Minerva promoot als tijdschrift voor Evidence-Based Medicine de verspreiding van onafhankelijke, wetenschappelijke informatie en brengt een kritische duiding van relevante publicaties uit de internationale literatuur.


Inhoud november 2017



Gebruik van tablet en mobiele telefoon rond bedtijd bij kinderen en jongeren: invloed op hun nachtrust?

Pagina 214 - pagina 217 

Joly L.  

Deze uitgebreide systematische review met meta-analyses is gebaseerd op heterogene studies van geringe methodologische kwaliteit. De resultaten suggereren een verband tussen slaapproblemen bij kinderen en jongeren en mediagebruik en/of mediatoegang rond bedtijd.


Diagnose en behandeling van astma bij volwassenen: levenslang?

Pagina 218 - pagina 221 

Chevalier P.  

Deze prospectieve cohortstudie toont aan dat bij een derde van de toevallig geselecteerde volwassenen die in een stedelijk of voorstedelijk gebied van Canada wonen, die in de voorbije 5 jaar de diagnose astma kregen en die geen astmamedicatie gebruikten of bij wie de medicatie afgebouwd kon worden, de diagnose niet bevestigd kan worden op basis van strikte diagnostische criteria.


Hoe zorgdoelen bespreken en vastleggen bij ouderen met gevorderde dementie?

Pagina 222 - pagina 225 

Chevalier P.  

Deze RCT bij 80-plussers met gevorderde dementie die sinds ongeveer 2 jaar in een woon- en zorgcentrum verblijven en ondersteund worden door een familievertegenwoordiger, toont aan dat een interventie om de communicatie en besluitvorming te verbeteren een beperkt nut heeft. De interventie bestaat uit een video met informatie voor de familievertegenwoordiger en een gestructureerd overleg tussen het zorgteam en de familievertegenwoordiger. Het positieve effect beperkt zich tot een verbetering van de communicatie over de zorg bij het levenseinde en tot een vermindering van het aantal hospitalisaties.


Performantie van testen voor de detectie van majeure depressie bij personen met niet-ernstige dementie

Pagina 226 - pagina 230 

Chevalier P.  

Dit systematisch literatuuroverzicht met meta-analyses is van goede methodologische kwaliteit en toont een goede performantie aan van 2 screeningsinstrumenten voor het opsporen van depressie bij personen met niet-ernstige dementie: de Cornell Scale for Depression in Dementia (CSDD) en de Hamilton Depression Rating Scale (HDRS)


Vermindert het toevoegen van evolocumab (een PCSK9-inhibitor) aan een statine het risico van cardiovasculaire gebeurtenissen?

Pagina 231 - pagina 235 

Chevalier P.  

Deze RCT is van goede methodologische kwaliteit en includeert een groot aantal patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico (met antecedenten van atherosclerotische gebeurtenissen en met risicofactoren) die behandeld worden met statines en andere cardiovasculaire geneesmiddelen (antiaggregantia, bèta-blokkers, ACE-inhibitoren of sartanen,…). Het toevoegen van evolocumab versus placebo aan deze behandelingen gedurende mediaan 26 maanden heeft een beperkt effect op cardiovasculaire morbiditeit, maar geen effect op globale of cardiovasculaire mortaliteit.



Editoriaal


Tijdschriften met een twijfelachtige reputatie: is alle open access informatie betrouwbaar?

 

Door de technische mogelijkheden van het wereldwijde web kunnen we zeer snel en gratis toegang krijgen tot een grote hoeveelheid informatie. Het basisidee is hier uiteraard positief omdat wetenschappelijke kennis op die manier snel vooruitgaat. Anderzijds ontstaat de mentaliteit dat alles onmiddellijk en gratis moet beschikbaar zijn. Wetenschappelijke uitgevers en universiteiten of andere onderzoeksinstituten hebben een aantal manieren ontwikkeld waarop wetenschappelijke informatie voor iedereen bereikbaar zou kunnen zijn. Het gaat hier over de keuze tussen de groene weg of de gouden weg (1).

 

De gouden weg is opgezet door wetenschappelijke uitgevers. Naast de klassieke toegangsmethode waarbij de lezer of een instituut abonnementsgeld betaalt aan de uitgever voor toegang tot de publicatie, voorziet de uitgever gratis onlinetoegang voor de auteurs die dit willen. Een van de mogelijke financieringsmethodes is dat de auteur een bepaald bedrag betaalt aan de uitgever (vaak in de orde van 2 000 euro) op het ogenblik dat het artikel geaccepteerd is. Het publicatieproces blijft hetzelfde met beoordeling door peer reviewers. Onderzoeksinstituten of universiteiten hebben de groene weg opgezet. Zij stellen publicaties of eventueel pre-publicaties van hun onderzoekers onmiddellijk online beschikbaar. Ze financieren dus zowel het onderzoek als de toegang tot de publicatie van het onderzoek en voelen zich in die zin de dupe van een dubbel spel.

 

Gratis toegang (open access) tot informatie op het internet heeft enkele belangrijke gevolgen waarvan artsen en wetenschappers zich nog niet volledig bewust zijn. Eén gevolg is het toenemende aantal open access uitgevers met een twijfelachtige reputatie (‘predatory uitgevers’). Malafide uitgevers maken misbruik van het open access model en ook van de publicatiedruk op onderzoekers en zetten onlinetijdschriften op waarbij onderzoekers zeer snel hun artikel kunnen publiceren, maar zonder een echt peer-reviewproces of redactionele diensten én mits voorafgaande betaling (vaak enkele honderden dollars) (2). Deze uitgevers zijn doorgaans niet opgenomen in klassieke databanken zoals bijvoorbeeld PubMed, en zijn evenmin lid van organisaties die regels opstellen voor een goed publicatieproces zoals COPE (Committee on Publication Ethics), OASPA (Open Access Scholarly Publishers Association) of STM (International Association of Scientific, Technical, and Medical Publishers). Ze maken zich kenbaar aan de academische wereld door onderzoekers elektronisch aan te schrijven. Andrew Grey publiceerde samen met enkele andere auteurs in 2016 een artikel in de BMJ over het aantal ‘academische spam’-uitnodigingen dat onderzoekers ontvangen (3). Zij stelden vast dat een onderzoeker per dag gemiddeld 2,1 spam-e-mails ontvangt met de aansporing om artikels te publiceren in een tijdschrift of deel te nemen aan conferenties.

 

Typisch voor veel van deze tijdschriften met twijfelachtige reputatie is dat ze geen redactiecomité hebben en gevestigd zijn in landen als India of China. Ze zijn vaak moeilijk te onderscheiden van kwaliteitsvolle tijdschriften omdat de titels en websites veel gelijkenis vertonen met die van bestaande kwaliteitsvolle tijdschriften. De uitgever kan een informaticus zijn of een groep (bijvoorbeeld Bentham science of OMICS group). Malafide uitgevers organiseren ook congressen waarbij ze onderzoekers uitnodigen om presentaties te geven, weliswaar tegen betaling.

 

Jeffrey Beall, documentalist aan de Universiteit van Colorado, houdt sedert 2010 een lijst bij van malafide online tijdschriften (4). Hij publiceerde zijn lijst op het internet (https://web.archive.org/web/20170112125427/https:/scholarlyoa.com/publishers/) en deze ‘zwarte’ lijst bevat sindsdien al een 10 000-tal tijdschriften (5). In januari 2017 moest hij echter zijn website verwijderen onder druk en door laster tegenover zijn persoon en zijn campagne (6).

 

Vooraleer een artikel in te dienen voor publicatie bij een tijdschrift is het raadzaam om de Directory of Open Access Journals (DOAJ, https://doaj.org/) te raadplegen, een Zweedse databank met tijdschriften die op een eerlijke manier werken en peer review voorzien.

Malafide open access tijdschriften zijn een bron van wetenschappelijke vervuiling. Het is belangrijk dat iedere auteur en iedere lezer zich hiervan bewust is. Laat ons vooral niet aarzelen om de databanken te raadplegen die aangeven welke tijdschriften betrouwbaar zijn en ons ook niet laten misleiden door de boodschappen van uitgevers met een twijfelachtige reputatie.

 

Malafide open access tijdschriften vormen dus een reëel probleem voor academici: hoe kunnen we de waarde inschatten van een publicatie die niet onderworpen is aan de procedures van een betrouwbaar erkend tijdschrift? Naast dit zeer specifieke en gespecialiseerde probleem, ondermijnen malafide tijdschriften de kwaliteit van de beschikbare informatie: de selectie, de samenvatting, kortom de volledige informatiecyclus vanaf de productie tot de kritische analyse, de synthese door de redactie en de redactie van klinische richtlijnen. Reden te meer dus om alle zorgverleners attent te maken op het feit dat niet alle informatie evenwaardig is. Training in het zoeken naar informatie en kritisch lezen zou verplicht moeten zijn aan elke medische faculteit, alsook voor allen die verantwoordelijk zijn voor de continue medische opleiding. Op die manier garanderen we op het juiste moment de beste zorg voor onze patiënten.

 

 

Referenties   

  1. McKiernan EC, Bourne PE, Brown CT, et al. How open science helps researchers succeed. ELife 2016;5:e16800. DOI: 10.7554/eLife.16800
  2. Shen C, Björk BC. “Predatory” open access: a longitudinal study of article volumes and market characteristics. BMC Med 2015;13:230. DOI: 10.1186/s12916-015-0469-2
  3. Grey A, Bolland MJ, Dalbeth N, et al. We read spam a lot: prospective cohort study of unsolicited and unwanted academic invitations. BMJ 2016;355:i5383. DOI: 10.1136/bmj.i5383
  4. Roberts J. Predatory journals: illegitimate publishing and its threat to all readers and authors. J Sex Med 2016;13:1830-3. DOI: 10.1016/j.jsxm.2016.10.008
  5. Sorokowski P, Kulczycki E, Sorokowska A, Pisanski K. Predatory journals recruit fake editor. Nature 2017;543:481-3. DOI: 10.1038/543481a
  6. Silver A. Controversial website that lists ‘predatory’ publishers shuts down. Nature 2017 [website geraadpleegd op 4 april 2017]. DOI: 10.1038/nature.2017.21328

 

 


Download het volledige nummer in pdf-formaat


Laatste update website: 15/11/2017