Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Heupprotectoren: nog steeds geen bewijs voor preventie van fracturen


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2008 Volume 7 Nummer 1 Pagina 16 - 16


Duiding van
Kiel DP, Magaziner J, Zimmerman S, et al. Efficacy of a hip protector to prevent hip fracture in nursing home residents: the HIP PRO randomized controlled trial. JAMA 2007;298:413-22.


Besluit
Zoals bij de eerder uitgevoerde RCT’s, geeft deze nieuwe RCT ons, ondanks de goede therapietrouw, geen enkel bewijs dat heupprotectoren nuttig zijn bij de preventie van heupfracturen.


 

Het vervolg op….

In deze Minervarubriek brengt de redactie in het kort nieuwe studies over onderwerpen die reeds eerder in Minerva verschenen. De redactie meent dat deze nieuwe studies geen volledige analyse vragen, maar toch de moeite zijn om onder uw aandacht te brengen. We kaderen de nieuwe gegevens in de eerder gepubliceerde Minervabesprekingen

 

Minerva besprak reeds eerder (1) twee gerandomiseerde, gecontroleerde studies (2,3) over het preventieve effect van heupprotectoren op heupfracturen. We besloten toen dat uit de analyse van beide studies volgt dat het permanent dragen van een heupprotector als preventie van heupfracturen bij personen met een verhoogd valrisico een belangrijke omkadering vereist. Zelfs wanneer omkadering aanwezig is en heupprotectoren gratis ter beschikking worden gesteld, blijft de therapietrouw laag en is het effect niet formeel aangetoond. Valpreventie blijft dus een essentieel element. In een later gepubliceerde meta-analyse (4) besluiten de auteurs dat het preventieve effect van heupprotectoren bij thuiswonende ouderen niet is aangetoond en dat het effect ervan bij geïnstitutionaliseerde ouderen onzeker is. Kiel et al. (5) publiceren de resultaten van een nieuwe RCT in 37 rusthuizen in de Verenigde Staten (1 042 residenten). De bewoners dragen unilateraal een heupprotector en de auteurs vergelijken het aantal fracturen ter hoogte van de beschermde kant met de niet-beschermde kant. Na 20 maanden opvolging stellen zij geen verschil vast in fractuurincidentie: beschermde heupen 3,1% (95% BI 1,8 tot 4,4), niet-beschermde heupen 2,5% (95% BI 1,3 tot 3,7), p=0,70 voor het verschil. De globale therapietrouw voor het dragen van een heupprotector is 73,8%. In een subgroepanalyse van residenten met meer dan 80% therapietrouw vinden de auteurs geen betere resultaten voor fractuurincidentie: beschermde heupen 5,3% (95% de BI 2,6 tot 8,8), niet-beschermde heupen 3,5% (95% BI 1,3 tot 5,7), p=0,42.

Zoals bij de eerder uitgevoerde RCT’s, geeft deze nieuwe RCT ons, ondanks de goede therapietrouw, geen enkel bewijs dat heupprotectoren nuttig zijn bij de preventie van heupfracturen.

Referenties

  1. Chevalier P. Heupprotectoren ter preventie van heupfracturen. Minerva 2003;2(8):133-4.
  2. Meyer G, Warnke A, Bender R, Mühlhauser I. Effect on hip fractures of increased use of hip protectors in nursing homes: cluster randomised controlled trial. BMJ 2003;326:76-80.
  3. van Schoor NM, Smit JH, Twisk JW. Prevention of hip fractures by external hip protectors: a randomized controlled trial. JAMA 2003;289:1957-62.
  4. Parker MJ, Gillespie WJ, Gillespie LD. Hip protectors for preventing hip fractures in older people. Cochrane Database Syst Rev 2005, Issue 3.
  5. Kiel DP, Magaziner J, Zimmerman S, et al. Efficacy of a hip protector to prevent hip fracture in nursing home residents: the HIP PRO randomized controlled trial. JAMA 2007;298:413-22.
Heupprotectoren: nog steeds geen bewijs voor preventie van fracturen

Auteurs

Chevalier P.
médecin généraliste

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar