Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Heeft fysiotherapie een jaar na een CVA nog zin?


  • 0
  • 0
  • 0
  • 0



Minerva 2003 Volume 2 Nummer 2 Pagina 29 - 30


Duiding van
Green J, Forster A, Bogle S, Young J. Physiotherapy for patients with mobility problems more than 1 year after stroke: a randomised controlled trial. Lancet 2002;359:199-203.


Besluit
Kinesitherapie in een chronisch stadium na een CVA heeft een klein doch significant effect op de mobiliteit en gangsnelheid van de patiënt, maar enkel tijdens de behandelperiode. Er is tot op heden geen verband aangetoond tussen verhoogde mobiliteit en betere functionaliteit, zelfredzaamheid of verhoogd algemeen welbevinden. Verdere studies zijn nodig om het effect van langdurige kinesitherapie na CVA aan te tonen.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.

 

Samenvatting

 

Kinesitherapie wordt vaak voorgeschreven aan patiënten in een chronisch stadium na CVA. Het effect van een dergelijke therapie is echter weinig gedocumenteerd. In deze studie onderzocht men het effect van kinesitherapie bij een groep patiënten minimum één jaar na het doormaken van een CVA. De patiënten, ouder dan 50 jaar, vertoonden blijvende mobiliteitsproblemen. Onder blijvende mobiliteitsproblemen rekende men het gebruik van een loophulp, een val in de afgelopen drie maanden, hulp nodig bij het nemen van trappen en/of bij het gaan over oneffen terrein en een vertraagde gangsnelheid. Patiënten met andere oorzaken van mobiliteitsproblemen, dementie of andere ernstige comorbiditeit werden uit de studie geweerd. Uit een groep van 359 potentiële deelnemers werden 170 patiënten geselecteerd volgens bovengenoemde selectiecriteria. Zij werden onderverdeeld in een therapiegroep en een controlegroep zonder therapie. De groep met behandeling kreeg gedurende drie maanden minstens driemaal per week kinesitherapie. De behandeling werd uitgevoerd door ervaren kinesitherapeuten en bestond uit gangreëducatie, functionele oefentherapie en evenwichtstraining. Na drie, zes en negen maanden werden de patiënten geëvalueerd op mobiliteit, gangsnelheid, aantal valincidenten, zelfredzaamheid, sociale activiteit, depressie en de zorgverstrekkers op stress.

De studie verliep enkel-blind. De evaluatie van de proefpersonen werd verricht door een onafhankelijke onderzoeker die niet op de hoogte was van de toegewezen therapie.

Na drie maanden toonde de behandelde groep een kleine winst voor mobiliteit en meer bepaald voor gangsnelheid. De winst was het grootst bij de patiënten met de grootste mobiliteitsproblemen en de meeste valincidenten in de laatste drie maanden. De gangsnelheid bij de behandelde patiënten was significant hoger (2,6 m/min) dan bij de niet-behandelde groep. Noch de gewonnen mobiliteit, noch de toegenomen gangsnelheid kon na zes en negen maanden nog worden aangetoond. Voor de overige parameters, namelijk zelfredzaamheid, sociale activiteit, depressie en stress bij de zorgverstrekkers kon men geen significante verschillen aantonen tussen de behandelde en de niet-behandelde groep.

 
 

Bespreking

 

Deze studie toont aan dat kinesitherapie in een chronisch stadium na CVA de mobiliteit en de gangsnelheid van de CVA-patiënt kan verhogen. Gangsnelheid is een valide en goed reproduceerbare parameter voor mobiliteit. Het is een parameter waarvan de nauwe correlatie met het gebruik van hulpmiddelen, valfrequentie en andere gangparameters is aangetoond 1 . De behandeling in een chronisch stadium na CVA bleek in deze studie vooral nuttig voor de minst mobiele patiënten. Het effect ging evenwel verloren na stopzetten van de therapie. De kleine mobiliteitswinst had bovendien geen effect op belangrijke factoren zoals zelfredzaamheid, sociale activiteit en algemeen welbevinden bij de patiënt en de zorgverleners binnen de mantelzorg.

Verschillende onderzoekers vonden een therapie-effect in een chronisch stadium na CVA, maar meestal gaat het dan om een specifieke therapeutische interventie zoals bijvoorbeeld myofeedback bij een kleine groep patiënten (n=25) zonder controlegroep 2 .Wade toonde in een zeer vergelijkbare studie eveneens een effect aan van kinesitherapie in een chronisch stadium na CVA. Ook in zijn studie was de gangsnelheid toegenomen en was er evenmin een verband met betere functionaliteit 1 . In een studie van Rodriquez kon wel een effect op functionaliteit en algemeen welbevinden worden aangetoond, doch het ging hier ook om een kleine studie (achttien patiënten) zonder controlegroep 3 .

Binnen de huidige nomenclatuur heeft de CVA-patiënt in België recht op een langdurige behandeling met kinesitherapie gaande van één- tot vijfmaal per week binnen de terugbetalingsmodaliteiten van categorie E. Studies die de relevantie van een dergelijke langdurige behandeling in een chronisch stadium na CVA aantonen, zijn momenteel niet voorhanden. Wade toont in zijn studie wel aan dat zonder therapie CVA niet leidt tot een stabiele toestand, maar dat het natuurlijk verloop van de aandoening een continue trage achteruitgang van de mobiliteit kent 1 .Verdere studies zijn evenwel noodzakelijk om aan te tonen of de mobiliteit en gangsnelheid door middel van langdurige kinesitherapie kunnen worden verzekerd en wanneer een plateau van functioneren wordt bereikt. Bij de huidige stand van het onderzoek blijft kinesitherapie voor de chronische CVA-patiënt wellicht toch aan te bevelen. Inhoudelijk moet bij de chronische behandeling een taakgerichte en functionele aanpak op de voorgrond staan, die aangepast is aan de specifieke noden van de individuele patiënt 4,5 .

 

Financiering/belangenvermenging

Deze studie werd gefinancierd door de ‘Stroke Association’ (V.K.). Er werd geen belangenvermenging gemeld.

 
 

Besluit

 

Kinesitherapie in een chronisch stadium na een CVA heeft een klein doch significant effect op de mobiliteit en gangsnelheid van de patiënt, maar enkel tijdens de behandelperiode. Er is tot op heden geen verband aangetoond tussen verhoogde mobiliteit en betere functionaliteit, zelfredzaamheid of verhoogd algemeen welbevinden. Verdere studies zijn nodig om het effect van langdurige kinesitherapie na CVA aan te tonen.

 

 

Literatuur

  1. Wade DT, Collen FM, Robb GF, Warlow CP. Physiotherapy intervention late after stroke and mobility. BMJ 1992;304:609-13.
  2. Bourbonnais, Bilodeau S, Lepage Y, et al. Effect of force-feedback treatments in patients with chronic motor deficits after a stroke. Am J Phys Med Rehabil 2002;81:890-7.
  3. Rodriquez AA, Black PO, Kile, et al. Gait training efficacy using a home-based practice model in chronic hemiplegia. Arch Phys Med Rehabil 1996;77:801-5.
  4. Smith GV, Silver KH, Goldberg AP, et al. Task-oriented exercise improves hamstring strength and spastic reflexes in chronic stroke. Stroke 1999;30:2112-8.
  5. Hesse S, Uhlenbrock D, Werner C, et al. A mechanized gait trainer for restoring gait in nonambulatory subjects. Arch Phys Med Rehabil 2000;81:1158-6.
Heeft fysiotherapie een jaar na een CVA nog zin?

Auteurs

Oostra K.
Centrum voor Lokomotorische en Neurologische Revalidatie, UZ Gent

Woordenlijst

enkelblind


Commentaar

Commentaar