Resultaat van de auteur


Poelman T.
Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent
74 artikel(s) - 10 bondige bespreking(en)

CPAP: effectief voor secundaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen?

Poelman T.

Minerva 2017 Vol 16 nummer 8 pagina 204 - 207


Deze methodologisch correct uitgevoerde multicenter gerandomiseerde gecontroleerde studie kon niet aantonen dat CPAP het aantal cardiovasculaire gebeurtenissen doet dalen bij patiënten met OSAS en een coronaire of cerebrovasculaire voorgeschiedenis.

Gehydrolyseerde zuigelingenmelk ter preventie van allergie en auto-immune ziekten

Van Winckel M. , Poelman T.

Minerva 2017 Vol 16 nummer 8 pagina 189 - 192


Uit deze systematische review en meta-analyse blijkt dat het gebruik van een partieel of doorgedreven gehydrolyseerde zuigelingenvoeding geen bescherming biedt tegen allergische en auto-immune aandoeningen.

Helpt muziek luisteren bij slapeloosheid?

Declercq T. , Poelman T.

Minerva 2017 Vol 16 nummer 6 pagina 146 - 149


Deze systematische review en meta-analyse toont aan dat muziek luisteren de subjectieve slaapkwaliteit verbetert bij personen met uiteenlopende slaapproblemen. Het effect van de behandeling op objectieve parameters van slaapkwaliteit, op dagelijks functioneren en levenskwaliteit is niet duidelijk. Studies van hogere kwaliteit met een langere opvolging van slaapkwaliteit en dagelijks functioneren bij personen met een klinische diagnose van (primaire) slaapstoornis zijn noodzakelijk.

Logopedie en kinesitherapie bij volwassenen met chronische idiopathische hoest: zinvol?

Van Kerckhove E. , Poelman T.

Minerva 2017 Vol 16 nummer 6 pagina 142 - 145


Deze kleinschalige gecontroleerde gerandomiseerde studie toont aan dat een logopedische en kinesitherapeutische behandeling volgens een gestandaardiseerd protocol na vier weken behandeling, maar niet na drie maanden follow-up, resulteert in een betere levenskwaliteit bij volwassen patiënten met een idiopatische chronische hoest.

Hoe het risico op pre-eclampsie bepalen?

Dehaene I. , Roelens K. , Poelman T.

Minerva 2017 Vol 16 nummer 6 pagina 138 - 141


Deze systematische review en meta-analyse toont aan dat gemakkelijk te identificeren risicofactoren vóór 16 weken zwangerschapsduur gepaard gaan met een verhoogd risico op pre-eclampsie. Alleen voor het antifosfolipidensyndroom, chronische hypertensie, voorgeschiedenis van pre-eclampsie, diabetes mellitus, BMI >30 en geassisteerde voortplanting is met profylactisch gebruik van aspirine een klinisch relevante winst te voorspellen.

Bèta-blokkers na myocardinfarct?

Christiaens T. , Poelman T.

Minerva 2016 Vol 15 nummer 10 pagina 246 - 249


Op basis van deze systematische review en meta-analyse blijken bèta-blokkers in het huidige tijdperk van reperfusietherapie en secundaire preventie met antiaggregantia en hypolipemiërende middelen niet nuttig te zijn tijdens de acute fase en de eerste weken na een myocardinfarct. Verder onderzoek is echter noodzakelijk naar het effect van een langdurige behandeling met bèta-blokkers.

Extracorporale schokgolftherapie voor de behandeling van chronische fasciitis plantaris?

Vermeersch V. , Poelman T.

Minerva 2016 Vol 15 nummer 6 pagina 143 - 146


Deze gerandomiseerde placebogecontroleerde studie van goede methodologische kwaliteit toont aan dat gefocusseerde hooggedoseerde extracorporale schokgolftherapie zonder lokaal anestheticum de pijn en het functioneren statistisch significant verbetert bij patiënten met langer bestaande therapieresistente fasciitis plantaris. De klinische relevantie van dit effect alsook de invloed van specifieke behandelingsmodaliteiten blijven onduidelijk.

Herhaalde metingen, hoe analyseren?

Poelman T. , Michiels B.

Minerva 2016 Vol 15 nummer 6 pagina 155 - 157


Deze meta-analyse toont aan dat perifere thermometers globaal genomen onnauwkeurig zijn om de lichaamstemperatuur te meten. Ze kunnen wel beter koorts aantonen dan uitsluiten. Wanneer een juiste temperatuurmeting belangrijk is voor de diagnose en de keuze van een behandeling is een rectale of vesicale temperatuurmeting noodzakelijk. Als alternatief kunnen eventueel gekalibreerde oor- of orale thermometers gebruikt worden.

Een corticosteroïdinfiltratie twee weken vóór de start van oefentherapie doet het effect van oefentherapie op pijn en functioneren niet toenemen. Het nut van oefentherapie wordt door deze studie wel bevestigd.

Uit deze post-hoc analyse van een open-label gerandomiseerde studie blijkt dat er een verband bestaat tussen een troponineconcentratie ≥ 14ng/l gemeten met een hoog-sensitieve troponinetest en cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit bij type 2-diabetespatiënten met stabiele ischemische hartziekte. Op basis van deze studie kunnen we echter niets besluiten over het klinisch nut van deze hoog-sensitieve troponinetest buiten de context van acuut coronair syndroom.

Het verschil tussen regressie en correlatie

Poelman T.

Minerva 2016 Vol 15 nummer 2 pagina 51 - 53

Hoe rosacea behandelen?

Poelman T.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 10 pagina 126 - 127


Deze correct uitgevoerde systematische review en meta-analyse toont aan dat het effect van zowel topische als systemische middelen voor de behandeling van rosacea nog onvoldoende onderzocht is. Voor de topische behandelingen is het effect op de ernst van rosacea aangetoond.

Waarom continue variabelen uitdrukken in z-scores?

Poelman T.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 8 pagina 102 - 102


Deze review van de Cochrane Collaboration met een beperkt aantal heterogene studies van zwakke tot matige methodologische kwaliteit toont aan dat hydrocolloïdverbanden niet beter zijn dan conventionele verbanden om diabetische voetulcera te genezen.

Is klinisch onderzoek nuttig voor de diagnose van rotator cuff lijden?

Poelman T.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 6 pagina 68 - 69


Deze methodologisch correct uitgevoerde systematische review en meta-analyse toont aan dat geen enkele klinische test rotator cuff lijden goed kan aantonen of uitsluiten. Een externe en interne rotatie lag test lijken wel nuttig te zijn om een rotator cuff scheur respectievelijk aan te tonen en uit te sluiten. Er kan geen uitspraak gedaan worden over de gecombineerde diagnostische waarde van 2 of meer klinische testen, noch over de plaats van deze klinische testen in het test-diagnose-behandelingstraject.

Dit systematisch literatuuroverzicht van de Cochrane Collaboration kan niet aantonen dat voedingssupplementen een rol spelen voor de preventie of de behandeling van decubitus ulcera.

Uit deze open-label, multicenter RCT kunnen we besluiten dat er na 6 maanden geen klinisch relevant verschil is in ziektespecifieke en globale levenskwaliteit tussen laserbehandeling, sclerotherapie met schuim en heelkunde voor de behandeling van varices in de benen van volwassen patiënten.

Hoe helpen praktijkrichtlijnen de huisarts in zijn medisch handelen?

Anthierens S. , Poelman T.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 2 pagina 14 - 15


De resultaten van deze kwalitatieve studie tonen aan dat praktijkrichtlijnen moeten starten vanuit de eigen ervaringen van de arts en de specifieke omstandigheden van de eerstelijnspraktijk. Richtlijnen moeten ook activerende leermethoden bevatten die de dialoog en de reflectie bevorderen. Een gemakkelijke toegang tot korte richtlijnen en de mogelijkheid om feedback op eigen resultaten te krijgen, zijn bevorderende factoren.,

Van getal naar quote… Kwalitatief onderzoek: onbekend is onbemind

Poelman T.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 2 pagina 13 - 13

Aan welke criteria moet kwalitatief onderzoek voldoen?

Poelman T.

Minerva 2015 Vol 14 nummer 2 pagina 24 - 24


Deze systematische review van heterogene studies toont aan dat BIAsp 30 in vergelijking met IGlar op korte termijn resulteert in een statistisch significante maar klinisch weinig relevante verbetering van HbA1c bij patiënten met type 2-diabetes die onvoldoende onder controle zijn met orale antidiabetica. Deze studie zegt niets over de plaats van insuline-analogen ten opzichte van humane insulines.

Continue variabelen analyseren met ANCOVA

Poelman T.

Minerva 2014 Vol 13 nummer 8 pagina 103 - 103

Acupunctuur en counseling voor de aanpak van depressie in de eerste lijn

Declercq T. , Poelman T.

Minerva 2014 Vol 13 nummer 8 pagina 101 - 102


Voor patiënten met aanhoudende matige tot ernstige depressieve klachten ondanks gebruikelijke zorg (waaronder antidepressiva) kan acupunctuur of counseling op korte termijn een bijkomende verbetering van de depressieve symptomen geven.

Heeft het huidige borstkankerscreeningsprogramma nog een toekomst?

Poelman T.

Minerva 2014 Vol 13 nummer 6 pagina 66 - 66

Hoe een gestandaardiseerd gemiddeld verschil (SMD) interpreteren?

Poelman T.

Minerva 2014 Vol 13 nummer 4 pagina 51 - 51

Hoe een funnel plot interpreteren?

Poelman T.

Minerva 2014 Vol 13 nummer 2 pagina 25 - 25

Het effect van preventie: hoe denken onze patiënten daar zelf over?

Poelman T.

Minerva 2014 Vol 13 nummer 2 pagina 14 - 14


Er bestaat momenteel slechts één RCT met slechts 153 patiënten die rechtstreeks aantoont dat het dragen van compressiekousen na zes maanden gepaard gaat met minder recidieven van veneuze beenulcera. Deze RCT onderbouwt de huidige aanbevelingen. Het is momenteel echter niet duidelijk hoelang, welke sterkte en welk type van compressie de voorkeur geniet om een recidief van veneuze ulcera te vermijden.

Hazard Ratio versus Relatief Risico

Poelman T.

Minerva 2013 Vol 12 nummer 10 pagina 129 - 129

Propensity Score Matching

Poelman T.

Minerva 2013 Vol 12 nummer 8 pagina 103 - 103

Testen om gerust te stellen

Poelman T.

Minerva 2013 Vol 12 nummer 6 pagina 66 - 66

3x2 tabellen?

Poelman T.

Minerva 2013 Vol 12 nummer 4 pagina 51 - 51

Biedt borstvoeding bescherming tegen allergisch eczeem op kinderleeftijd?

Poelman T. , Van Winckel M.

Minerva 28 04 2013


Deze grote observationele studie toont aan dat borstvoeding niet beschermt tegen de ontwikkeling van allergisch eczeem op kinderleeftijd.

Dexamethasonzalf voor aften

De Weirdt S. , Poelman T.

Minerva 2013 Vol 12 nummer 2 pagina 23 - 24


Deze methodologisch goed opgezette studie besluit dat bij volwassen patiënten met terugkerende aften een kortdurende (5 dagen), topische behandeling met dexamethasonzalf werkzamer is dan placebo om de aften te verkleinen en meer pijnverlichting te bekomen. Deze lokale behandeling blijkt veilig te zijn op korte termijn.

Kortdurende en langdurige psychotherapie versus psychoanalyse

Pieters G. , Poelman T.

Minerva 2013 Vol 12 nummer 2 pagina 15 - 16


Deze quasi-gerandomiseerde studie met ernstige methodologische tekortkomingen laat niet toe om betrouwbare conclusies te trekken over het effect van verschillende vormen van kortdurende en langdurige psychotherapie ten opzichte van psychoanalyse bij personen met een depressieve stoornis of angststoornis.

Deze studie toont aan dat het laattijdig in plaats van vroegtijdig starten van psychostimulantia bij kinderen tussen 9 en 12 jaar gepaard gaat met een schoolse achteruitgang. Het studie-opzet maakt het echter onmogelijk te beoordelen of er een causaal verband bestaat tussen medicamenteuze behandeling van ADHD en voorkomen van schoolse achteruitgang.

Ischias: effectiviteit van verschillende invasieve en niet-invasieve behandelingsopties

Heytens S. , Poelman T.

Minerva 2012 Vol 11 nummer 10 pagina 123 - 124


Deze netwerk meta-analyse van een groot aantal heterogene studies toont aan dat niet-opioïde pijnstilling, epidurale injecties met corticosteroïden, discusheelkunde en chemonucleolyse in vergelijking met andere behandelingen effectief zijn op het vlak van globale verbetering bij de behandeling van ischias. Alleen voor heelkunde, de meest onderzochte behandeling, blijven de resultaten statistisch significant na uitsluiting van observationele studies. Wanneer en in welke volgorde heelkunde en andere therapiëen aan bod moeten komen tijdens de behandeling van ischias, blijft echter onduidelijk. Er bestaan geen argumenten voor het gebruik van opioïden.

Opsporen van risicopatiënten voor longkanker in de eerste lijn

Poelman T.

Minerva 2012 Vol 11 nummer 4 pagina 47 - 48


Deze studie besluit dat een diagnostisch algoritme bestaande uit symptomen en risicofactoren zou kunnen leiden tot de identificatie van een groep patiënten met verhoogd risico om binnen de twee jaar longkanker te krijgen. Deze winst gaat echter gepaard met een groot aantal vals-positieven. Of de implementatie van het algoritme ook zal leiden tot een daling van de (longkankerspecifieke) mortaliteit is niet uit deze studie af te leiden.

Corticosteroïdinfiltraties effectief voor het trochanter major pijnsyndroom?

Poelman T.

Minerva 2012 Vol 11 nummer 2 pagina 19 - 20


Deze open-label studie met subjectieve uitkomstmaten toont aan dat corticosteroïdinfiltraties in vergelijking met usual care, op korte termijn nuttig kunnen zijn voor de behandeling van trochanter major pijnsyndroom. Het verdwijnen van symptomen wordt echter vaag uitgedrukt en het effect op pijnreductie is klinisch niet relevant. Op lange termijn hebben corticosteroïdinfiltraties zelfs helemaal geen bewezen nut voor de behandeling van trochanter major pijnsyndroom.

Voorkomt cognitieve gedragstherapie recidieven van cardiovasculaire aandoeningen?

Poelman T. , Rogiers R.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 10 pagina 125 - 126


We kunnen besluiten dat een groepsprogramma met cognitieve gedragstherapie na het doormaken van een coronaire gebeurtenis het risico van herval van cardiovasculaire aandoeningen of een acuut myocardinfarct klinisch relevant vermindert. Deze studie laat echter niet toe om het netto-effect van cognitieve gedragstherapie te bepalen.

Is gekleurd sputum een reden om antibiotica voor te schrijven?

Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 10 pagina 121 - 122


Deze observationele studie toont aan dat het voorschrijven van antibiotica bij volwassen patiënten met acute hoest of vermoeden van lage luchtweginfectie en met gekleurd sputum en algemeen ziektegevoel, niet geassocieerd is met een snellere genezing.

Zijn antidepressiva en benzodiazepines effectief voor de behandeling van mineure depressie?

Declercq T. , Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 7 pagina 84 - 85


Deze studie kan niet aantonen dat er een klinisch relevant voordeel bestaat voor antidepressiva ten opzichte van placebo voor de aanpak van patiënten met een mineure depressie, waarvan de klinische entiteit in deze publicatie slecht gedefinieerd is. Over het gebruik van benzodiazepines bij mineure depressie kunnen we vooralsnog geen uitspraak doen, gezien geen enkel onderzoek beschikbaar is.

Therapeutische manoeuvres effectief voor benigne paroxismale positieduizeligheid?

Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 7 pagina 88 - 89


Deze systematische review van goede methodologische kwaliteit toont aan dat het Epley manoeuvre meer effect heeft dan een sham manoeuvre voor de behandeling van BPPD. We kunnen geen besluit formuleren over de plaats van het Epley manoeuvre ten opzichte van andere therapeutische manoeuvres en zelf uitgevoerde oefeningen.

Effect van een behandeling met vitamine B op de progressie van diabetische nefropathie

Hellemans R. , Poelman T. , Verpooten G.A.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 6 pagina 71 - 72


Deze RCT toont aan dat een hoog gedoseerd vitamine B-preparaat in vergelijking met placebo leidt tot een sterkere daling van GFR en een toename van vasculaire gebeurtenissen bij patiënten met diabetische nefropathie.

Behandeling van pityriasis versicolor

Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 5 pagina 62 - 63


Deze systematische review van studies met slechte methodologische kwaliteit toont aan dat verschillende topische en orale behandelingen effectiever zijn dan placebo voor de behandeling van pityriasis versicolor. Er kan echter niets besloten worden over een eerstekeuzebehandeling noch over de duur van de ingestelde behandeling. Over het effect van een preventieve behandeling met een topisch of oraal middel kan uit de bestaande literatuur niets besloten worden.

Wanneer patiënt en arts tegenstrijdige verwachtingen hebben...

Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 5 pagina 53 - 53

Jichtartritis: volstaat een lage dosis colchicine ?

Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 3 pagina 32 - 33


Deze placebogecontroleerde studie toont aan dat een lage dosis colchicine even effectief is als een hoge dosis om de pijn van een acute jichtaanval binnen 24 uur met meer dan 50% te doen dalen bij personen met gekende jichtartritis. Een lage dosis colchicine gaat hierbij gepaard met minder ongewenste effecten. Over de plaats van colchicine binnen het therapeutische arsenaal van acute jichtartritis kunnen we uit deze studie echter niets besluiten.

Is de klinische diagnose van jichtartritis door de huisarts betrouwbaar?

Poelman T.

Minerva 2011 Vol 10 nummer 3 pagina 30 - 31


Uit deze studie kunnen we besluiten dat de accuuraatheid van de klinische diagnose van jichtartritis door de huisarts toeneemt door het gebruik van een klinische predictieregel.

Handel en wandel van glucosamine en co.

Laekeman G. , Poelman T.

Minerva 28 03 2011


Ook deze netwerk meta-analyse kan geen klinisch relevant effect aantonen van glucosamine en/of chondroïtine voor de behandeling van knie-en heupartrose.

Combinatietherapie beter dan monotherapie bij rookstop?

Laekeman G. , Poelman T.

Minerva 25 11 2010


Deze studie met methodologische beperkingen toont aan dat een combinatietherapie van bupropion + nicotinezuigtabletten net als een combinatietherapie van nicotinepleisters + nicotinezuigtabletten leidt tot meer rookstop dan een monotherapie met bupropion of nicotinesubstitutie.

Het positieve effect van orale corticosteroïden op de genezing van Bell-paralyse is voldoende aangetoond. Momenteel is het niet bewezen dat het toevoegen van antivirale middelen (aciclovir, valaclovir, famciclovir) aan een behandeling met corticosteroïden de genezing van Bell-paralyse bevordert in vergelijking met corticosteroïden alleen.

Leven ouderen met overgewicht langer?

Poelman T.

Minerva 2010 Vol 9 nummer 7 pagina 74 - 75


Dit cohortonderzoek toont aan dat vrouwelijke zeventigplussers met overgewicht (BMI tussen 25 en 29,9) een lager risico hebben van vroegtijdig overlijden dan hun leeftijdsgenoten met een normaal gewicht (BMI tussen 18 en 24,9). De resultaten zijn bevestigd door andere cohort-onderzoeken met meer personen. Het is momenteel nog onduidelijk welk beleid we bij ouderen met een verhoogde BMI moeten voeren.

Compressietherapie als behandeling van veneuze beenulcera

Poelman T.

Minerva 2010 Vol 9 nummer 6 pagina 66 - 67


De methodologische kwaliteit van deze meta-analyse en van de geïncludeerde studies laat niet toe om relevante besluiten te trekken over een verschil in effectiviteit tussen compressietherapie met kousen of met verbanden. Andere studies hebben aangetoond dat voor een vlotte genezing van een veneus beenulcus een sterke compressietherapie in meerdere lagen aanbevolen is.

Individuele cognitieve gedragstherapie voor ouderen met depressie in de eerste lijn

Declercq T. , Poelman T.

Minerva 2010 Vol 9 nummer 6 pagina 70 - 71


Deze studie toont aan dat cognitieve gedragstherapie bij ouderen met depressie in de eerste lijn effectiever is dan ‘gewoon praten’. Er is echter geen bewijs van een klinisch relevant effect in vergelijking met ‘usual care’. Het effect van cognitieve gedragstherapie op depressie werd bovendien gemeten met een voor ouderen minder geschikte schaal. De plaats van cognitieve gedragstherapie als behandeling van depressie bij ouderen blijft dus ook na deze studie onduidelijk.

Diagnose van hoofdluis: hoofdinspectie of natkammen?

Poelman T. , Reusens N.

Minerva 2010 Vol 9 nummer 4 pagina 46 - 47


Deze studie toont aan dat de natkammethode veel gevoeliger is dan hoofdinspectie om levende hoofdluizen bij een persoon op te sporen. Om neten op te sporen is hoofdinspectie even gevoelig als natkammen.

Wat is de waarde van de elleboogextensietest om een fractuur uit te sluiten?

Poelman T.

Minerva 2009 Vol 8 nummer 10 pagina 150 - 151


Uit deze studie blijkt dat de elleboogextensietest op een adequate manier een elleboogfractuur kan uitsluiten bij volwassenen en kinderen die zich op spoedgevallen aanmelden met een elleboogtrauma. De test moet echter op een rationele manier gebruikt worden gezien de onzekerheid over de klinische relevantie van de vals-negatieven. De resultaten vragen bovendien bevestiging in de huisartsenpraktijk.

Vrouwen met verhoogd risico van borstkanker screenen met mammografie én echografie?

Bleyen L. , Poelman T.

Minerva 2009 Vol 8 nummer 10 pagina 146 - 147


Deze studie besluit dat een gecombineerd onderzoek van mammo- en echografie bij vrouwen met een verhoogd risico van borstkanker een hogere detectiegraad heeft dan mammografie alleen. Dit voordeel gaat gepaard met een toegenomen percentage van vals-positieven. De resultaten zijn bovendien niet geldig voor screening in de algemene populatie.

Een stapsgewijs zorgmodel voor preventie van angst en depressie op oudere leeftijd

Declercq T. , Poelman T.

Minerva 2009 Vol 8 nummer 9 pagina 132 - 133


Deze studie besluit dat het aanbieden van een stapsgewijs interventiemodel in de eerste lijn ter preventie van depressie en angststoornissen effectief is bij ouderen met symptomen van angst of depressiviteit nog onder de diagnostische drempel. Ze laat echter niet toe om te beoordelen of bepaalde onderdelen van deze complexe interventie meer effectief zijn, of de effecten op lange termijn standhouden en of de interventie kosteneffectief is.

Behandeling van acute jichtartritis met prednisolon?

Poelman T.

Minerva 2009 Vol 8 nummer 7 pagina 100 - 101


Deze studie kan geen significante verschillen in effectiviteit en ongewenste effecten aantonen tussen oraal prednisolon en oraal naproxen voor de behandeling van jichtartritis. De onderzoekers besluiten dat beide behandelingen klinisch equivalent zijn, maar omwille van belangrijke methodologische tekortkomingen moeten we deze conclusie in twijfel trekken.

Metformine bij zwangerschapsdiabetes?

Poelman T. , Van Pottelbergh I.

Minerva 2009 Vol 8 nummer 6 pagina 80 - 81


Deze studie bij vrouwen met zwangerschapsdiabetes toont aan dat metformine, alleen of in combinatie met insuline, niet méér perinatale complicaties veroorzaakt dan insuline. De langetermijneffecten op het kind zijn echter nog niet gekend. Voedings- en bewegingsadvies met eventueel toevoegen van insuline, blijft daarom de eerstekeuzebehandeling van zwangerschapsdiabetes.

Bevordert een mediterraan voedingspatroon de gezondheid?

Poelman T.

Minerva 2009 Vol 8 nummer 4 pagina 48 - 49


Deze studie toont aan dat een voedingspatroon gebaseerd op het mediterrane dieet, een belangrijk voordeel kan hebben op het vlak van de primaire preventie van globale en cardiovasculaire mortaliteit en van de preventie van kanker, ziekte van Alzheimer en Parkinson. Naast het aansporen tot meer beweging zouden voedingsadviezen een prominente rol moeten spelen in de primaire preventie van chronische aandoeningen.

Wondverbanden voor acute en chronische wonden

Beele H. , Poelman T.

Minerva 2008 Vol 7 nummer 10 pagina 150 - 151


Door de afwezigheid van studies van goede kwaliteit voor de behandeling van acute en chronische wonden, toont deze systematische review slechts een zwak niveau van bewijskracht aan voor het effect van de nieuwe wondverbanden in vergelijking met de conventionele verbanden.

Wat is het langetermijneffect van een behandeling van ADHD?

Declercq T. , Poelman T.

Minerva 2008 Vol 7 nummer 8 pagina 122 - 123


Uit de literatuur blijkt dat geneesmiddelen een belangrijke hoeksteen vormen in de behandeling van kinderen met vooral ernstigere vormen van ADHD. Deze studie besluit dat de winst van een intensieve medicamenteuze aanpak ten opzichte van andere behandelingsstrategieën, bekomen na 14 maanden, verdwijnt na 36 maanden opvolging. Door het ontbreken van een placebogroep en omwille van andere methodologische tekortkomingen kunnen we echter geen definitieve besluiten trekken over het langetermijneffect van een medicamenteuze behandeling. Het voordeel van een intensieve medicamenteuze behandeling is bewezen op korte termijn. De winst en de veiligheid van een dergelijke therapie op middellange en lange termijn moeten nog worden aangetoond.

Prednisolon of prednisolon samen met aciclovir voor de behandeling van Bell-paralyse?

Poelman T.

Minerva 2008 Vol 7 nummer 8 pagina 126 - 127


Deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie toont aan dat het herstel van Bell-paralyse significant verbetert met 25 mg prednisolon bid gedurende tien dagen en toegediend binnen de 72 uur na aanvang van de symptomen. Aciclovir in monotherapie of als adjuvans aan prednisolon geeft geen enkele winst op het herstel.

Effect op lange termijn van een medicamenteuze behandeling van obesitas en overgewicht

Donders J. , Poelman T.

Minerva 2008 Vol 7 nummer 7 pagina 104 - 105


Deze meta-analyse toont aan dat sibutramine, orlistat of rimonabant kunnen bijdragen tot gewichtsverlies bij obese patiënten met een gemiddelde BMI van 35 bij wie een dieet niet volstaat. Het gewichtsverlies is echter gering, niet blijvend en moet worden afgewogen tegen de ongewenste effecten zoals bloeddrukstijging met sibutramine en psychiatrische problemen met rimonabant. Het effect op diabetes is onvoldoende onderzocht en het effect op harde eindpunten zoals cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is onbekend.

Veneuze chirurgie als adjuvante behandeling voor veneuze beenulcera

Poelman T.

Minerva 2008 Vol 7 nummer 2 pagina 24 - 25


Deze studie toont aan dat oppervlakkige veneuze heelkunde samen met compressietherapie geen invloed heeft op de heling van een bestaand ulcus. Heelkunde verlaagt wel significant de recidiefkans na drie jaar. Deze studie laat echter niet toe om te bepalen welke patiënten meer baat zullen hebben bij een dergelijke heelkundige ingreep.

Zijn corticosteroïdinfiltraties effectief bij carpaletunnelsyndroom?

Poelman T.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 10 pagina 158 - 159


Deze systematische review toont aan dat bij patiënten met (ernstig) carpaletunnelsyndroom een infiltratie met corticosteroïden na één maand meer subjectieve verbetering van de klachten geeft dan placebo. Na meer dan één maand was er geen verschil meer merkbaar. Het effect van corticosteroïdinfiltraties vergeleken met andere conservatieve behandelingen moet verder onderzocht worden.

Voorkomt sojavoeding voedingsallergie bij jonge kinderen?

Baeck N. , Hoffman I. , Poelman T. , Ysenbaert T.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 10 pagina 156 - 157


Uit deze meta-analyse blijkt dat geadapteerde sojavoeding niet beter is dan geadapteerde koemelk in de preventie van allergie op kinderleeftijd bij zuigelingen met een hoog risico van allergie (eerstegraadsverwant met allergie). Bij deze kinderen blijft langdurige borstvoeding tot één jaar na de geboorte de eerste keuze om allergie op latere leeftijd te vermijden.

Bloeddrukverhogende manoeuvres ter preventie van recidiverende vasovagale syncopes

Poelman T.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 8 pagina 124 - 125


Deze studie toont aan dat bloeddrukverhogende manoeuvres recidiverende syncopes met prodromale symptomen kunnen voorkomen. Een placebo-effect kan echter niet uitgesloten worden. Het is een eenvoudige en kosteloze interventie die bovendien vrij is van ongewenste effecten. Het lijkt daarom de moeite om deze aanpak aan te bevelen bij patiënten met recidiverende syncopes én prodromale symptomen.

Met CPAP minder slaperig bij milde vorm van slaapapnoesyndroom?

Pevernagie D. , Poelman T.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 7 pagina 108 - 109


Deze studie bij patiënten met mild tot matig slaapapnoesyndroom besluit dat CPAP versus placebo het subjectieve gevoel van slaperigheid overdag vermindert. De geïncludeerde studies zijn echter van korte duur en het vastgestelde effect is klinisch weinig relevant. Er is nog weinig bekend over de gezondheidsrisico’s bij milde en matige vormen van OSAS. Daarnaast is CPAP een ingrijpende behandeling. Routinematig voorschrijven van CPAP is daarom bij deze patiënten momenteel niet aangewezen. Dit geldt echter niet voor patiënten met ernstige vormen van OSAS.

Vitamine K bij overanticoagulatie

Poelman T.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 6 pagina 91 - 92


Deze meta-analyse besluit dat een snellere normalisatie van een INR >4 met orale of intraveneuze toediening van vitamine K aangewezen is. De meta-analyse zelf en de geïncludeerde studies vertonen echter belangrijke methodologische tekortkomingen. Er is onvoldoende onderzocht of toediening met vitamine K ook leidt tot minder bloedingen en er is onvoldoende bekend over de mogelijke ongewenste effecten van vitamine K (voornamelijk trombo-embolie) voor deze indicatie.

Koolhydraatarme diëten versus vetarme diëten

Muls E. , Poelman T. , Vandenbroucke M.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 6 pagina 95 - 96


Uit deze studie blijkt dat koolhydraatarme diëten na één jaar evenveel gewichtsverlies geven als vetarme caloriearme diëten. Er werd niet vergeleken met de combinatie van een hypocalorisch dieet én lichaamsbeweging, waarvan het nut in de preventie van diabetes en hypertensie wel is aangetoond. Bovendien zijn er over de invloed van koolhydraatarme diëten op cardiovasculair risico geen gegevens beschikbaar, zodat dergelijke diëten momenteel niet aangewezen zijn.

Antirefluxbehandeling bij chronische hoest

Poelman T.

Minerva 2007 Vol 6 nummer 3 pagina 47 - 49


Uit deze systematische review en meta-analyse van kleinschalige, klinisch sterk heterogene, gerandomiseerde studies kan men besluiten dat een antirefluxbehandeling geen significant effect heeft bij volwassenen en kinderen met chronische niet-specifieke hoest en geassocieerde gastro-oesofageale refluxziekte.

Buccaal midazolam versus rectaal diazepam voor epileptische aanvallen bij kinderen

De Jaeger A. , Poelman T.

Minerva 2006 Vol 5 nummer 10 pagina 168 - 169


Deze studie toont aan dat buccale toediening van midazolam op een spoedgevallendienst een effectief en veilig alternatief is voor rectaal diazepam bij persisterende tonisch-clonische aanvallen bij kinderen. Er zijn echter methodologische tekortkomingen die de resultaten kunnen vertekenen. Daarbij zijn de geïncludeerde kinderen niet representatief voor een eerstelijnspopulatie (aanvallen duurden me-diaan 30 tot 40 minuten en een derde werd reeds buiten het zieken-huis behandeld met rectaal diazepam). Er zijn nog onvoldoende gegevens over de veiligheid. Grotere studies buiten het ziekenhuis zijn nodig om de plaats van buccale toediening van midazolam in de eerstelijnsbehandeling van status epilepticus te bepalen.

Pimecrolimus en tacrolimus bij atopische dermatitis

Morren M.A. , Poelman T.

Minerva 2006 Vol 5 nummer 7 pagina 116 - 118


Deze meta-analyse toont aan dat bij patiënten met atopisch eczeem op korte termijn (drie weken) tacrolimus 0,03% en 0,1% effectiever zijn dan zwak werkzame topische corticosteroïden. Enkel tacrolimus 0,1% is even effectief als sterk werkzame corticosteroïden. Studies uitgevoerd bij corticosteroïdresistente atopische dermatitis en langetermijnstudies (>12 maanden) met klinisch relevante uitkomstmaten, zoals herval, levenskwaliteit, nevenwerkingen (waaronder huidatrofie en huidkanker) en kosten, ontbreken. Omwille van het mogelijk carcinogene effect kunnen deze producten in België slechts door dermatologen worden voorgeschreven.

Zijn corticoïdinfiltraties effectief bij gonartrose?

Poelman T.

Minerva 2006 Vol 5 nummer 3 pagina 42 - 44


Deze meta-analyse van kleinschalige en klinisch sterk heterogene studies in het hospitaal toont aan dat intra-articulaire infiltraties met corticosteroïden bij patiënten met gonartrose versus placebo gedurende één week verbetering geven van de pijn. Er is onvoldoende evidentie voor een effect op lange termijn. Gegevens over veiligheid ontbreken. Op basis van de momenteel beschikbare evidentie is er daarom geen plaats voor intra-articulaire corticosteroïdinfiltraties in de behandeling van gonartrose in de eerste lijn.

Thuisgebaseerde aanpak van depressie bij bejaarden

Poelman T. , Rogiers R.

Minerva 2005 Vol 4 nummer 9 pagina 147 - 149


Deze studie toont aan dat een beperkt aantal cognitief gedragstherapeutische interventies door getrainde maatschappelijk werkers bij bejaarde patiënten, depressieve symptomen kunnen reduceren en het globale welbevinden verhogen. Het gaat echter om een geselecteerde oudere populatie in de Verenigde Staten met veel somatische comorbiditeit en beperkte financiële middelen, die moeilijk bereikbaar is en sociaal geïsoleerd leeft. Het is niet duidelijk in hoeverre deze resultaten van toepassing zijn in onze huisartsgeneeskundige zorg.

Elastische confectiekousen ter preventie van posttrombotisch syndroom

Poelman T.

Minerva 2005 Vol 4 nummer 6 pagina 96 - 98


Uit deze studie blijkt dat bij patiënten met een diepe veneuze trombose, die naast een behandeling met anticoagulantia gedurende twee jaar elastische confectiekousen dragen, de kans op posttrombotisch syndroom met ongeveer de helft gereduceerd kan worden.

Verhogen vliegtuigreizen de kans op veneuze trombo-embolie?

Poelman T.

Minerva 2005 Vol 4 nummer 4 pagina 61 - 63


Deze systematische review en bijkomende studies vinden geen evidentie dat vliegtuigreizen het risico van trombo-embolie verhogen. Verschillende studies geven wel argumenten om aan te nemen dat lange (>8 uur) vliegtuigreizen, vooral bij passagiers met bijkomende risicofactoren, het risico verhogen. Hygiënische maatregelen zouden vooral bij deze passagiers kunnen worden aangeraden. Het nut van elastische compressiekousen en profylactisch toedienen van anticoagulantia is nog onvoldoende aangetoond.

Ijzersuppletie zinvol bij onverklaarde moeheid?

Poelman T.

Minerva 2004 Vol 3 nummer 6 pagina 94 - 95


Bij vrouwen tussen 25 en 45 jaar oud met onverklaarde moeheid en een laag ferritinegehalte (<50 µg/l) kan ijzersuppletie worden overwogen.Toch is het nog te vroeg om bepaling van ijzerstatus en eventuele behandeling met ijzersuppletie systematisch aan te bevelen. Grootschaliger en langduriger placebogecontroleerd onderzoek met algemene gezondheidsschalen is nodig om te bepalen welke vrouwen het meeste baat zullen hebben bij ijzersuppletie.

Lokale behandeling van wratten

Poelman T.

Minerva 2003 Vol 2 nummer 4 pagina 67 - 68


Salicylzuur lijkt het meest aangewezen voor de lokale behandeling van virale wratten in de huisartspraktijk. De effectiviteit van lokaal aangebracht salicylzuur is goed onderbouwd en de nevenwerkingen zijn mild.

Galantamine

Poelman T.

Minerva 2002 Vol 1 nummer 8 pagina 6 - 7


Er is nog onvoldoende onderbouwing om galantamine systematisch voor te schrijven bij patiënten met Alzheimerdementie. Het is nog onduidelijk wat de klinische en maatschappelijke relevantie is van het geringe effect dat in deze ene studie met galantamine werd vastgesteld.