Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Neonatale toxoplasmose: transmissie en screening


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2000 Volume 29 Nummer 9 Pagina 425 - 426


Er bestaat nog veel onzekerheid over de optimale preventiestrategie voor congenitale toxoplasmose. In Denemarken werd daarom een uitgebreide studie opgezet om een idee te krijgen van de frequentie van foetomaternale transmissie en de gevolgen hiervan voor de pasgeborene wanneer de moeder tijdens de zwangerschap geen behandeling kreeg. Hierbij werd gebruikgemaakt van resultaten van immunologische testen in het begin van de zwangerschap (IgG-titer) samen met onderzoek op de stalen van de neonatale screening voor fenylketonurie (PKU-test). De kinderen van moeders met seroconversie tijdens de zwangerschap werden nadien klinisch en serologisch gevolgd tot de leeftijd van twaalf maanden.

Het gaat over 89.873 neonatale testen, waarvan er 24.989 (27,8%) positief waren op zowel de IgG-bepaling in het begin van de zwangerschap als op het PKU-staal. Van de 64.884 seronegatieve moeders waren er 139 die de infectie opliepen tijdens de zwangerschap (dit is 2,1 per 1.000 seronegatieve zwangeren). Van de 141 daaruit geboren kinderen waren er 27 bij wie de diagnose van congenitale toxoplasmose werd gesteld (transmissiefrequentie van 19,4% bij infectie tijdens de zwangerschap). Bij 4 van de 27 kinderen (15%) werden klinische symptomen gevonden.

Het risico op congenitale toxoplasmose is dus 0,3 per 1.000 zwangeren of 0,42 per 1.000 seronegatieven. Van alle congenitale toxoplasmainfecties is 85% zonder enige klinische afwijking.

In een regio met lage immuniteit bij de bevolking is de kans op transmissie alsook de kans op neonatale morbiditeit zeer klein. De auteurs concluderen dat prenatale screening in die regio’s dan ook niet gerechtvaardigd is. In deze studie is het aantal kinderen met klinische symptomen niet groter dan in andere na behandeling van de moeder bij seroconversie. Daarbij tonen zij aan dat congenitale toxoplasmose voldoende betrouwbaar kan worden opgespoord via IgM-bepaling op bloedstalen dienstig voor PKU-test. Op basis van dit onderzoek worden dan ook alle neonaten in Denemarken voortaan op deze wijze gescreend.

 

Aangezien de transmissiefrequentie quasi gelijk is bij al dan niet behandeling van seroconversie tijdens de zwangerschap, kan men twijfelen aan de zin van behandeling tijdens de zwangerschap, laat staan van opsporing van immuniteit. Uit een uitgebreide literatuurstudie blijkt ook dat er geen duidelijkheid bestaat over de zin van antenatale behandeling bij seroconversie van de moeder 1,2 . Men twijfelt of behandeling bij de moeder de kans op transmissie vermindert. Als men daarbij nog bedenkt hoe gebrekkig seroconversie in Vlaanderen wordt opgespoord, dan is inderdaad een neonatale screening door middel van een PKU-staal organisatorisch veel eenvoudiger. Deze zal algemener worden toegepast als het op bloedstalen van de hielprik gebeurt, een test die toch zeer goed ingeburgerd is. Uit deze studie blijkt de haalbaarheid van een dergelijk beleid. Een vraag is wel of de immuunstatus van onze zwangeren vergelijkbaar is met die van Denemarken.

Als huisarts blijven wij echter afhankelijk van het standpunt dat door het beleid wordt ingenomen en kunnen wij deze manier van screenen niet zomaar toepassen. Bij alle seronegatieve moeders (of alle pasgeborenen?) bij de bevalling IgM voor toxoplasmose bepalen op navelstrengbloed is misschien een alternatief.

M.Verbeke

 

Belangenvermenging/financiering

Dit onderzoek is gefinancierd door enkele Deense onderzoeksfondsen.

 

Literatuur

  1. WALLON M, LIOU C, GARNER P, P EYRON F. Congenital toxoplasmosis: systemic review of evidence of efficacy of treatment in pregnancy. BMJ 1999;318:1511-14.
  2. PEYRON F, W ALLON M, LIOU C, GARNER P. Treatments for toxoplasmosis in pregnancy (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 4, 2000. Oxford: Update Software.
  3. HOFFMANN K, TEMMERMAN M. Toxoplasmose en zwangerschap. Tijdschr Geneesk 1999;55:335-8.
Neonatale toxoplasmose: transmissie en screening

Auteurs

Verbeke M.
Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar