Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Informatie over medicatie: maatwerk


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2003 Volume 2 Nummer 5 Pagina 71 - 72




Wat wenst de patiënt te weten over medicatie? Een zorgende arts of apotheker moet zich die vraag stellen. Hierover gegevens verzamelen komt neer op het steeds herhalen van een aantal basiselementen gedistilleerd uit de communicatiewetenschappen. Dikwijls laten we ze achterwege uit routine of vergeetachtigheid.Tijd om een kernachtige analyse te maken van wat de literatuur ons leert.We formuleren vervolgens enkele aanbevelingen.

 

Duurzaam informeren betekent degelijke boodschappen aanbieden in een goed herkenbaar en duidelijk gestructureerd kader. Artsen en apothekers zijn vlot bereikbaar voor patiënten. De trefkans met de weetgierige patiënt is dus groot. Volgens een onderzoek in Vlaanderen scoort de arts 77% en de apotheker 54% als vaak geraadpleegde informant over geneesmiddelen 1. Een recente enquête door Test-Gezondheid in apotheken wijst op hiaten wat het geven van informatie betreft.Zo krijgt slechts 6% van de patiënten bij afleveren van een Pulmicort Turbohaler® in de apotheek spontaan volledige uitleg over het goed gebruik 2.

In Frankrijk gaf de ‘Agence Nationale d’Accréditation et d’Evaluation en Santé’ (ANAES) een instructiebundel uit voor artsen 3.Hierin vernemen we welke de wettelijke beschikkingen zijn inzake informatie aan patiënten. De wetgever gaat hierbij uit van de stelling: "Celui qui est légalement ou contractuellement tenu d’une obligation particulière d’information doit apporter la preuve de l’exécution de cette obligation". De informatieve taak van de arts concentreert zich hierbij rond drie aspecten:

- de (ziekte)toestand van de patiënt, de mogelijke evolutie en noodzakelijke zorgen;

- de aard van de therapie en verwachte resultaten;

- eventuele therapeutische alternatieven.

Deze informatie overstijgt de instructie over geneesmiddelen alleen.

 

Wat deze laatste betreft, heeft België een belangrijke rol gespeeld door de introductie van de bijsluiter voor patiënten. Reeds in 1984 werd bij Koninklijk Besluit de invoering van patiëntgerichte bijsluiters verplicht gemaakt voor producenten van geneesmiddelen. Het project resulteerde in een doctoraatsthesis met onderzoek over leesbaarheid en gedrag 4. Die bijsluiter is nog steeds de meest geraadpleegde bron voor betrouwbare informatie over geneesmiddelen: 81% van de patiënten raadpleegt hem dikwijls 1. We moeten patiënten beschouwen als partners. Geven van verantwoordelijkheid door het eerlijk delen van informatie leidt tot een trouwer volgen van de voorgeschreven therapie. Activeren en responsabiliseren van patiënten resulteert in een betere behandeling van hypertensie en diabetes. ‘Self empowerment’ is te verkiezen boven het afstandelijk paternalistisch informeren 5. Dat geldt ook voor de aanmaak van geschreven informatie. Patiënten worden te weinig vooraf betrokken in de bepaling van informatiebehoeften. Schriftelijk materiaal wordt aangemaakt zonder een structurele inspraak van patiënten. Het resultaat vertoont dan ook tal van motgaten. Patiënten blijven dikwijls op hun honger zitten wat incidentie en mogelijke oorzaken van hun aandoening betreft. Ze voelen zich bedrogen door een te optimistische kijk op het resultaat van behandelingen. Ze vragen realistische informatie met een goed evenwicht tussen therapeutische en ongewenste effecten. Patiënten willen bovendien meer weten over het geheel van beschikbare behandelingen met inbegrip van alternatieve therapieën. Indien mogelijk moet de informatie gestoeld zijn op evidentie en betrouwbare bronnen. Ze moet ook geregeld geactualiseerd worden. Ten slotte vraagt de patiënt een goed gestructureerde, overzichtelijke, gepast geïllustreerde en beknopte vorm. De kwaliteit van wat we bieden primeert boven het gebruikte kanaal 5.

 

Voor concrete aanbevelingen in de dagelijkse praktijk baseren we ons op een recent Canadees onderzoek. Het steunt op gestructureerde interviews in negentien focusgroepen met patiënten, apothekers en artsen 6.

 

- We informeren onze patiënten over nevenwerkingen en risico’s. Deze informatie wordt als onontbeerlijk geacht om volwaardig mee te kunnen beslissen over een behandeling. Een zekere scepsis ten opzichte van de therapie kan het gevolg zijn 4. Maar oprechte informatie maakt problemen gemakkelijker bespreekbaar. Een eerlijk overleg primeert immers boven het via omwegen vaststellen van therapieontrouw of het volgen van niet-voorgeschreven therapieën.

- We geven onze patiënten een overzicht van mogelijke behandelingen, met inbegrip van alternatieve geneeswijzen. Patiënten blijken ook geïnteresseerd in wat ze zelf kunnen doen vooraleer er professioneel moet ingegrepen worden.

- We bespreken met de patiënt hoelang een geneesmiddel moet genomen worden. Gaat het bijvoorbeeld over een levenslang gebruik? Ook dat onderdeel is belangrijk met betrekking tot het nemen van een beslissing.

- Aan elk geneesmiddel hangt een prijskaartje. De discussie over al dan niet inzetten van generische geneesmiddelen is ons ondertussen bekend. Of de patiënt de goedkoopste oplossing wil of niet, een gesprek over de kosten schept vertrouwen.

- We hebben aandacht voor het persoonlijk karakter van de in te stellen behandeling. Een patiënt werkt liever met een geneesmiddel of een behandeling specifiek voor zijn of haar situatie, dan te horen dat wat we voorstellen voor nagenoeg iedereen kan dienen.

 

Dat laatste aspect is ons enigszins vreemd. Hoe stellen we bijvoorbeeld een standaardtherapie bij hypertensie als uniek voor? Gewoon door de begeleiding telkens weer af te stemmen op de individuele patiënt. Informatie in dialoogvorm is per definitie persoonlijk omdat we zo elk geval specifieke aandacht geven. Het hoe en het wat van de therapie maken een wezenlijk deel uit van de instructie. Interesse in het resultaat zet de kroon op het werk. Dat laatste is bijvoorbeeld bijzonder belangrijk bij de zogenaamde routinematige aflevering van chronisch te gebruiken geneesmiddelen in de apotheek. Ten slotte nog iets over omgaan met geschreven informatie. Die mag de mondelinge instructie geenszins vervangen, maar moet als complementair gezien worden. De ervaring leert hoe nonchalant in medicofarmaceutische kringen wordt omgesprongen met allerlei folders, pamfletjes, blaadjes en brochures. Vooral apotheken lijken wel een vergaarplaats voor kleurrijke geschriften waarbij publiciteit de objectiviteit al snel verdringt. Jammer, want er bestaan duidelijk uitgewerkte regels voor het aanvaarden of verwerpen van aangeboden materiaal 1.

We maken bij voorkeur gebruik van informatie zonder publiciteit zoals de folders van de Wetenschappelijke Vereniging van Vlaamse Huisartsen (WVVH) of de Geneesmiddelenwijzer 7,8. Patiëntvriendelijke publicaties in boekvorm zijn beschikbaar 2,9.

 

"Celui qui est légalement ou contractuellement tenu d’une obligation particulière d’information doit apporter la preuve de l’exécution de cette obligation" 3. Aan ons om onze meerwaarde te bewijzen.

 

G. Laekeman

 

Literatuur

  1. Laekeman G, Leemans L. Communicatie in de apotheek. ACCO: Leuven, 1999:14-21 en 40-5.
  2. www.test-aankoop.be (geraadpleegd op 2 mei 2003)
  3. Information des patients – Recommandations destinées aux médecins. Edité par Agence Nationale d’Accréditation et d’Evaluation en Santé, 2000 (59 pages). www.anaes.fr.
  4. Van Haecht CHM, Vander Stichele R, De Backer G, Bogaert M. Impact of patient package inserts on patients’ satisfaction, adverse drug reactions and risk perception: the case of NSAIDs for posttraumatic pain relief. Patient Education and Counseling 1991;17:205-15.
  5. Coulter A, Entwistle V, Gilbert D. Sharing decisions with patients: is the information good enough? BMJ 1999;318:318-22.
  6. Nair K, Dolovich L, Cassels A, et al. What patients want to know about their medications. Can Fam Physician 2002;48:104-10.
  7. www.wvvh.be (geraadpleegd op 2 mei 2003)
  8. www.kava.be (geraadpleegd op 2 mei 2003)
  9. Laekeman G. Geneesmiddelen: wat de bijsluiter niet vertelt. ACCO: Leuven, 2002:176.
Informatie over medicatie: maatwerk

Auteurs

Laekeman G.
Klinische Farmacologie en Farmacotherapie, KU Leuven

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar