Andere artikels van Chevalier P.
-
Controverse over medische hulpmiddelen
Minerva 2010 9(6); P61-61
-
Nut van inhalatiecorticosteroïden bij RSV-infectie?
Minerva 2010 9(6); P64-65
-
Continue medische navorming: de leesmodules van Minerva
Minerva 2010 9(5); P49-49
-
Valpreventie bij thuiswonende ouderen
Minerva 2010 9(5); P50-51
-
Dabigatran of warfarine bij voorkamerfibrillatie?
Minerva 2010 9(5); P58-59
-
Methodologische kwaliteit en bias in RCT’s
Minerva 2010 9(5); P60-60
-
Hoe eindpunten van een studie de uitkomst kunnen veranderen: van protocol tot publicatie
Minerva 2010 9(4); P37-37
-
Langwerkende calciumantagonisten voor chronisch coronair hartlijden
Minerva 2010 9(4); P40-41
-
Cardiovasculaire veiligheid van tiotropium
Minerva 2010 9(4); P44-45
-
Persisterend astma: LABA toevoegen aan inhalatiecorticosteroïden als initiële behandeling?
Minerva 2010 9(3); P28-29
-
Diclofenac bij artrose van de hand
Minerva 2010 9(3); P32-33
-
Steekproefgrootte van een studie. Rapportering van de steekproefberekening in gepubliceerde studies
Minerva 2010 9(3); P36-36
-
Betekent het toepassen van richtlijnen ook winst voor de gezondheid?
Minerva 2010 9(3); P25-25
-
Patellofemoraal pijnsyndroom: voetorthesen of kinesitherapie?
Minerva 2010 9(2); P18-19
-
Screening van abdominaal aneurysma
Minerva 2010 9(2); P22-22
-
CT-scan voor screening van colorectale kanker
Minerva 2010 9(2); P23-23
-
Testen voor colorectale kanker en geneesmiddelen met risico van gastro-intestinale bloedingen
Minerva 2010 9(2); P23-23
-
COPD: inhalatiecorticosteroïden en pneumonie
Minerva 2010 9(2); P24-24
-
Risico/batenverhouding van geneesmiddelen: blijvende evaluatie noodzakelijk
Minerva 2010 9(1); P1-1
-
Acute appendicitis: antibiotica een alternatief voor appendectomie?
Minerva 2010 9(1); P2-3
-
Stabiele angor: medicamenteuze behandeling of interventie?
Minerva 2010 9(1); P11-11
-
ADVANCE-studie bij patiënten met diabetes en voorkamerfibrillatie
Minerva 2010 9(1); P10-10
-
Perifeer vaatlijden en aspirine
Minerva 2010 9(1); P10-10
-
Stabiele angor: dezelfde aanpak in het geval van diabetes
Minerva 2010 9(1); P11-11
-
Intention to treat analyse
Minerva 2010 9(1); P12-12
-
Preventieve inhalatie met fluticason bij jonge kinderen
Minerva 2009 8(10); P152-152
-
Inhalatiecorticosteroïden bij jonge kinderen
Minerva 2009 8(10); P152-152
-
Budesonide en formoterol voor astma-exacerbaties?
Minerva 2009 8(10); P140-141
-
Sertraline: betere keuze bij majeure depressie?
Minerva 2009 8(9); P130-131
-
Clopidogrel en aspirine bij voorkamerfibrillatie
Minerva 2009 8(9); P134-135
-
Metformine toevoegen aan insuline: effectief op lange termijn?
Minerva 2009 8(9); P123-123
-
Nieuwe antidepressiva: een betere keuze?
Minerva 2009 8(9); P128-129
-
Netwerk meta-analyses: directe en indirecte vergelijkingen
Minerva 2009 8(9); P136-136
-
Lumbale steun bij subacute lagerugpijn
Minerva 2009 8(8); P120-120
-
Effect van candesartan op diabetische retinopathie
Minerva 2009 8(8); P110-111
-
Buflomedil voor cardiovasculaire preventie bij vaatlijden?
Minerva 2009 8(8); P116-117
-
Candesartan en retinopathie bij type 1-diabetes
Minerva 2009 8(8); P118-118
-
Chondroïtine en gonartrose
Minerva 2009 8(8); P119-119
-
Longrevalidatie en COPD
Minerva 2009 8(8); P120-120
-
Maculadegeneratie bij de vrouw: zijn antioxidantia effectief?
Minerva 2009 8(8); P108-109
-
Ziekte van Alzheimer: antipsychotica en mortaliteitsrisico
Minerva 2009 8(7); P102-102
-
Antidepressiva voor de symptomen van fibromyalgie
Minerva 2009 8(7); P103-103
-
Equivalentiestudies tegenover inferioriteits- en superioriteitsstudies
Minerva 2009 8(7); P104-104
-
Uitgesteld gebruik van antibiotica
Minerva 2009 8(7); P89-89
-
COPD: welke inhalatietherapie?
Minerva 2009 8(7); P103-103
-
Intensieve controle van type 2-diabetes en cardiovasculaire preventie
Minerva 2009 8(6); P84-85
-
Controle van type 2-diabetes: wat is er nieuw voor de praktijk?
Minerva 2009 8(6); P73-73
-
Cardiovasculair voordeel van intensieve glykemiecontrole?
Minerva 2009 8(6); P82-83
-
Non-inferioriteitsstudies: het nut, de beperkingen en de valkuilen
Minerva 2009 8(6); P88-88
-
Ademtherapie bij astma
Minerva 2009 8(5); P64-65
-
Acne: benzoylperoxide, clindamycine of beide?
Minerva 2009 8(5); P70-70
-
Dipyridamol en aspirine na CVA of TIA
Minerva 2009 8(5); P71-71
-
Is er nog een plaats voor rosiglitazon?
Minerva 2009 8(5); P71-71
-
Orale antidiabetica en cardiovasculaire accidenten
Minerva 2009 8(5); P72-72
-
Oefeningen als preventie van valpartijen bij ouderen
Minerva 2009 8(5); P72-72
-
Generieken in de praktijk - Tussen utopie en prozaïsme
Minerva 2009 8(5); P57-57
-
De klinische equivalentie van generieken
Minerva 2009 8(4); P41-41
-
Antiseptische mondspoelingen voor de behandeling van halitose
Minerva 2009 8(4); P46-47
-
Inhalatiecorticosteroïden bij astma: dosis?
Minerva 2009 8(4); P55-55
-
Aspirine en diabetes: niet in primaire preventie
Minerva 2009 8(4); P55-55
-
Samengestelde eindpunten: hoe klinisch interpreteren?
Minerva 2009 8(4); P56-56
-
Behandeling van menstruele migraine
Minerva 2009 8(3); P28-29
-
Fibromyalgie en pregabaline
Minerva 2009 8(3); P38-38
-
Fibromyalgie en antidepressiva
Minerva 2009 8(3); P38-38
-
Geneesmiddelen bij kankergerelateerde vermoeidheid
Minerva 2009 8(3); P39-39
-
Antipsychotica bij dementie
Minerva 2009 8(3); P39-39
-
Glucosamine en/of chondroïtine, en gewrichtsruimte
Minerva 2009 8(3); P40-40
-
Oefeningen bij kankergerelateerde vermoeidheid
Minerva 2009 8(3); P40-40
-
EBM, de klacht van de patiënt of technisch onderzoek
Minerva 2009 8(2); P13-13
-
Tiotropium en verloop van de éénsecondewaarde bij COPD
Minerva 2009 8(2); P14-15
-
Veiligheid van langwerkende ß2-mimetica bij COPD
Minerva 2009 8(2); P23-23
-
Gedragstherapie voor urge-incontinentie
Minerva 2009 8(2); P20-21
-
Relevantie van wetenschappelijke gegevens voor de klinische praktijk
Minerva 2009 8(2); P24-24
-
Duloxetine: minder pijn bij fibromyalgie?
Minerva 2009 8(1); P6-7
-
Aspirine voor alle patiënten met diabetes?
Minerva 2009 8(1); P8-9
-
Een korset dragen: effectief bij lagerugpijn?
Minerva 2009 8(1); P10-10
-
QRISK2: evaluatie van het cardiovasculaire risico
Minerva 2009 8(1); P11-11
-
Number Needed to Treat
Minerva 2009 8(1); P12-12
-
De dokter heeft me grondig onderzocht…
Minerva 2009 8(1); P1-1
-
‘Seeding trials’: zaaien om winst te oogsten?
Minerva 2008 7(10); P145-145
-
Na majeure electieve orthopedische ingreep: eerder rivaroxaban dan een heparine met laag moleculair gewicht?
Minerva 2008 7(10); P148-149
-
Telmisartan voor patiënten met hoog cardiovasculair risico en intolerantie voor ACE-inhibitoren?
Minerva 2008 7(10); P152-153
-
Telmisartan na CVA?
Minerva 2008 7(10); P154-154
-
Neemt het risico van CVA toe met COXIBS of met alle NSAID’s?
Minerva 2008 7(10); P154-154
-
Betere valpreventie door toepassing op ruime schaal van interventies met bewezen effect?
Minerva 2008 7(10); P155-155
-
Neuroleptica bij patiënten met dementie: verderzetten of stoppen?
Minerva 2008 7(10); P155-155
-
Meta-analyses: hetzelfde onderwerp, uiteenlopende resultaten…
Minerva 2008 7(10); P156-156
-
Zorg bij het levenseinde: is er ook hier nood aan ’evidentie’?
Minerva 2008 7(9); P129-129
-
Palliatieve zorg bij het levenseinde: zijn er bewijzen?
Minerva 2008 7(9); P132-135
-
EBM-begrippen: Evaluatie van de kwaliteit van studies
Minerva 2008 7(9); P144-144
-
Sartanen of ACE-inhibitoren voor patiënten met een hoog vasculair risico?
Minerva 2008 7(8); P116-117
-
Cardiovasculair risico van celecoxib
Minerva 2008 7(8); P120-121
-
Naftidrofuryl voor claudicatio intermittens
Minerva 2008 7(8); P124-125
-
Vervolg op...Glucosamine: evenmin effectief voor heupartrose
Minerva 2008 7(8); P128-128
-
Vervolg op...Het nut van gliptinen: meer vragen dan zekerheden
Minerva 2008 7(8); P128-128
-
Editoriaal: De krab en de taart
Minerva 2008 7(8); P113-113
-
Urine-incontinentie bij vrouwen: niet-chirurgische behandelingen
Minerva 2008 7(7); P102-103
-
Intensiteit van glykemiecontrole en cardio- (micro- en macro-)vasculair risico
Minerva 2008 7(7); P108-109
-
Rimonabant: risico’s bevestigd
Minerva 2008 7(7); P111-111
-
Korset als behandeling van recidiverende lagerugpijn
Minerva 2008 7(7); P111-111
-
Wel of geen LOCF ? Wanneer gegevens ontbreken…
Minerva 2008 7(7); P112-112
-
Antidepressiva voor niet-specifieke lagerugpijn?
Minerva 2008 7(6); P84-85
-
Individuele educatie voor patiënten met lagerugpijn
Minerva 2008 7(6); P86-87
-
Complexe interventies voor het behoud van autonomie bij thuiswonende ouderen
Minerva 2008 7(6); P90-91
-
Editoriaal: Voorkomen of creëren van ziekte?
Minerva 2008 7(6); P81-81
-
Editoriaal: Vertrouwen en financiën
Minerva 2008 7(5); P65-65
-
Pijnlijke otitis media acuta: nut van een lokaal anestheticum?
Minerva 2008 7(5); P78-79
-
Lokaal of oraal ibuprofen: de keuze van de patiënt?
Minerva 2008 7(5); P80-80
-
Minder antibiotica, minder resistentie?
Minerva 2008 7(4); P52-53
-
NSAID’s voor lage rugpijn?
Minerva 2008 7(4); P56-57
-
Lokaal of oraal ibuprofen voor pijnlijke knieartrose?
Minerva 2008 7(4); P62-63
-
EBM-begrippen: een meta-analyse kritisch lezen…
Minerva 2008 7(4); P64-64
-
Editoriaal: Prijsbewust voorschrijven?
Minerva 2008 7(3); P33-33
-
Aspirineresistentie en toegenomen cardiovasculair risico?
Minerva 2008 7(3); P36-37
-
De invloed van antidiabetica op diabetici met hartfalen
Minerva 2008 7(3); P40-41
-
Statines en diabetes: (n)iets nieuws?
Minerva 2008 7(3); P42-43
-
Valpreventie: multifactoriële evaluatie en doelgerichte interventie
Minerva 2008 7(3); P46-47
-
Rosiglitazon: bevestiging van het cardiovasculaire risico
Minerva 2008 7(3); P48-48
-
COPD: longrevalidatie en zuurstoftherapie
Minerva 2008 7(2); P32-32
-
Onmiddellijk of conventioneel starten met de pil?
Minerva 2008 7(2); P32-32
-
Editoriaal: Preventie in een ruimer kader
Minerva 2008 7(2); P17-17
-
De rol van inhalatiemedicatie bij de behandeling van stabiele COPD
Minerva 2008 7(2); P18-19
-
COPD: LABA plus inhalatiecorticosteroïden of tiotropium?
Minerva 2008 7(2); P20-21
-
Inhalatiecorticosteroïden ter preventie van inspanningsbronchoconstrictie?
Minerva 2008 7(2); P30-31
-
Aspirine of aspirine én anticoagulans bij perifeer arterieel vaatlijden?
Minerva 2008 7(1); P6-7
-
Associatie van clopidogrel en aspirine: niets nieuws
Minerva 2008 7(1); P16-16
-
Heupprotectoren: nog steeds geen bewijs voor preventie van fracturen
Minerva 2008 7(1); P16-16
-
Pioglitazon: cardiovasculair risico vergeleken met rosiglitazon en andere orale antidiabetica
Minerva 2008 7(1); P2-3
-
Meta-analyses: de evaluatie van methodologische kwaliteit
Minerva 2007 6(10); P166-166
-
Is noodanticonceptie effectiever wanneer ze op voorhand wordt afgeleverd?
Minerva 2007 6(9); P144-145
-
Calciumsupplementen ter preventie van fracturen
Minerva 2007 6(9); P146-147
-
Heterogeniteit in systematische reviews en meta-analyses
Minerva 2007 6(9); P150-150
-
Editoriaal: Socio-economische achterstelling: een risicofactor om rekening mee te houden
Minerva 2007 6(9); P135-135
-
Combinatie ACE-inhibitor en diureticum voor alle diabetici?
Minerva 2007 6(9); P140-141
-
Editoriaal: Registratie van geneesmiddelen: een verhaal zonder einde…
Minerva 2007 6(8); P119-119
-
De cardiovasculaire risico’s van rosiglitazon
Minerva 2007 6(8); P126-127
-
Chondroïtine voor gonartrose of coxartrose
Minerva 2007 6(8); P130-131
-
Preventie van recidiverend ulcus: COXIB of COXIB + PPI?
Minerva 2007 6(8); P132-133
-
Publicatiebias opsporen en corrigeren
Minerva 2007 6(8); P134-134
-
Langwerkende beta-2-mimetica versus leukotrieenantagonisten toegevoegd aan inhalatiecorticosteroïden bij chronisch astma
Minerva 2007 6(7); P104-105
-
Homocysteïne verlagen heeft geen effect op risico van trombo-embolie
Minerva 2007 6(7); P112-113
-
Aspirine in cardiovasculaire preventie: welke dosis?
Minerva 2007 6(7); P116-117
-
HPV-vaccin en cervixlesies
Minerva 2007 6(7); P118-118
-
Screening van abdominale aorta aneurysmata
Minerva 2007 6(7); P118-118
-
Opioïden bij chronische lage rugpijn
Minerva 2007 6(6); P87-88
-
Trommelvliesbuisjes en otitis media met effusie
Minerva 2007 6(6); P101-101
-
Topische NSAID's bij artrose
Minerva 2007 6(6); P101-101
-
Multidisciplinaire samenwerking voor depressie
Minerva 2007 6(5); P70-72
-
Astma en langwerkende bèta2-mimetica
Minerva 2007 6(5); P74-76
-
Editoriaal: Patiënten informeren: relevant en onafhankelijk
Minerva 2007 6(6); P86-86
-
Editoriaal: Belangenvermenging: de Californische zon achterna?
Minerva 2007 6(4); P52-52
-
Etoricoxib en diclofenac: dezelfde gastro-intestinale veiligheid?
Minerva 2007 6(4); P65-67
-
Editoriaal: Achter de schermen van de navorming: de promotie van gabapentine
Minerva 2007 6(3); P35-35
-
Anticholinergica eerste keuze bij COPD?
Minerva 2007 6(3); P38-40
-
Drie vragen om urge- van stressincontinentie te onderscheiden
Minerva 2007 6(3); P41-43
-
Inhalatiecorticosteroïden bij jonge kinderen met hoog risico van astma
Minerva 2007 6(3); P45-47
-
Hypolipemiërende middelen: verschil in effectiviteit tussen patiënten met of zonder diabetes?
Minerva 2007 6(2); P19-21
-
Editoriaal: Systematische reviews en meta-analyses: een inleiding
Minerva 2007 6(2); P18-18
-
Vergemakkelijkt medicamenteuze behandeling de passage van ureterstenen?
Minerva 2007 6(2); P26-27
-
Welke kinderen met OMA hebben baat bij antibiotica?
Minerva 2007 6(2); P32-33
-
Vitamine B12 oraal of intramusculair toedienen?
Minerva 2007 6(2); P28-29
-
Etoricoxib en diclofenac: identiek cardiovasculair risico?
Minerva 2007 6(1); P12-14
-
Editoriaal: De valkuilen van subgroepanalyses
Minerva 2006 5(10); P154-154
-
Coxibs, andere NSAID’s en cardiovasculair risico
Minerva 2006 5(10); P161-163
-
Glucosamine en/of chondroïtine voor gonartrose?
Minerva 2006 5(9); P148-150
-
Editoriaal: Hoop die we ons niet kunnen veroorloven
Minerva 2006 5(8); P120-120
-
Colorectale kanker opsporen met bariumcontrast, CT-scan of coloscopie?
Minerva 2006 5(8); P128-131
-
Fusidinezuur bij acute conjunctivitis
Minerva 2006 5(8); P133-135
-
Editoriaal: Sociaal-economische ongelijkheid, medisch zorggebruik, gezondheid en de illusie van globaliteit
Minerva 2006 5(7); P103-103
-
Dipyridamol toevoegen aan aspirine na ischemisch CVA?
Minerva 2006 5(7); P104-106
-
Editoriaal: Huisarts en verpleegkundige: partners in de opvolging van chronische patiënten?
Minerva 2006 5(6); P86-86
-
Paracetamol of NSAID’s voor posttraumatische pijn?
Minerva 2006 5(6); P93-95
-
Vitaminen en mineralen: geen effect op infecties bij ouderen
Minerva 2006 5(6); P95-97
-
Clopidogrel plus aspirine versus aspirine alleen in cardiovasculaire preventie
Minerva 2006 5(5); P76-79
-
Behandeling van oculaire hypertensie en glaucoom
Minerva 2006 5(3); P46-48
-
De rol van vitamine D in fractuurpreventie
Minerva 2006 5(2); P26-28
-
Opioïden of NSAID’s bij nierkolieken?
Minerva 2006 5(2); P32-33
-
Editoriaal: Wetenschappelijke evidentie en terugbetaling van medicatie
Minerva 2006 5(2); P18-18
-
Ximelagatran in de behandeling van DVT en VKF
Minerva 2006 5(1); P10-14
-
Editoriaal: Evaluatie van nieuwe geneesmiddelen: ‘superieur’, ‘equivalent’ of ‘niet-inferieur’?
Minerva 2005 4(10); P154-154
-
Carpaletunnelsyndroom: corticoïdinfiltraties of chirurgie?
Minerva 2005 4(10); P168-169
-
Antibacteriële behandeling van acne
Minerva 2005 4(8); P133-135
-
Hormonale substitutie: niet effectief bij urinaire incontinentie?
Minerva 2005 4(7); P108-110
-
Effect van NSAID’s bij artrose van de knie
Minerva 2005 4(7); P117-118
-
Fysieke training versus PTCA bij stabiele angor
Minerva 2005 4(6); P95-96
-
Endarterectomie bij asymptomatische carotisstenose
Minerva 2005 4(5); P75-77
-
Endarterectomie bij symptomatische carotisstenose
Minerva 2005 4(5); P78-80
-
Editoriaal: EBM en financiële problemen bij de patiënt
Minerva 2005 4(4); P52-52
-
Lokale NSAID's bij artrose
Minerva 2005 4(4); P63-65
-
Wat is de beste strategie om longembolie uit te sluiten?
Minerva 2005 4(3); P38-40
-
Antibiotica ter preventie van meningokokkenziekte?
Minerva 2005 4(2); P21-23
-
Captopril en valsartan na myocardinfarct met hartfalen
Minerva 2005 4(1); P14-16
-
Observaties, zekerheden en toeval
Minerva 2004 3(7); P103-103
-
Rol voor adenoïdectomie in recideverende OMA bij jonge kinderen?
Minerva 2004 3(7); P116-118
-
De Ottawa knieregels
Minerva 2004 3(6); P100-101
-
Doxazosine en finasteride bij benigne prostaathypertrofie
Minerva 2004 3(5); P72-75
-
Lokale behandeling van otitis externa
Minerva 2004 3(5); P83-84
-
Evaluatie van het cardiovasculair risico: de verschillende risicotabellen doorgelicht
Minerva 2004 3(3); P36-40
-
Pneumokokkenvaccinatie ter preventie van otitis media
Minerva 2004 3(1); P9-11
-
Stopt acarbose cardiovasculaire complicaties bij diabetes ?
Minerva 2004 3(1); P14-16
-
Preventie van NSAID-gerelateerde ulcera: celecoxib is niet beter
Minerva 2003 2(8); P124-125
-
Cox-2 selectieve NSAID's: evaluatie na vijf jaar
Minerva 2003 2(8); P126-129
-
Heupprotectoren ter preventie van heupfracturen
Minerva 2003 2(8); P133-134
-
Ottawa enkelregels ter uitsluiting van een fractuur
Minerva 2003 2(7); P111-113
-
Preventie van OMA bij risicokinderen met een bovenste luchtweginfectie
Minerva 2003 2(5); P76-77
-
'Pre-validatie' en valpreventie bij kwetsbare bejaarden
Minerva 2003 2(4); P59-62
-
Fondaparinux in de preventie van trombo-embolie na heupoperatie
Minerva 2003 2(3); P40-42
-
De M.O.L.
Minerva 2003 2(2); P22-22
-
Systematisch trommelvliesbuisjes bij OME?
Minerva 2002 1(9); P28-28
-
Sildenafil: risico bij mannen met coronaire pathologie?
Minerva 2002 31(7); P374-376
-
Editoriaal: EBM: bron van spanningen tussen artsen?
Minerva 2002 31(4); P198-200
-
Uitgesteld antibioticumvoorschrift bij acute otitis media
Minerva 2002 31(4); P206-208
|
 |
Glucosamine en/of chondroïtine voor gonartrose?
Minerva 2006;
5(9): 148-150
Bespreking van
Clegg DO, Reda DJ, Harris CL, et al. Glucosamine, chondroitin sulfate and the two in combination for painful knee osteoarthritis. N Engl J Med 2006;354:795-808.
Klinische vraag
Wat is het effect en wat is de veiligheid van glucosamine en/of chondroïtine versus NSAID’s (celecoxib) en placebo bij gonartrose?
Besluit Minerva
Deze studie toont aan dat bij patiënten met gonartrose behandeling met glucosamine, chondroïtine of de combinatie van beide niet effectiever is tegen kniepijn dan een placebo. De placeborespons is zeer hoog: 60% van de patiënten ervaart een belangrijke pijnreductie met placebo. Niet-medicamenteuze behandelingen (bewegen, oefentherapie) en paracetamol blijven eerste keus in de behandeling van gonartrose.
| |
| |
Samenvatting |
| |
Achtergrond |
Artrose die gepaard gaat met pijn komt het meest voor in de knie. De incidentie ervan neemt toe met de leeftijd. Om artrotische pijn te behandelen, is volgens de richtlijnen paracetamol de eerste keus. Pas wanneer paracetamol onvoldoende effectief is, worden NSAID’s aangeraden 1-5. Niet-farmacologische interventies zijn eveneens effectief gebleken 2. Alternatieven voor paracetamol en NSAID’s worden steeds vaker gepromoot, zoals glucosamine, chondroïtine en hyaluronzuur. De meest recente studies tonen aan dat glucosamine effectief is op enkele WOMAC-criteria, maar niet op alle uitkomsten samen (pijn, stijfheid, gewrichtsfunctie) 6. Chondroïtine zou effectief zijn bij gonartrose 7, maar de studiepopulaties waren klein. |
| |
Bestudeerde populatie |
In deze studie includeerde men 1 583 patiënten (waaronder 3 238 geëvalueerd in klinische centra) van ≥40 jaar (gemiddeld 59 jaar) met een pijnlijke (gedurende de meeste dagen van de voorbije maand), radiologisch bevestigde gonartrose sedert minstens zes maanden. De patiënten waren geklasseerd als ARA-functionele klasse I, II of III, hun gonartrose werd radiologisch bevestigd en de pijnscore varieerde van 125 tot 400 op de WOMAC-schaal. De gemiddelde BMI bedroeg 31,7 en 64% van de personen was vrouw. Patiënten die leden aan een andere interne ziekte of aan artritis die de evolutie had kunnen beïnvloeden, werden uitgesloten. Andere exclusiecriteria waren: belangrijke femoropatellaire pathologie, voorgeschiedenis van belangrijk trauma of chirurgie van de betrokken knie, en comorbiditeit die deelname aan de studie in het gedrang kon brengen. |
| |
Onderzoeksopzet |
In deze multicenter, gerandomiseerde, gecontroleerde (versus placebo en celecoxib) dubbelblinde ‘double dummy’-studie werden de patiënten in vijf groepen verdeeld: glucosamine hydrochloride 500 mg 3x per dag, of chondroïtinesulfaat 400 mg 3x per dag, of glucosamine 500 mg plus chondroïtinesulfaat 400 mg 3x per dag, of celecoxib 200 mg per dag, of placebo. De bereidingen met glucosamine en chondroïtine werden gecontroleerd op kwaliteit en concentratie. De randomisatie gebeurde in blokken, gestratificeerd volgens de achttien centra en de pijnintensiteit op de WOMAC-schaal (licht of matig tot ernstig). Gebruik van paracetamol werd toegelaten (maximaal 4 g per dag), uitgezonderd binnen de 24 uur voor de evaluatie (na 4, 8, 16 en 24 weken). Andere analgetica (narcotica en NSAID’s inbegrepen) waren niet toegestaan. Na 24 weken werden de ongewenste effecten onderzocht met een bloedanalyse en een hemoccult. De analyse gebeurde volgens intention-to-treat en met een LOCF-analyse (enkel voor de secundaire uitkomsten). |
| |
Uitkomstmeting |
De primaire uitkomstmaat was vermindering van kniepijn met 20% ten opzichte van de initiële waarde op de WOMAC-schaal voor pijn. De secundaire uitkomstmaten waren: scores van stijfheid en gewrichtsfunctie op de overeenkomstige WOMAC-schalen, globale evaluatie door de patiënt van zijn ziekte en van de therapierespons op een visuele analoge schaal (VAS), globale evaluatie van de ziekte door de onderzoeker op een VAS-schaal, optreden van een weke delenzwelling of een intra-articulair oedeem, scores op andere functieschalen en gebruik van paracetamol. |
| |
Resultaten |
De gemiddelde studie-uitval bedroeg 20,5%, zonder significant verschil tussen de groepen waarvan ook de basiskarakteristieken vergelijkbaar waren (zie tabel voor de belangrijkste resultaten). De placeborespons was 60,1%. De respons voor de associatie chondroïtineglucosamine versus placebo bleek significant groter voor patiënten met een matige tot ernstige pijn (79,2% versus 54,3%; p=0,002). Er was geen significant verschil voor de globale evaluatie van de ziekte door de onderzoeker, noch een significant verschil in het gebruik van paracetamol (ook niet na stratificatie volgens ernst van de pijn). Het aantal ongewenste effecten was vergelijkbaar tussen de verschillende groepen (N.B.: in figuur 1 van het artikel lijkt er toch verschil te zijn) met een vergelijkbare uitval, omwille van de ongewenste effecten (geen statistische analyse ondanks een schijnbaar verschil). |
| |
| |
Tabel: Gemiddeld aantal personen (%) met >20% vermindering van WOMAC-pijn (primaire uitkomstmaat) en gemiddelde beoordeling
van de ziekte door de patiënt op het einde van de studie (op een 100 mm VAS) in de verschillende groepen (p-waarde voor de vergelijking met de placebogroep).
|
>20% vermindering op WOMAC-pijnscore
|
Evaluatie van de ziekte door de patiënt
|
Groep
|
% patiënten |
p-waarde vs placebo |
VAS 100 mm (±SD) |
p-waarde vs placebo |
Placebo |
60,1 |
|
37,1 (±22,5) |
|
Glucosamine |
64,0 |
0,30 |
37,9 (±23,3) |
0,23 |
Chondroïtine |
65,4 |
0,17 |
37,6 (±22,7) |
0,64 |
Glucosamine + Chondroïtine |
66,6 |
0,09 |
35,7 (±21,9) |
0,60 |
Celecoxib |
70,1 |
0,008 |
36,2 (±21,9) |
0,49 |
|
| |
| |
Conclusie van de auteurs |
De auteurs besluiten dat voor alle patiënten met gonartrose noch glucosamine, noch chondroïtine, noch de combinatie van beide de pijn effectief vermindert. De combinatie van beide producten zou effectief kunnen zijn in de subgroep van patiënten met matige tot ernstige kniepijn. |
| |
Financiering |
‘National Center for Complementary and Alternative Medicine en ‘National Institute of Arthritis and Musculoskeletal and Skin Diseases’ (National Institutes of Health) (V.S.) |
| |
Belangenvermenging |
Verschillende auteurs vermelden dat ze aan adviescommissies hebben deelgenomen, vergoedingen voor adviezen of lezingen hebben ontvangen, of giften hebben gekregen van de farmaceutische firma’s die de studiemedicatie leverden. |
| |
| |
Bespreking |
| |
Methodologische beschouwingen |
Deze multicenterstudie heeft een nauwkeurig gerandomiseerd, gecontroleerd en dubbelblind protocol, en vergelijkt bereidingen van glucosamine en chondroïtine met een correcte samenstelling en een eenduidige dosis voor elk type bereiding. Als primaire uitkomstmaat werd in consensus besloten om een 20% vermindering van de WOMAC-pijn significant te noemen. De auteurs vermelden dat een verschil van 15% versus placebo als klinisch relevant wordt beschouwd. Het aantal te includeren deelnemers werd geschat op 1 588 patiënten, rekening houdend met een power van 85%, een respons van 35% in de placebogroep en een studie-uitval van 20%. De studie-uitval is niet groter dan voorzien. De respons in de placebogroep bedraagt echter bijna het dubbele van het voorziene percentage. Voor de evaluatie is alleen rekening gehouden met de gegevens in week 24 en niet met een gemiddelde van alle gegevens tijdens de uitgevoerde controles 8. Wanneer we dat alles in rekening brengen, is enkel de respons van celecoxib groter dan die van placebo. De auteurs deden ook een subgroepanalyse volgens intensiteit van de pijn. In de groep met matige tot ernstige pijn (22% van de geïncludeerde patiënten) trad het resultaat alleen op bij de associatie van glucosamine + chondroïtine en niet bij celecoxib positief op de primaire uitkomstmaat. Dat illustreert de beperkingen van een subgroepanalyse: er is namelijk onvoldoende power om statistisch solide conclusies te kunnen trekken. De auteurs erkennen dat zelf in hun discussie. Ten slotte is een follow-up van 24 weken kort voor een evaluatie van deze chronische aandoening. |
| |
Andere studies |
In Cinical Evidence concludeert men dat chondroïtine waarschijnlijk effectief is bij artrose 7. Dat is echter gebaseerd op kleine studies met variabele doses chondroïtine (800 tot 2000 mg per dag), waarin de diagnostische criteria slecht zijn omschreven en niet werden geanalyseerd volgens intention-to-treat 9. De recentste RCT (niet in deze review geïncludeerd) toont geen effect van chondroïtine op pijn of gewrichtsfunctie bij gonartrose 10. De meta-analyse van Towheed toont dat glucosamine significant effectiever is versus placebo voor pijnverlichting 6. Wanneer echter alleen rekening wordt gehouden met de studies met een correcte randomisatie (gerespecteerde ‘concealment of allocation’), slechts acht RCTs, is er geen significant voordeel meer. Hetzelfde geldt voor het geheel van studies, wanneer we het effect op de volledige WOMAC-schaal evalueren (pijn + stijfheid + functiebeperking). |
| |
Voor de praktijk |
Er is een grote druk vanuit de media om artrosepatiënten aan te zetten om glucosamine, chondroïtine of zelfs een combinatie van beide te gebruiken. Deze producten worden verkocht als voedingssupplementen, met weinig garantie op een juiste samenstelling van de bereidingen. Ook voorschrijvers worden belaagd met misleidende boodschappen over de vermeende voordelen van deze producten, die voorgesteld worden als eerstekeus-behandeling voor elke vorm van artrose. Glucosamine is niet zonder gevaar: allergische reacties zijn gesignaleerd door de farmacovigilantie (angioedeem, urticaria, erythemateuze uitslag en jeuk) 11. Enkele extracten van glucosamine worden gewonnen uit schelpdieren en personen die allergisch zijn voor schelpdieren, kunnen hierop dus een allergische reactie ontwikkelen 12. |
| |
| |
Besluit |
| |
Deze studie toont aan dat bij patiënten met gonartrose behandeling met glucosamine, chondroïtine of de combinatie van beide niet effectiever is tegen kniepijn dan een placebo. De placeborespons is zeer hoog: 60% van de patiënten ervaart een belangrijke pijnreductie met placebo. Niet-medicamenteuze behandelingen (bewegen, oefentherapie) en paracetamol blijven eerste keus in de behandeling van gonartrose.
|
Literatuur
- Eccles M, Freemantle N, Mason J, for the North of England Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug Guideline Development Group. North of England evidence based guideline development project: summary guideline for non-steroidal anti-inflammatory drugs versus basic analgesia in treating the pain of degenerative arthritis. BMJ 1998;317:526-30.
- Jordan K.M, Arden NK, Doherty M, et al. EULAR recommendations 2003: an evidence based approach to the management of knee osteoarthritis: Report of a task force of the Standing Committee for International Clinical Studies Including Therapeutic Trials (ESCISIT). Ann Rheum Dis 2003;62:1145-55.
- American College of Rheumatology subcommittee on osteoarthritis guidelines. Recommendations for the medical management of osteoarthritis of the hip and knee. Arthritis Rheum 2000;43:1905-15.
- Bijl D, Dirven-Meijer PC, Opstelten W, et al. NHG Standaard Niet-traumatische knieproblemen bij volwassenen. Huisarts Wet 1998;41:344-50.
- American Pain Society. APS guideline for the management of pain in osteoarthritis, rheumatoid arthritis and juvenile chronic arthritis.
- Towheed TE, Maxwell L, Anastassiades TP, et al. Glucosamine therapy for treating osteoarthritis. (Cochrane Review). Cochrane Database Syst Rev 2005, Issue 2.
- Chard J, Smith C, Lohmander S, Scott D. Osteoarthritis of the knee. Clin Evid 2006;15:1684-1700.
- Hochberg MC. Nutritional supplements for knee osteoarthritis - still no resolution. N Engl J Med 2006;354: 858-60.
- Leeb BF, Schweitzer H, Montag K, Smolen JS. A metanalysis of chondroitin sulfate in the treatment of osteoarthritis. J Rheumatol 2000;27:205-11.
- Michel BA, Stucki G, Frey D, et al. Chondroitins 4 and 6 sulfate in osteoarthritis of the knee: a randomized, controlled trial. Arthritis Rheum 2005;52:779-86.
- Skin reactions with glucosamine. Australian Adverse Drug Reaction Bulletin 2005;24:23.
- Bijwerkingen glucosamine. Geneesmiddelenbulletin 2006;40(4):48.
|
|
 |
Auteurs: Chevalier P. Centre Académique de Médecine Générale, UCL
|