Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Hardheid van de matras en chronische rugpijn


  • 1
  • 1
  • 1
  • 1



Minerva 2005 Volume 4 Nummer 1 Pagina 5 - 6


Duiding van
Kovacs FM, Abraira V, Peña A, et al. Effect of firmness of mattress on chronic non-specific low back pain: randomised, double-blind, controlled, multicentre trial. Lancet 2003;362:1599-604.


Klinische vraag
Wat is het effect van de hardheid van de matras op de klinische evolutie van patiënten met chronische aspecifieke lagerugpijn?


Besluit
Deze studie toont aan dat bij patiënten met chronische aspecifieke lagerugpijn het gebruik van matrassen met een gemiddelde hardheid in vergelijking met zeer harde matrassen, een significante verbetering van de pijn (enkel bij slapen) en van de functionele beperkingen geeft. Het effect van dit type matras is echter niet geëvalueerd in vergelijking met andere interventies waarvoor een effect is aangetoond.


 

 

Samenvatting

 

Achtergrond

Algemeen wordt aangenomen dat harde matrassen een gunstig effect hebben op lage rugpijn. De bewijzen die deze beweringen ondersteunen zijn echter zwak (studies met een klein aantal deelnemers, aanwezigheid van bias in de methodologie).

 

Onderzoekspopulatie

Voor deze studie rekruteerde men enerzijds volwassenen die hadden deelgenomen aan een eerdere studie over de prevalentie en de risicofactoren van lage rugpijn bij adolescenten en hun ouders. De inclusiecriteria waren: leeftijd ≥18 jaar, pijn sinds meer dan drie maanden – niet uitstralend – die zich voordeed terwijl ze in bed lagen of opstonden. De exclusiecriteria waren onder andere: diagnose van inflammatoire ziekte of kanker, diagnose of vermoeden van fibromyalgie, diagnose van systeemziekte en zwangerschap. De mediane leeftijd van de deelnemers was 44-45 jaar, 27% was man en zij hadden mediaan tien jaar last van lage rugpijn. De basiskarakteristieken van de twee groepen waren gelijk voor de gemiddelde leeftijd, gewicht, lichaamsomtrek, het type werk enzovoort. Er was evenmin verschil in perceptie van de pijnintensiteit bij het liggen (in bed), bij het opstaan en in de graad van fysieke beperkingen.

 

Onderzoeksopzet

In deze dubbelblinde gerandomiseerde studie werden 313 patiënten verdeeld over twee groepen: een groep (n=158) kreeg een zeer harde matras (2,3 volgens de European Commitee for Standardization scale), de andere groep (n=155) kreeg een matras met gemiddelde hardheid (5,6 op de hardheidschaal). De follow- up bedroeg negentig dagen.

 

Uitkomstmeting

De primaire uitkomsten waren de intensiteit van de pijn in bed en bij het opstaan en de functionele beperkingen. De secundaire uitkomsten waren pijn gedurende het verloop van de studie en pijn na langdurig liggen. Men evalueerde de pijn met behulp van een visueel analoge schaal van 0 tot 10. De functionele beperkingen werden geëvalueerd met een aangepaste gevalideerde versie van de Roland Morris vragenlijst. Alle evaluaties werden door de patiënt zelf uitgevoerd bij het begin van de studie en na negentig dagen. De verkregen scores voor pijn bij het liggen en bij het opstaan en voor de functionele beperkingen op dag 90 werden afgetrokken van de scores van het begin van de studie (positieve waarde is een verbetering van de klinische situatie en een negatieve waarde een verslechtering).

 

Resultaten

Na negentig dagen stelde men in beide groepen een niet-significante verbetering vast voor alle primaire uitkomsten, maar patiënten die over een matras met gemiddelde hardheid beschikten hadden betere resultaten voor de pijnintensiteit in bed (OR=2,36; 95% BI 1,13-4,93), bij opstaan (OR=1,93; 95% BI 0,97-3,86) en voor de functionele beperkingen (OR=2,1; 95% BI 1,24-3,56).Voor de secundaire uitkomstmaten vertoonden dezelfde patiënten (matrassen met gemiddelde hardheid) tijdens de duur van de studie minder pijn overdag (p=0,059), pijn bij het slapen (p=0,064) en pijn bij het opstaan (p=0,008).

 

Conclusie van de auteurs

De auteurs besluiten dat een matras met een gemiddelde hardheid bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn een positief effect heeft op de graad van functionele beperkingen en de pijn bij liggen en opstaan. Zij merken op dat aanbevelingen, zoals het type matras, een relevant effect kunnen hebben op de klinische evolutie van chronische lage rugpijn.

 

Financiering

Kovacs Foundation

 

Belangenvermenging

Niet vermeld

 

 

Bespreking

 

Methodologische overwegingen

De studie is methodologisch correct uitgevoerd: het onderwerp, de onderzoeksvraag, de hypothese, de studieopzet en de uitkomstmaten zijn duidelijk gedefinieerd. Er wordt gecontroleerd voor verstorende variabelen (inclusie- en exclusiecriteria), de twee groepen zijn vergelijkbaar (vooraf bekeken) en men past aan of controleert voor andere verstorende factoren. Bij statistische analyse van het verschil in pijn bij opstaan na negentig dagen ligt de p-waarde boven de 5% (0,061). Er is dus geen significant verschil tussen de twee groepen. We weten echter niet hoe de pijn tijdens het verloop van de studie (secundaire uitkomst) is geëvalueerd; twee resultaten van deze evaluatie zijn niet statistisch significant (p>0,05) voor pijn tijdens de dag en bij het slapen. De auteurs hebben het Hawthorne-effect en het placebo-effect op de geobserveerde verbeteringen niet geëvalueerd.

 

Situering temidden van andere behandelingen

De externe validiteit van de resultaten kan worden beperkt door een aantal factoren.Ten eerste sluit men in dit onderzoek patiënten uit die uitstralende pijn vertonen.Ten tweede hebben de gebruikte matrassen springveren, hoewel de schaal die de hardheid van de matrassen evalueert onafhankelijk is van de samenstelling van deze matrassen. Ten slotte kunnen sommige psychosociale factoren de graad van functionele beperking beïnvloeden, factoren waarmee de auteurs geen rekening houden.

Een systematische review toonde aan dat gedragstherapie een effectieve behandeling is bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn (1). Andere onderzoekers (2) toonden aan dat oefeningen (vergeleken met andere behandelingen) de pijn en de functionele status van patiënten verbeteren. Ten slotte besloten Furlan et al. (3) dat massage, vooral indien ze samengaat met oefeningen en educatie, een positief effect kan hebben bij deze patiënten. Geen enkele studie heeft het effect van deze behandelingen vergeleken met de hardheid van matrassen.

 
 

Besluit

 

Deze studie toont aan dat bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn het gebruik van matrassen met een gemiddelde hardheid in vergelijking met zeer harde matrassen, een significante verbetering van de pijn (enkel bij slapen) en van de functionele beperkingen geeft. Het effect van dit type matras is echter niet geëvalueerd in vergelijking met andere interventies waarvoor een effect is aangetoond.  

 

 

Literatuur

  1. van Tulder MW, Ostelo RWJG, Vlaeyen JWS, et al. Behavioural treatment for chronic low back pain (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 1, 2004. Chichester, UK: John Wiley & Sons, Ltd.
  2. van Tulder M, Koes B. Low back pain and sciatica (chronic). Clin Evid 2003;9:1260-76.
  3. Furlan AD, Brosseau L, Imamura M, Irvin E. Massage for low back pain (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 1, 2004. Chichester, UK: John Wiley & Sons, Ltd.
Hardheid van de matras en chronische rugpijn

Auteurs

Thibaut K.
kinésithérapeute, ergothérapeute



Commentaar

Commentaar