts een bepaalde generiek voorschrijft, is de apotheker verplicht dit als dusdanig af te leveren, net zoals bij elke specialiteit. Indien de arts echter een geneesmiddel voorschrijft op stofnaam (INN-benaming - International Nonproprietary Name), kan de apotheker in zekere mate kiezen tussen meerdere generieken. In wat volgt maken we een onderscheid tussen enerzijds voorschrijven op stofnaam en afleveren van een generiek en anderzijds voorschrijven en afleveren van een generiek.

Het gebruik van generieken

Het concept van een generiek en het gebruik ervan in de praktijk na het al of niet voorschrijven op stofnaam, doet denken aan het beroemde duo uit de zogenaamde eerste moderne roman: Don Quichot, een dolende ridder, idealist maar onvoorspelbaar en Sancho Panza, zijn nuchtere schildknaap, meer uit op eten en drinken. Het karikaturale aspect van deze personages kan aanzetten tot reflectie over generieken. Enerzijds is er de utopie van Don Quichot op zoek naar een ideale, maar helaas illusoire wereld. Anderzijds is er de nuchterheid van Sancho Panza, die de geïdealiseerde werkelijkheid nog schimmiger maakt. Bekijken we het gebruik van een generiek vanuit deze twee perspectieven, … maar zonder er een roman van te maken.

Een lans breken

Zijn de problemen in de praktijk te wijten aan het feit dat het over een generiek gaat? Tussen utopie en prozaïsme?

 

Vergissingen bij het afleveren

Een enquête bij 419 Australische apothekers toonde aan dat er wel degelijk problemen zijn bij de aflevering (2): 71% van de apothekers had weet van vergissingen die gebeurden in hun apotheek (of ziekenhuis) tijdens de afgelopen zes maanden (gemiddeld 3 vergissingen per apotheek, niet opgemerkt bij de aflevering). De belangrijkste factoren die aanleiding gaven tot vergissingen waren gelijkenissen in specialiteitsnamen en gelijkenissen in verpakkingen. Het probleem van sterk op elkaar lijkende verpakkingen beperkt zich niet tot generieken, maar komt ook voor bij de aflevering van verpakkingen met merknamen van bedrijven die enkel niet-generische geneesmiddelen commercialiseren (2).

 

Niet steeds een keuze voor het goedkoopste? 

Wettelijk gezien moet de apotheker kijken naar het maximale belang van de patiënt bij het kiezen van de generische specialiteit die werkelijk zal afgeleverd worden. De apotheker zal dus rekening houden met de financiële maar ook met de therapeutische situatie van de patiënt. Uit een Belgische enquête (3) blijkt dat de apotheker meestal niet de goedkoopste generiek aflevert (in 16% van de gevallen werd het goedkoopste captopril afgeleverd en in 45% van de gevallen het goedkoopste fluconazol, beiden voorgeschreven op stofnaam).

 

Overaanbod nieuwe generieken

Eén van de belangrijke problemen is het grote aantal beschikbare generieken van hetzelfde geneesmiddel (dezelfde molecule). Op het economische vlak is het een vergissing van de overheid om, in het kader van haar besparingen, een dergelijk volume toe te laten. Er is vastgesteld dat hoe meer specialiteiten van eenzelfde geneesmiddel beschikbaar zijn op de markt, hoe groter de markt wordt van dit geneesmiddel (4). Het grote aantal specialiteiten van eenzelfde geneesmiddel houdt ook potentiële risico’s in voor de patiënt die hetzelfde geneesmiddel per vergissing twee maal kan innemen, omdat het beschikbaar is onder verschillende specialiteitsnamen (2).

Aandacht voor de driehoeksverhouding (zie figuur onderaan)

Luong (5) suggereert een specifieke aanpak voor het voorschrijven op stofnaam. Om te beginnen wijst hij op het placebo-effect van elk geneesmiddel. Vervolgens benadrukt hij het effect van het rechtstreeks promoten van de merknaam bij de voorschrijver.

Luong beschrijft hoe patiënten spreken over hun voorschrift. Dit gebeurt in zeer duidelijke tot zeer vage termen, zowel op het vlak van de voorschrijvende arts als op het vlak van het geneesmiddel.

“Mijn arts (naam) heeft me Anafranil voorgeschreven  

of

“Men heeft me clomipramine voorgeschreven»,

of

“Men heeft me Anafranil voorgeschreven”

of

“Mijn arts (naam) heeft me clomipramine voorgeschreven”

De duidelijkheid waarmee een arts een geneesmiddel voorschrijft aan een welbepaalde patiënt en de precisie waarmee de apotheker dit welbepaalde geneesmiddel aflevert aan die welbepaalde patiënt zijn dus belangrijke kwalitatieve elementen waarmee men in de dagelikse praktijk best rekening houdt. Een gebrek aan vertrouwen in een generiek vanwege de arts of apotheker (expliciet of gesuggereerd) heeft het risico dat het middel therapeutisch minder werkzaam zal zijn bij de patiënt. De driehoek bestaat uit drie peilers waarbinnen het geneesmiddel zich situeert als bron van genezing: de patiënt, de voorschrijvende arts en de afleverende apotheker. Bij het voorschrijven op stofnaam dient elk van deze peilers zich te bekommeren over het therapeutische belang en de veiligheid van het voorschrift. Het gaat er dus om aan de patiënt goed uit te leggen dat het gaat over een degelijk product en niet over een ‘wit product’, dat door om het even wie gefabriceerd is, zonder garantie over de kwaliteit en waarvan de enige bedoeling is goedkoper te zijn, zonder rekening te houden met andere overwegingen op het vlak van veiligheid en werkzaamheid.

 

 

Referenties

  1. Bogaert M, Chevalier P. De klinische equivalentie van generieken [Editoriaal]. Minerva 2009;8(4):41.
  2. Eviter l’évitable. Rev Prescr 2005;25(267) (Supplément).
  3. De Rijck V, Lievens A, Van Laere A. Voorschrift op stofnaam. Nog meer besparen kan. Test Gezondheid 2009;16:10-4.
  4. Monnet DL, Ferech M, Frimodt-Møller N, Goossens H. The more antibacterial trade names, the more consumption of antibacterials: a European study. Clin Infect Dis 2005;41:114-7.
  5. Luong C. Noms de marque et DCI n’ont pas la même signification. Revue Praticien Med Gen 2001;15:1569-71.

 

Bijlage op de website

 

 

Mijn dokter Vandenberge heeft me Anafranil voorgeschreven en mijn apotheker Devrieze gaf me Anafranil, voorgeschreven door mijn arts

Men heeft me clomipramine voorgeschreven en gegeven

Mijn dokter Vandenberge heeft me EEN generisch geneesmiddel voorgeschreven

Anafranil, die doos in geel en oranje, imipramine xxx, al deze dozen xxx in hetzelfde kleur voor de generieken.

 

 

Generieken in de praktijk - Tussen utopie en prozaïsme

Auteurs

Chevalier P.
médecin généraliste

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar