Andere artikels van Chevalier P.
-
Controverse over medische hulpmiddelen
Minerva 2010 9(6); P61-61
-
Nut van inhalatiecorticosteroïden bij RSV-infectie?
Minerva 2010 9(6); P64-65
-
Continue medische navorming: de leesmodules van Minerva
Minerva 2010 9(5); P49-49
-
Valpreventie bij thuiswonende ouderen
Minerva 2010 9(5); P50-51
-
Dabigatran of warfarine bij voorkamerfibrillatie?
Minerva 2010 9(5); P58-59
-
Methodologische kwaliteit en bias in RCT’s
Minerva 2010 9(5); P60-60
-
Hoe eindpunten van een studie de uitkomst kunnen veranderen: van protocol tot publicatie
Minerva 2010 9(4); P37-37
-
Langwerkende calciumantagonisten voor chronisch coronair hartlijden
Minerva 2010 9(4); P40-41
-
Cardiovasculaire veiligheid van tiotropium
Minerva 2010 9(4); P44-45
-
Persisterend astma: LABA toevoegen aan inhalatiecorticosteroïden als initiële behandeling?
Minerva 2010 9(3); P28-29
-
Diclofenac bij artrose van de hand
Minerva 2010 9(3); P32-33
-
Steekproefgrootte van een studie. Rapportering van de steekproefberekening in gepubliceerde studies
Minerva 2010 9(3); P36-36
-
Betekent het toepassen van richtlijnen ook winst voor de gezondheid?
Minerva 2010 9(3); P25-25
-
Patellofemoraal pijnsyndroom: voetorthesen of kinesitherapie?
Minerva 2010 9(2); P18-19
-
Screening van abdominaal aneurysma
Minerva 2010 9(2); P22-22
-
CT-scan voor screening van colorectale kanker
Minerva 2010 9(2); P23-23
-
Testen voor colorectale kanker en geneesmiddelen met risico van gastro-intestinale bloedingen
Minerva 2010 9(2); P23-23
-
COPD: inhalatiecorticosteroïden en pneumonie
Minerva 2010 9(2); P24-24
-
Risico/batenverhouding van geneesmiddelen: blijvende evaluatie noodzakelijk
Minerva 2010 9(1); P1-1
-
Acute appendicitis: antibiotica een alternatief voor appendectomie?
Minerva 2010 9(1); P2-3
-
Stabiele angor: medicamenteuze behandeling of interventie?
Minerva 2010 9(1); P11-11
-
ADVANCE-studie bij patiënten met diabetes en voorkamerfibrillatie
Minerva 2010 9(1); P10-10
-
Perifeer vaatlijden en aspirine
Minerva 2010 9(1); P10-10
-
Stabiele angor: dezelfde aanpak in het geval van diabetes
Minerva 2010 9(1); P11-11
-
Intention to treat analyse
Minerva 2010 9(1); P12-12
-
Preventieve inhalatie met fluticason bij jonge kinderen
Minerva 2009 8(10); P152-152
-
Inhalatiecorticosteroïden bij jonge kinderen
Minerva 2009 8(10); P152-152
-
Budesonide en formoterol voor astma-exacerbaties?
Minerva 2009 8(10); P140-141
-
Sertraline: betere keuze bij majeure depressie?
Minerva 2009 8(9); P130-131
-
Clopidogrel en aspirine bij voorkamerfibrillatie
Minerva 2009 8(9); P134-135
-
Metformine toevoegen aan insuline: effectief op lange termijn?
Minerva 2009 8(9); P123-123
-
Nieuwe antidepressiva: een betere keuze?
Minerva 2009 8(9); P128-129
-
Netwerk meta-analyses: directe en indirecte vergelijkingen
Minerva 2009 8(9); P136-136
-
Lumbale steun bij subacute lagerugpijn
Minerva 2009 8(8); P120-120
-
Effect van candesartan op diabetische retinopathie
Minerva 2009 8(8); P110-111
-
Buflomedil voor cardiovasculaire preventie bij vaatlijden?
Minerva 2009 8(8); P116-117
-
Candesartan en retinopathie bij type 1-diabetes
Minerva 2009 8(8); P118-118
-
Chondroïtine en gonartrose
Minerva 2009 8(8); P119-119
-
Longrevalidatie en COPD
Minerva 2009 8(8); P120-120
-
Maculadegeneratie bij de vrouw: zijn antioxidantia effectief?
Minerva 2009 8(8); P108-109
-
Ziekte van Alzheimer: antipsychotica en mortaliteitsrisico
Minerva 2009 8(7); P102-102
-
Antidepressiva voor de symptomen van fibromyalgie
Minerva 2009 8(7); P103-103
-
Equivalentiestudies tegenover inferioriteits- en superioriteitsstudies
Minerva 2009 8(7); P104-104
-
Uitgesteld gebruik van antibiotica
Minerva 2009 8(7); P89-89
-
COPD: welke inhalatietherapie?
Minerva 2009 8(7); P103-103
-
Intensieve controle van type 2-diabetes en cardiovasculaire preventie
Minerva 2009 8(6); P84-85
-
Controle van type 2-diabetes: wat is er nieuw voor de praktijk?
Minerva 2009 8(6); P73-73
-
Cardiovasculair voordeel van intensieve glykemiecontrole?
Minerva 2009 8(6); P82-83
-
Non-inferioriteitsstudies: het nut, de beperkingen en de valkuilen
Minerva 2009 8(6); P88-88
-
Ademtherapie bij astma
Minerva 2009 8(5); P64-65
-
Acne: benzoylperoxide, clindamycine of beide?
Minerva 2009 8(5); P70-70
-
Dipyridamol en aspirine na CVA of TIA
Minerva 2009 8(5); P71-71
-
Is er nog een plaats voor rosiglitazon?
Minerva 2009 8(5); P71-71
-
Orale antidiabetica en cardiovasculaire accidenten
Minerva 2009 8(5); P72-72
-
Oefeningen als preventie van valpartijen bij ouderen
Minerva 2009 8(5); P72-72
-
Generieken in de praktijk - Tussen utopie en prozaïsme
Minerva 2009 8(5); P57-57
-
De klinische equivalentie van generieken
Minerva 2009 8(4); P41-41
-
Antiseptische mondspoelingen voor de behandeling van halitose
Minerva 2009 8(4); P46-47
-
Inhalatiecorticosteroïden bij astma: dosis?
Minerva 2009 8(4); P55-55
-
Aspirine en diabetes: niet in primaire preventie
Minerva 2009 8(4); P55-55
-
Samengestelde eindpunten: hoe klinisch interpreteren?
Minerva 2009 8(4); P56-56
-
Behandeling van menstruele migraine
Minerva 2009 8(3); P28-29
-
Fibromyalgie en pregabaline
Minerva 2009 8(3); P38-38
-
Fibromyalgie en antidepressiva
Minerva 2009 8(3); P38-38
-
Geneesmiddelen bij kankergerelateerde vermoeidheid
Minerva 2009 8(3); P39-39
-
Antipsychotica bij dementie
Minerva 2009 8(3); P39-39
-
Glucosamine en/of chondroïtine, en gewrichtsruimte
Minerva 2009 8(3); P40-40
-
Oefeningen bij kankergerelateerde vermoeidheid
Minerva 2009 8(3); P40-40
-
EBM, de klacht van de patiënt of technisch onderzoek
Minerva 2009 8(2); P13-13
-
Tiotropium en verloop van de éénsecondewaarde bij COPD
Minerva 2009 8(2); P14-15
-
Veiligheid van langwerkende ß2-mimetica bij COPD
Minerva 2009 8(2); P23-23
-
Gedragstherapie voor urge-incontinentie
Minerva 2009 8(2); P20-21
-
Relevantie van wetenschappelijke gegevens voor de klinische praktijk
Minerva 2009 8(2); P24-24
-
Duloxetine: minder pijn bij fibromyalgie?
Minerva 2009 8(1); P6-7
-
Aspirine voor alle patiënten met diabetes?
Minerva 2009 8(1); P8-9
-
Een korset dragen: effectief bij lagerugpijn?
Minerva 2009 8(1); P10-10
-
QRISK2: evaluatie van het cardiovasculaire risico
Minerva 2009 8(1); P11-11
-
Number Needed to Treat
Minerva 2009 8(1); P12-12
-
De dokter heeft me grondig onderzocht…
Minerva 2009 8(1); P1-1
-
‘Seeding trials’: zaaien om winst te oogsten?
Minerva 2008 7(10); P145-145
-
Na majeure electieve orthopedische ingreep: eerder rivaroxaban dan een heparine met laag moleculair gewicht?
Minerva 2008 7(10); P148-149
-
Telmisartan voor patiënten met hoog cardiovasculair risico en intolerantie voor ACE-inhibitoren?
Minerva 2008 7(10); P152-153
-
Telmisartan na CVA?
Minerva 2008 7(10); P154-154
-
Neemt het risico van CVA toe met COXIBS of met alle NSAID’s?
Minerva 2008 7(10); P154-154
-
Betere valpreventie door toepassing op ruime schaal van interventies met bewezen effect?
Minerva 2008 7(10); P155-155
-
Neuroleptica bij patiënten met dementie: verderzetten of stoppen?
Minerva 2008 7(10); P155-155
-
Meta-analyses: hetzelfde onderwerp, uiteenlopende resultaten…
Minerva 2008 7(10); P156-156
-
Zorg bij het levenseinde: is er ook hier nood aan ’evidentie’?
Minerva 2008 7(9); P129-129
-
Palliatieve zorg bij het levenseinde: zijn er bewijzen?
Minerva 2008 7(9); P132-135
-
EBM-begrippen: Evaluatie van de kwaliteit van studies
Minerva 2008 7(9); P144-144
-
Sartanen of ACE-inhibitoren voor patiënten met een hoog vasculair risico?
Minerva 2008 7(8); P116-117
-
Cardiovasculair risico van celecoxib
Minerva 2008 7(8); P120-121
-
Naftidrofuryl voor claudicatio intermittens
Minerva 2008 7(8); P124-125
-
Vervolg op...Glucosamine: evenmin effectief voor heupartrose
Minerva 2008 7(8); P128-128
-
Vervolg op...Het nut van gliptinen: meer vragen dan zekerheden
Minerva 2008 7(8); P128-128
-
Editoriaal: De krab en de taart
Minerva 2008 7(8); P113-113
-
Urine-incontinentie bij vrouwen: niet-chirurgische behandelingen
Minerva 2008 7(7); P102-103
-
Intensiteit van glykemiecontrole en cardio- (micro- en macro-)vasculair risico
Minerva 2008 7(7); P108-109
-
Rimonabant: risico’s bevestigd
Minerva 2008 7(7); P111-111
-
Korset als behandeling van recidiverende lagerugpijn
Minerva 2008 7(7); P111-111
-
Wel of geen LOCF ? Wanneer gegevens ontbreken…
Minerva 2008 7(7); P112-112
-
Antidepressiva voor niet-specifieke lagerugpijn?
Minerva 2008 7(6); P84-85
-
Individuele educatie voor patiënten met lagerugpijn
Minerva 2008 7(6); P86-87
-
Complexe interventies voor het behoud van autonomie bij thuiswonende ouderen
Minerva 2008 7(6); P90-91
-
Editoriaal: Voorkomen of creëren van ziekte?
Minerva 2008 7(6); P81-81
-
Editoriaal: Vertrouwen en financiën
Minerva 2008 7(5); P65-65
-
Pijnlijke otitis media acuta: nut van een lokaal anestheticum?
Minerva 2008 7(5); P78-79
-
Lokaal of oraal ibuprofen: de keuze van de patiënt?
Minerva 2008 7(5); P80-80
-
Minder antibiotica, minder resistentie?
Minerva 2008 7(4); P52-53
-
NSAID’s voor lage rugpijn?
Minerva 2008 7(4); P56-57
-
Lokaal of oraal ibuprofen voor pijnlijke knieartrose?
Minerva 2008 7(4); P62-63
-
EBM-begrippen: een meta-analyse kritisch lezen…
Minerva 2008 7(4); P64-64
-
Editoriaal: Prijsbewust voorschrijven?
Minerva 2008 7(3); P33-33
-
Aspirineresistentie en toegenomen cardiovasculair risico?
Minerva 2008 7(3); P36-37
-
De invloed van antidiabetica op diabetici met hartfalen
Minerva 2008 7(3); P40-41
-
Statines en diabetes: (n)iets nieuws?
Minerva 2008 7(3); P42-43
-
Valpreventie: multifactoriële evaluatie en doelgerichte interventie
Minerva 2008 7(3); P46-47
-
Rosiglitazon: bevestiging van het cardiovasculaire risico
Minerva 2008 7(3); P48-48
-
COPD: longrevalidatie en zuurstoftherapie
Minerva 2008 7(2); P32-32
-
Onmiddellijk of conventioneel starten met de pil?
Minerva 2008 7(2); P32-32
-
Editoriaal: Preventie in een ruimer kader
Minerva 2008 7(2); P17-17
-
De rol van inhalatiemedicatie bij de behandeling van stabiele COPD
Minerva 2008 7(2); P18-19
-
COPD: LABA plus inhalatiecorticosteroïden of tiotropium?
Minerva 2008 7(2); P20-21
-
Inhalatiecorticosteroïden ter preventie van inspanningsbronchoconstrictie?
Minerva 2008 7(2); P30-31
-
Aspirine of aspirine én anticoagulans bij perifeer arterieel vaatlijden?
Minerva 2008 7(1); P6-7
-
Associatie van clopidogrel en aspirine: niets nieuws
Minerva 2008 7(1); P16-16
-
Heupprotectoren: nog steeds geen bewijs voor preventie van fracturen
Minerva 2008 7(1); P16-16
-
Pioglitazon: cardiovasculair risico vergeleken met rosiglitazon en andere orale antidiabetica
Minerva 2008 7(1); P2-3
-
Meta-analyses: de evaluatie van methodologische kwaliteit
Minerva 2007 6(10); P166-166
-
Is noodanticonceptie effectiever wanneer ze op voorhand wordt afgeleverd?
Minerva 2007 6(9); P144-145
-
Calciumsupplementen ter preventie van fracturen
Minerva 2007 6(9); P146-147
-
Heterogeniteit in systematische reviews en meta-analyses
Minerva 2007 6(9); P150-150
-
Editoriaal: Socio-economische achterstelling: een risicofactor om rekening mee te houden
Minerva 2007 6(9); P135-135
-
Combinatie ACE-inhibitor en diureticum voor alle diabetici?
Minerva 2007 6(9); P140-141
-
Editoriaal: Registratie van geneesmiddelen: een verhaal zonder einde…
Minerva 2007 6(8); P119-119
-
De cardiovasculaire risico’s van rosiglitazon
Minerva 2007 6(8); P126-127
-
Chondroïtine voor gonartrose of coxartrose
Minerva 2007 6(8); P130-131
-
Preventie van recidiverend ulcus: COXIB of COXIB + PPI?
Minerva 2007 6(8); P132-133
-
Publicatiebias opsporen en corrigeren
Minerva 2007 6(8); P134-134
-
Langwerkende beta-2-mimetica versus leukotrieenantagonisten toegevoegd aan inhalatiecorticosteroïden bij chronisch astma
Minerva 2007 6(7); P104-105
-
Homocysteïne verlagen heeft geen effect op risico van trombo-embolie
Minerva 2007 6(7); P112-113
-
Aspirine in cardiovasculaire preventie: welke dosis?
Minerva 2007 6(7); P116-117
-
HPV-vaccin en cervixlesies
Minerva 2007 6(7); P118-118
-
Screening van abdominale aorta aneurysmata
Minerva 2007 6(7); P118-118
-
Opioïden bij chronische lage rugpijn
Minerva 2007 6(6); P87-88
-
Trommelvliesbuisjes en otitis media met effusie
Minerva 2007 6(6); P101-101
-
Topische NSAID's bij artrose
Minerva 2007 6(6); P101-101
-
Multidisciplinaire samenwerking voor depressie
Minerva 2007 6(5); P70-72
-
Astma en langwerkende bèta2-mimetica
Minerva 2007 6(5); P74-76
-
Editoriaal: Patiënten informeren: relevant en onafhankelijk
Minerva 2007 6(6); P86-86
-
Editoriaal: Belangenvermenging: de Californische zon achterna?
Minerva 2007 6(4); P52-52
-
Etoricoxib en diclofenac: dezelfde gastro-intestinale veiligheid?
Minerva 2007 6(4); P65-67
-
Editoriaal: Achter de schermen van de navorming: de promotie van gabapentine
Minerva 2007 6(3); P35-35
-
Anticholinergica eerste keuze bij COPD?
Minerva 2007 6(3); P38-40
-
Drie vragen om urge- van stressincontinentie te onderscheiden
Minerva 2007 6(3); P41-43
-
Inhalatiecorticosteroïden bij jonge kinderen met hoog risico van astma
Minerva 2007 6(3); P45-47
-
Hypolipemiërende middelen: verschil in effectiviteit tussen patiënten met of zonder diabetes?
Minerva 2007 6(2); P19-21
-
Editoriaal: Systematische reviews en meta-analyses: een inleiding
Minerva 2007 6(2); P18-18
-
Vergemakkelijkt medicamenteuze behandeling de passage van ureterstenen?
Minerva 2007 6(2); P26-27
-
Welke kinderen met OMA hebben baat bij antibiotica?
Minerva 2007 6(2); P32-33
-
Vitamine B12 oraal of intramusculair toedienen?
Minerva 2007 6(2); P28-29
-
Etoricoxib en diclofenac: identiek cardiovasculair risico?
Minerva 2007 6(1); P12-14
-
Editoriaal: De valkuilen van subgroepanalyses
Minerva 2006 5(10); P154-154
-
Coxibs, andere NSAID’s en cardiovasculair risico
Minerva 2006 5(10); P161-163
-
Glucosamine en/of chondroïtine voor gonartrose?
Minerva 2006 5(9); P148-150
-
Editoriaal: Hoop die we ons niet kunnen veroorloven
Minerva 2006 5(8); P120-120
-
Colorectale kanker opsporen met bariumcontrast, CT-scan of coloscopie?
Minerva 2006 5(8); P128-131
-
Fusidinezuur bij acute conjunctivitis
Minerva 2006 5(8); P133-135
-
Editoriaal: Sociaal-economische ongelijkheid, medisch zorggebruik, gezondheid en de illusie van globaliteit
Minerva 2006 5(7); P103-103
-
Dipyridamol toevoegen aan aspirine na ischemisch CVA?
Minerva 2006 5(7); P104-106
-
Editoriaal: Huisarts en verpleegkundige: partners in de opvolging van chronische patiënten?
Minerva 2006 5(6); P86-86
-
Paracetamol of NSAID’s voor posttraumatische pijn?
Minerva 2006 5(6); P93-95
-
Vitaminen en mineralen: geen effect op infecties bij ouderen
Minerva 2006 5(6); P95-97
-
Clopidogrel plus aspirine versus aspirine alleen in cardiovasculaire preventie
Minerva 2006 5(5); P76-79
-
Behandeling van oculaire hypertensie en glaucoom
Minerva 2006 5(3); P46-48
-
De rol van vitamine D in fractuurpreventie
Minerva 2006 5(2); P26-28
-
Opioïden of NSAID’s bij nierkolieken?
Minerva 2006 5(2); P32-33
-
Editoriaal: Wetenschappelijke evidentie en terugbetaling van medicatie
Minerva 2006 5(2); P18-18
-
Ximelagatran in de behandeling van DVT en VKF
Minerva 2006 5(1); P10-14
-
Editoriaal: Evaluatie van nieuwe geneesmiddelen: ‘superieur’, ‘equivalent’ of ‘niet-inferieur’?
Minerva 2005 4(10); P154-154
-
Carpaletunnelsyndroom: corticoïdinfiltraties of chirurgie?
Minerva 2005 4(10); P168-169
-
Antibacteriële behandeling van acne
Minerva 2005 4(8); P133-135
-
Hormonale substitutie: niet effectief bij urinaire incontinentie?
Minerva 2005 4(7); P108-110
-
Effect van NSAID’s bij artrose van de knie
Minerva 2005 4(7); P117-118
-
Fysieke training versus PTCA bij stabiele angor
Minerva 2005 4(6); P95-96
-
Endarterectomie bij asymptomatische carotisstenose
Minerva 2005 4(5); P75-77
-
Endarterectomie bij symptomatische carotisstenose
Minerva 2005 4(5); P78-80
-
Editoriaal: EBM en financiële problemen bij de patiënt
Minerva 2005 4(4); P52-52
-
Lokale NSAID's bij artrose
Minerva 2005 4(4); P63-65
-
Wat is de beste strategie om longembolie uit te sluiten?
Minerva 2005 4(3); P38-40
-
Antibiotica ter preventie van meningokokkenziekte?
Minerva 2005 4(2); P21-23
-
Captopril en valsartan na myocardinfarct met hartfalen
Minerva 2005 4(1); P14-16
-
Observaties, zekerheden en toeval
Minerva 2004 3(7); P103-103
-
Rol voor adenoïdectomie in recideverende OMA bij jonge kinderen?
Minerva 2004 3(7); P116-118
-
De Ottawa knieregels
Minerva 2004 3(6); P100-101
-
Doxazosine en finasteride bij benigne prostaathypertrofie
Minerva 2004 3(5); P72-75
-
Lokale behandeling van otitis externa
Minerva 2004 3(5); P83-84
-
Evaluatie van het cardiovasculair risico: de verschillende risicotabellen doorgelicht
Minerva 2004 3(3); P36-40
-
Pneumokokkenvaccinatie ter preventie van otitis media
Minerva 2004 3(1); P9-11
-
Stopt acarbose cardiovasculaire complicaties bij diabetes ?
Minerva 2004 3(1); P14-16
-
Preventie van NSAID-gerelateerde ulcera: celecoxib is niet beter
Minerva 2003 2(8); P124-125
-
Cox-2 selectieve NSAID's: evaluatie na vijf jaar
Minerva 2003 2(8); P126-129
-
Heupprotectoren ter preventie van heupfracturen
Minerva 2003 2(8); P133-134
-
Ottawa enkelregels ter uitsluiting van een fractuur
Minerva 2003 2(7); P111-113
-
Preventie van OMA bij risicokinderen met een bovenste luchtweginfectie
Minerva 2003 2(5); P76-77
-
'Pre-validatie' en valpreventie bij kwetsbare bejaarden
Minerva 2003 2(4); P59-62
-
Fondaparinux in de preventie van trombo-embolie na heupoperatie
Minerva 2003 2(3); P40-42
-
De M.O.L.
Minerva 2003 2(2); P22-22
-
Systematisch trommelvliesbuisjes bij OME?
Minerva 2002 1(9); P28-28
-
Sildenafil: risico bij mannen met coronaire pathologie?
Minerva 2002 31(7); P374-376
-
Editoriaal: EBM: bron van spanningen tussen artsen?
Minerva 2002 31(4); P198-200
-
Uitgesteld antibioticumvoorschrift bij acute otitis media
Minerva 2002 31(4); P206-208
|
 |
Hypolipemiërende middelen: verschil in effectiviteit tussen patiënten met of zonder diabetes?
Minerva 2007;
6(2): 19-21
Bespreking van
Costa J, Borges M, David C, Vaz Carneiro A. Efficacy of lipid lowering drug treatment for diabetic and non-diabetic patients: meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ 2006;332:1115-24.
Klinische vraag
Is de effectiviteit van hypolipemiërende middelen voor primaire of secundaire cardiovasculaire preventie verschillend voor patiënten met of zonder diabetes?
Besluit Minerva
De auteurs van deze meta-analyse besluiten dat een hypolipemiërende behandeling, in het bijzonder statines, het cardiovasculaire risico significant doet dalen zowel bij diabetici als bij niet-diabetici. Het voordeel is groter bij type 2-diabetici. In secundaire preventie is de indicatie voor een hypolipemiërende behandeling bij zowel diabetici als niet-diabetici voldoende onderbouwd. In primaire preventie echter is het absolute risicoverschil niet statistisch significant en hangt de winst af van het cardiovasculaire risico van de patiënt. Op basis van deze meta-analyse zijn er dus geen argumenten om aan te nemen dat er in primaire preventie voor diabetici en niet-diabetici een verschil zou zijn in doeltreffendheid van een hypolipemiërende behandeling. Bij het voorschrijven van een statine moet men rekening houden met het risico van potentieel ernstige ongewenste effecten.
| |
|
Samenvatting |
| |
Achtergrond |
Diabetici hebben een hoog cardiovasculair risico: voor diabetici zonder voorgeschiedenis van myocardinfarct is het risico vergelijkbaar met niet-diabetici die reeds een myocardinfarct doormaakten (1). Ongeveer de helft van de overlijdens binnen tien jaar na de diagnosestelling van diabetes is gerelateerd aan een cardiovasculaire aandoening. Richtlijnen bevelen aan om alle diabetici met een hypolipemiërend middel te behandelen (2). Dit is echter gebaseerd op de resultaten van subgroepanalyses en op studies en meta-analyses met methodologische tekortkomingen. |
|
Methode |
Systematische review en meta-analyse |
|
Geraadpleegde bronnen |
MEDLINE (1966 tot 2004), EMBASE (1980 tot 2004), Cochrane Library en literatuurlijsten van geïdentificeerde artikels. De zoektocht was beperkt tot publicaties in het Engels. |
|
Geselecteerde studies |
Gepubliceerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde, gerandomiseerde studies. Selectiecriteria: minstens 500 diabetici en evenveel niet-diabetici, die omwille van primaire of secundaire preventie werden behandeld met een hypolipemiërend middel (hoofdzakelijk statine, maar ook gemfibrozil); resultaten voor elke groep afzonderlijk vermeld; follow-up gedurende minstens drie jaar; cardiovasculaire eindpunten vermeld. Van 581 geïdentificeerde publicaties voldeden er twaalf aan de vastgelegde criteria. De methodologische kwaliteit van de studies is door twee auteurs afzonderlijk geëvalueerd. |
|
Bestudeerde populatie |
Zes studies vermeldden gegevens over primaire preventie en acht over secundaire preventie. De gemiddelde leeftijd van de patiënten varieerde van 47 tot 66 jaar en 0 tot 52% was vrouw. Het percentage diabetici varieerde van 2,3 tot 35%. Bij 10 838 diabetici en 30 920 niet-diabetici ging het om primaire preventie en bij 5 441 diabetici en 33 626 niet-diabetici om secundaire preventie. |
|
Uitkomstmeting |
De gepoolde effectiviteit werd geschat op basis van van een samengesteld primair eindpunt van majeure coronaire gebeurtenissen: overlijden door coronaire oorzaak, incidentie van niet-fataal myocardinfarct of cardiale revascularisatie. De secundaire uitkomstmaten waren: overlijden door coronaire oorzaak of optreden van niet-fataal myocardinfarct, coronaire revascularisatie, CVA en verandering van de lipidenconcentratie in het bloed (totaal cholesterol, LDL-cholesterol, HDL-cholesterol, triglyceriden). Primaire en secundaire preventie werden afzonderlijk geëvalueerd. |
|
Resultaten |
De incidentie van majeure coronaire gebeurtenissen was hoger bij diabetici dan bij niet-diabetici, zowel in de placebogroep als in de groep met hypolipemiërende behandeling en zowel voor primaire als voor secundaire preventie. De resultaten per subgroep zijn weergegeven (zie tabel). In primaire preventie was het verschil tussen diabetici en niet-diabetici voor majeure coronaire gebeurtenissen niet significant. In secundaire preventie was er een verschil in het voordeel van diabetici voor de volgende secundaire uitkomsten: coronaire sterfte, niet-fataal myocardinfarct, revascularisatieprocedure en CVA. De daling van de lipidenwaarden was vergelijkbaar bij diabetici en niet-diabetici. De daling veroorzaakt door gemfibrozil was echter kleiner dan met statines. |
| |
| |
| Tabel: Relatieve risicoreductie (RRR) en absolute risicoreductie (ARR) van een majeure coronaire gebeurtenis in primaire
of secundaire preventie bij diabetici en niet-diabetici. |
| Preventie |
Diabetes |
RRR |
ARR |
| |
% |
95% BI |
p-waarde |
% |
95% BI |
p-waarde |
| Primaire |
Ja |
21 |
11 tot 30 |
<0,0001 |
-0,02 |
-0,04 tot -0,00 |
0,1 |
| |
Neen |
23 |
12 tot 33 |
0,0003 |
-0,02 |
-0,02 tot -0,01 |
<0,00001 |
| Secundair |
Ja |
21 |
10 tot 31 |
0,0005 |
-0,07 |
-0,11 tot -0,03 |
0,0003 |
| |
Neen |
23 |
19 tot 26 |
<0,00001 |
-0,05 |
-0,06 tot -0,04 |
<0,00001 |
|
| |
|
Conclusie van de auteurs |
De auteurs besluiten dat er sterke evidentie is dat een hypolipemiërende behandeling, in het bijzonder statines, het cardiovasculaire risico significant doet dalen zowel bij diabetici als bij niet-diabetici. Het voordeel is groter voor diabetici, zowel in primaire als in secundaire preventie. De drempelwaarde waarboven men tot behandeling overgaat, en de lipidenstreefwaarden moeten nog bepaald worden, vooral in primaire preventie. |
|
Financiering |
Academische sponsoring zonder externe financiering |
|
Belangenvermenging |
Geen belangenvermenging aangegeven |
| |
Bespreking |
| |
Methodologische beschouwingen |
Deze meta-analyse is correct uitgevoerd. We weten echter niet waarom men minstens 500 patiënten per studie-arm includeert en evenmin waarom men zich beperkt tot Engelstalige publicaties. De auteurs zien hun meta-analyse als een ‘verbeterde versie’ van de eerdere meta-analyse van Vijan et al. over het effect van hypolipemiërende behandeling bij diabetici (2). Deze meta-analyse is gebaseerd op de gepubliceerde data van primaire en secundaire preventie bij subgroepen met diabetes mellitus type 2. Beide meta-analyses stellen heterogeniteit vast bij de studies over secundaire preventie en poolen deze data, zoals het hoort, met een random effects model. De conclusies zijn dan ook dezelfde: diabetici hebben baat bij een hypolipemiërende behandeling. Maar hier wringt nu juist het schoentje! Beide auteurs baseren hun conclusie op de relatieve risicoreductie voor cardiovasculaire uitkomsten. Als we echter goed lezen, zien we dat de absolute risicoreducties in de meta-analyse van Costa et al. niet significant verschillend zijn bij pooling van primaire preventiestudies. Dit in tegenstelling tot de meta-analyse van Vijan et al. die zelfs een NNT berekent. Een verschillende definitie van het eindpunt is mogelijk de oorzaak van deze discrepantie. De publicatie van Vijan et al. is echter zeer vaag over de inhoud van het samengestelde eindpunt. Het lijkt erop dat ze de eindpunten uit de studies overnemen, terwijl deze niet altijd op dezelfde manier zijn gedefinieerd. Zo creëert de manier van werken in wetenschappelijk onderzoek, namelijk dat iedereen het net weer even iets anders doet, gelegenheid tot manipulatie. |
|
Misleidend abstract |
Gemanipuleerd voelen we ons zeker als we het abstract lezen: men zwijgt in alle talen over het feit dat er geen significante absolute risicoreductie is gevonden voor diabetici in primaire preventie (3). Deze absolute risicoreductie is nu juist een gegeven dat ons helpt om de klinische relevantie van het gevonden effect in te schatten. We kunnen het uitgangsrisico van de populatie afleiden uit het risico van een cardiovasculair incident in de placebogroep. In de meta-analyse van Costa et al. bedraagt dit risico in primaire preventiestudies 8% voor niet-diabetici. Door behandeling met een statine (of gemfibrozil) kan dit risico met 2% worden verlaagd tot 6%. Voor diabetici is het uitgangsrisico een beetje hoger, namelijk 10%. Ook hier zou het met 2% verminderen, maar dit verschil is niet statistisch significant, zodat geen conclusies mogelijk zijn. We begrijpen niet waarom de auteurs voor het vermijden van een ernstige cardiovasculaire gebeurtenis een NNT vermelden die niet overeenkomt met de absolute risicoverschillen in de tekst van hun artikel. Het is jammer dat de redactie van de BMJ, die zich al eerder aansloot bij een pleidooi van hoofdredacteurs van grote tijdschriften om een objectieve rapportering van studies te bewaken (4), hier toelaat dat in het abstract een conclusie verschijnt die niet gebaseerd is op duidelijke evidentie. Het abstract is niet alleen het meest gelezen stuk van een artikel, vaak is dit ook het enige wat men leest over een studie of de enige informatie die beschikbaar is. Het wijst er op hoe voorzichtig we hiermee moeten zijn. |
|
Ongewenste effecten |
De geïncludeerde studies gebruiken verschillende statines en gemfibrozil. Gemfibrozil is niet meer verkrijgbaar in België en de statines worden beschouwd als ‘veilige geneesmiddelen’. Ongewenste effecten op de spieren zijn echter niet zeldzaam: een CPK-stijging bij 3 tot 5% van de patiënten met een tienvoudige stijging bij 0,1 tot 0,5% (5). Waarschijnlijk wordt dit risico nog onderschat (6). Deze spieraandoening kan, wanneer ze ernstig is (rhabdomyolyse), leiden tot nierinsufficiëntie. Het risico is groter voor bepaalde statines: cerivastatine (teruggetrokken van de Belgische markt), en rosuvastatine (7) vooral in associatie met andere geneesmiddelen (fibraten en voor enkele statines, behalve pravastatine: erythromycine, clarithromycine, ketoconazol, itraconazol, ciclosporine en verapamil, omwille van interacties op niveau van cytochroom CYP3A4). Talrijke andere ongewenste effecten zijn vermeld in de bijsluiter of gerapporteerd in farmacovigilantie: interstitiële longziekten, dermatosen, … (8). |
|
Andere behandelingen |
Recente richtlijnen bevelen aan om bij diabetici een hypolipemiërende behandeling alleen te starten wanneer naast diabetes het cardiovasculaire risico is verhoogd (9), (10). Aangezien de SCORE-tabellen niet geschikt zijn voor diabetici, zijn hiervoor andere evaluatietabellen beschikbaar (11), (12). Simvastatine en atorvastatine zijn de best bestudeerde statines voor diabetici (vooral de CARDS- en de HPS-studie) (10). In een recente studie met 10 mg atorvastatine was er op gebied van cardiovasculaire preventie geen verschil tussen diabetici met en zonder andere cardiovasculaire risicofactoren (13). |
| |
| |
Besluit |
| |
De auteurs van deze meta-analyse besluiten dat een hypolipemiërende behandeling, in het bijzonder statines, het cardiovasculaire risico significant doet dalen zowel bij diabetici als bij niet-diabetici. Het voordeel is groter bij type 2-diabetici. In secundaire preventie is de indicatie voor een hypolipemiërende behandeling bij zowel diabetici als niet-diabetici voldoende onderbouwd. In primaire preventie echter is het absolute risicoverschil niet statistisch significant en hangt de winst af van het cardiovasculaire risico van de patiënt. Op basis van deze meta-analyse zijn er dus geen argumenten om aan te nemen dat er in primaire preventie voor diabetici en niet-diabetici een verschil zou zijn in doeltreffendheid van een hypolipemiërende behandeling. Bij het voorschrijven van een statine moet men rekening houden met het risico van potentieel ernstige ongewenste effecten.
|
Literatuur
- Haffner SM, Lehto S, Ronnemaa T, et al. Mortality from coronary heart disease in subjects with type 2 diabetes and in nondiabetic subjects with and without prior myocardial infarction. N Engl J Med 1998;339:229-34.
- Vijan S, Hayward RA; American College of Physicians. Pharmacologic lipid-lowering therapy in type 2 diabetes mellitus: background paper for the American College of Physicians. Ann Intern Med 2004;140:650-8.
- van Driel M, Chevalier P. Lipid lowering drugs in diabetes. Abstract was misleading [letter]. BMJ 2006;332:1272.
- Davidoff F, DeAngelis CD, Drazen JM, et al. Sponsorship, authorship, and accountability. Lancet 2001;358:854-6.
- Effets indésirables musculaires des statines. Rev Prescr 2003;23:509-14.
- McGuire T, Moses G. 'Statins' and muscle symptoms. Aust Prescr 2005;28:102.
- Rosuvastatine: risque rénal et rhabdomyolyses. Rev Prescr 2006;26:504-5.
- Statines: pneumopathie interstitielle, dermatoses et, peut-être, troubles de l'érection. Rev Prescr 2005;25:672.
- National Institute for Health and Clinical Excellence. Statins for the prevention of cardiovascular events. Technology Appraisal 94. NICE 2006.
- Atorvastatine, simvastatine, dans l'hypercholestérolémie de type III: préférer la simvastatine, mieux évaluée cliniquement par ailleurs. Rev Prescr 2005;25:92.
- www.dtu.ox.ac.uk
- Donnan PT, Donnelly L, New JP, Morris AD. Derivation and validation of a prediction score for major coronary heart disease events in a U.K. type 2 diabetic population. Diabetes Care 2006;29:1231-6.
- Knopp RH, d'Emden M, Smilde JG, Pocock SJ. Efficacy and safety of atorvastatin in the prevention of cardiovascular end points in subjects with type 2 diabetes: the Atorvastatin Study for Prevention of Coronary Heart Disease Endpoints in non-insulin-dependent diabetes mellitus (ASPEN). Diabetes Care 2006;29:1478-85.
|
|
 |
Auteurs: Chevalier P. Centre Académique de Médecine Générale, UCL van Driel M. Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent
|