Bondige bespreking


Antihypertensiva: invloed van therapietrouw op morbiditeit


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



28 04 2011

Duiding van
Mazzaglia G, Ambrosioni E, Alacqua M, et al. Adherence to antihypertensive medications and cardiovascular morbidity among newly diagnosed hypertensive patients. Circulation 2009;120:1598-1605.


Besluit
Beperkte therapietrouw aan medicatie heeft een negatieve impact op het klinische resultaat van een behandeling. Bij de gekende determinanten ervan suggereert deze studie om daar ook leeftijd (ouderen) en geslacht (vrouwen) toe te voegen. Complexe strategie├źn tot verbetering van de therapietrouw zijn niet consistent succesvol.



 

Minerva vermeldde eerder in een editoriaal hoe slechte therapietrouw de uitkomst van een studie kan vertekenen (1).

 

In een prospectieve cohortstudie (2) onderzochten Mazzaglia et al. de determinanten voor therapietrouw aan antihypertensiva en of deze 'adherence' (zie noot 1) een voorspeller is voor cardiovasculaire gebeurtenissen. De auteurs berekenen de therapietrouw door het aantal dagen waarop de patiënt voorzien is van medicatie (omdat er verpakking is voorgeschreven en afgeleverd voor die periode), door het aantal dagen dat hij/zij de medicatie effectief zou moeten gebruiken (proportion of days covered: PDC). Let wel dat de onderzoekers hun besluiten baseerden op de computerbestanden van huisartsen en dus niet controleerden of de patiënten de medicatie ook daadwerkelijk  gebruikten, laat staan op de juiste manier.

De gegevens worden verkregen uit de databank van 400 Italiaanse huisartsen. Men identificeert hieruit 18 806 nieuw gediagnosticeerde hypertensiepatiënten (gemiddelde leeftijd 62 jaar) waarbij een antihypertensieve medicatie werd opgestart. De therapietrouw is gemeten in tijdsvensters van 180 opeenvolgende dagen, de follow-up periode bedraagt gemiddeld 4,6 jaar (SD 1,2 jaar). De onderzoeksgroep is ingedeeld volgens graad van therapietrouw: ‘hoog’ of PDC >80% (n= 1 516 of 8,1%), ‘intermediair’ of PDC<80% en >40% (n=7614 of 40,5%) en ‘laag’ of PDC <40% (n=9 666 of 51,4%). De basiskarakteristieken van de drie onderzoeksgroepen zijn significant verschillend voor geslacht, medicatiegebruik, co-morbiditeit en bloeddruk. Na correctie voor deze co-variabelen vinden de auteurs dat vrouwen en oudere patiënten minder vertegenwoordigd zijn in de hoogste adherence groep (Odds ratio respectievelijk 0,72 (95% BI van 0,65 tot 0,86) en 0,76 (95% BI van 0,68 tot 0,86). Anderzijds blijken patiënten met polyfarmacie van minstens vijf geneesmiddelen (OR 1.62 (95% BI van 1,43 tot 1,83), met combinatietherapie voor hoge bloeddruk (OR 1,29; 95% BI van 1,31 tot 1,80) en met antitrombotica (OR 1,54; 95% BI van 1,15 tot 1,45) meer kans te maken om wel tot de hoogste adherence groep te behoren. In het algemeen hebben patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico (diabetes, lipidenstoornis, obesitas) een significant hogere kans (p<0,001) op betere therapietrouw.

Na correctie voor alle co-variabelen en de behandelingsduur is er een significante relatieve risicoreductie van 38% (OR 0,62; 95% van 0,40 tot 0,96) voor cardiovasculaire accidenten bij patiënten met PDC >80%.

Deze studie houdt geen rekening met andere gekende factoren die therapietrouw kunnen beïnvloeden: socio-economische barrières, angst voor ongewenste effecten, beperkte kennis over de ziekte en goede arts-patiënt relatie (3,4).

Volgens een eerste Cochrane review konden 4 van de 10 gevonden studies op korte termijn een beperkte verbetering vaststellen van de therapietrouw en/of minstens één klinisch eindpunt. Voor langeretermijnbehandelingen geldt enkel een voordeel bij 36 van de 81 interventies. Deze  weliswaar kleine verbetering van de therapietrouw en eventueel van één of meer klinische eindpunten, zijn bekomen mits complexe, gecombineerde interventies zoals educatie, follow-up meetings, telefoonreminders, aanpassing van de dosering bij problemen, zelfmonitoring, familiale of psychologische therapie, crisisinterventie en ondersteunende zorg.

De tweede Cochrane review handelt over het effect van ‘contracten’ tussen de patiënt en de zorgverlener. Ook hieruit kon men enkel concluderen dat een contract, gecombineerd met andere interventies, resulteert in enige verbetering van de therapietrouw.

 

Besluit

Beperkte therapietrouw aan medicatie heeft een negatieve impact op het klinische resultaat van een behandeling. Bij de gekende determinanten ervan suggereert deze studie om daar ook leeftijd (ouderen) en geslacht (vrouwen) toe te voegen. Complexe strategieën tot verbetering van de therapietrouw zijn niet consistent succesvol.

 

Referenties

  1. Laekeman G, van Driel M. Door trouw aan placebo leef je langer. [Editoriaal] Minerva 2006;5(9):137.
  2. Mazzaglia G, Ambrosioni E, Alacqua M, et al. Adherence to antihypertensive medications and cardiovascular morbidity among newly diagnosed hypertensive patients. Circulation 2009;120:1598-1605.
  3. Hayne RB, Ackloo E, Sahota N, et al. Interventions for enhancing medication adherence. Cochrane Database Syst Rev 2008, Issue 2.
  4. Bosch-Capblanch X, Abba K, Prictor M, Garner P. Contracts between patients and healthcare practitioners for improving patients’adherence to treatment, prevention and health promotion activities. Cochrane Database Syst Rev 2007, Issue 2.

 

Noot 1: Onder therapietrouw wordt de inname van een correcte dosis van een medicament aan de juiste frequentie per dag bedoeld. Persistence is een correcte duur van inname, adherence is beiden samen.

Antihypertensiva: invloed van therapietrouw op morbiditeit

Auteurs

De Cort P.
Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde, KU Leuven

Laurys I.
Huisarts in Opleiding (HAIO), Veltem Beisem

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar