Verklarende woordenlijst voor Evidence-Based Medicine


 

ABCDEFGHI – J – KLMNOPQRSTUVW – X – Y – Z

A

Aantonende kracht

De aantonende kracht (positieve likelihood ratio) geeft aan in welke mate een ziekte aannemelijker wordt bij een patiënt na het vinden van een positief testresultaat. Zie diagnostisch onderzoek.

Absolute risicoreductie (ARR)

Eng: Absolute Risk Reduction

Zie risico.

Absoluut Risico (AR)

Eng: Absolute Risk

Het absoluut risico is de kans op een bepaalde uitkomst in een groep. Zie risico.

Abstract

Een samenvatting van een wetenschappelijk onderzoek of van een publicatie. Een gestructureerd abstract (Eng: structured abstract) volgt een format met de volgende items: doelstelling, studieopzet, setting, populatie, uitkomstmeting, resultaten en conclusies.

Accuraat / accuraatheid

Eng: accuracy

Dit is de mate waarin de resultaten van een test overeenkomen met de gekozen ‘gouden standaard’. De accuraatheid omvat de sensitiviteit zowel als de specificiteit. Zie diagnostisch onderzoek.

Achtergrondrisico

Dit is de kans op een uitkomst in de referentiegroep (Eng: baseline risk).

Actiedrempel

De drempel waarbij men besluit om een actie te ondernemen (de kans op ziekte, de kans op effect van een interventie, de kans op schade door een interventie).

Adequate treatment analysis

Bij een ‘adequate treatment analysis’ worden in de analyse alleen de personen betrokken die een vooraf vastgestelde minimale behandelings­duur ontvingen.

Adherence

Zie compliance.

Afhankelijke variabele

Zie variabele.

Afkapwaarde / Afkappunt

Eng: cut-off value/point

Dit is een bepaalde (arbitraire) drempelwaarde voor de uitslag van een test. Indien het testresultaat gelijk is aan of hoger is dan de afkapwaarde, wordt de test als positief beschouwd. Zie ook ROC-curve.

Algoritme

Syn: protocol, beslisboom

Een expliciete beschrijving van de verschillende stappen in de zorg voor patiënten met een bepaalde aandoening of klacht. Bij elke stap beslist men op basis van kennis over de patiënt en kennis uit weten­schappelijk onderzoek om uit te komen bij een beslissing die voor de betreffende patiënt maximale winst tegen een minimaal risico levert.

Allocation bias

Zie bias.

ANOVA

Analysis of Variance

Zie variantieanalyse.

a-priorikans

Syn: prior kans, voorkans, voorafkans

Zie diagnostisch onderzoek.

a-posteriorikans

Syn: posterior kans, nakans, achterafkans

Zie diagnostisch onderzoek.

Argument

Een argument is alle informatie die een (werk)hypothese kan bevestigen of ontkennen: leeftijd, geslacht, herkomst, risico’s, sympto­men, klachten, gegevens uit klinisch onderzoek, laboratorium­uit­slagen, resultaat van beeldvorming, enz.

Aselect

Uitsluitend door toeval geselecteerd. Men spreekt van quasi-aselect wanneer niet geheel door toeval is geselecteerd. Zie ook randomisatie.

Associatie

Zie correlatie.

ATC

Anatomical Therapeutic Chemical

De  ATC classification is een internationale standaard classificatie voor farmaceutische producten op de internationale markt. De producten worden geklasseerd op basis van het betreffende orgaansysteem en de therapeutische, chemische en farmacologische eigenschappen. Als eenheid voor gebruik voegt men aan de ATC de ‘Defined Daily Dose’ (DDD) toe (ATC/DDD). Zie DDD.

Attributief risico voor een populatie

Eng: Population Attributable Risk (PAR)

Het attributief risico voor een populatie (PAR) geeft aan hoeveel extra kans op een ziekte of andere uitkomst er bestaat in een populatie als gevolg van blootstelling aan een bepaalde risicofactor. Het PAR wordt meestal als percentage weergegeven.

PAR wordt als volgt berekend: incidentie van ziekte in de totale populatie (Itot) verminderd met de incidentie in de groep die niet aan een risicofactor blootgesteld is (Io) gedeeld door de incidentie in de totale populatie (Itot) vermenigvuldigd met 100.

 (Itot – Io)

                          PAR% =                       * 100

Itot

 

B

Bayes

Bayes (1702-1761) was een wiskundige die de basis legde van wat nu de ‘Bayesiaanse statistiek’ wordt genoemd. Hierbij ligt de nadruk op het combineren van nieuwe informatie met bestaande informatie om te komen tot een betere inschatting van kansen. De stelling van Bayes (‘Bayes’ theorem’), een formule voor het combineren van voorwaardelijke kansen, vindt een toepassing in de klinische beslis­kunde. Deze formule maakt het mogelijk om de predictieve waarde van een testuitslag (a-posteriorikans) te berekenen uit de sensitiviteit en specificiteit van de test en het prevalentiecijfer in een groep (a-priorikans). Belangrijk is dat de kans op een bepaalde ziekte bij gegeven symptomen niet alleen afhangt van de aard van de symp­tomen, maar ook van de frequentie van de aandoening in de betrokken populatie. Uitkomsten van Bayesiaanse berekeningen worden uitgedrukt in odds.

Beschrijvend onderzoek

Zie observationeel onderzoek.

Beslisboom

Zie algoritme.

Betrouwbaarheid

Eng: reliability

Zie validiteit.

Betrouwbaarheidsinterval (BI)

Eng: Confidence Interval (CI)

In een klinisch onderzoek kan men zelden de gehele populatie onderzoeken. Meestal moet men zich beperken tot een kleinere groep binnen de gehele populatie (een steekproef). Het betrouwbaarheids­interval geeft het gebied van waarden aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie met een zekere graad van waarschijnlijkheid ligt. Meestal wordt een waarschijn­lijkheid van 95% gebruikt. Dit betekent dat wanneer we het onderzoek 100 maal in dezelfde populatie met verschillende steekproeven zouden herhalen 95 van de herhalingen een resultaat geven dat binnen het interval ligt. Dit noemen we een 95% betrouwbaarheidsinterval (95% BI). Het betrouwbaarheids­interval zegt iets over de nauwkeurigheid van de in het onderzoek gevonden waarden. De onder- en bovengrens van het betrouwbaar­heids­­interval worden de nauwkeurigheidsmarges of betrouwbaarheids­grenzen genoemd. Hoe dichter die grenzen bij elkaar liggen, dus hoe kleiner het interval, des te nauwkeuriger is de schatting van het werkelijke effect. Het betrouwbaarheidsinterval hangt af van de variabiliteit (in de vorm van de standaard deviatie) en de grootte van de steekproef (het aantal personen in de onderzoeks­populatie). Hoe groter de steekproef, des te smaller is het betrouw­baarheidsinterval.

Bias

Syn: systematic error  Nl: vertekening, systematische fout

Wanneer bias of vertekening optreedt wijken de resultaten of de interpretatie van een onderzoek af van de werkelijkheid door een systematische fout. Vertekening kan optreden als gevolg van een fout in elk van de stappen van een onderzoek; zoals bij de opzet van de studie, bij het verzamelen van de gegevens, het analyseren, het interpreteren van de resultaten en het publiceren.

Een systematische fout kan worden geïntroduceerd bij de samen­stelling van de onderzoeksgroepen. Men spreekt van selectie-bias (Eng: selection bias) wanneer de vertekening van de resultaten wordt veroorzaakt door een verschil in personen die in een studie werden geïncludeerd en de geëxcludeerde personen. Bijvoorbeeld, als men bij het includeren van personen in een studie systematisch de personen selecteert bij wie de te onderzoeken interventie meer effect heeft.

Er is sprake van allocation bias wanneer de deelnemers aan een onderzoek niet aselect over de onderzoeksgroepen werden verdeeld, bijvoorbeeld door onjuiste randomisatie procedures.

Wanneer er een fout optreedt in een meting van te onderzoeken parameters spreekt men van informatie-bias (Eng: information bias, measurement bias, assessment bias).

De fout kan liggen bij de onderzoeker, wanneer bijvoorbeeld geen eenduidige definities van de onderzoeksparameters zijn vastgelegd (interviewer bias, observer bias, interpretation bias,...).

Ook de patiënt kan zorgen voor vertekening door zich een belangrijk gege­ven niet te herinneren (recall bias).

Men spreekt van response bias wanneer sommige personen akkoord zijn met bepaalde uitspraken, ongeacht de inhoud ervan, of wanneer de respondenten alleen sociaal wenselijke antwoorden geven.

Een niet onbelangrijke vorm van vertekening is publicatiebias (Eng: publication bias). Indien publicatie van studies afhangt van de grootte, de richting of de statistische significantie van de studieresul­taten, is er sprake van publicatiebias. Deze vorm van vertekening is belangrijk bij meta-analyses. Men kan onderzoeken of er sprake is van publicatie­bias door bijvoorbeeld het maken van een funnel plot. Zie funnel plot.

Binominaal

Syn: dichotoom, binomiaal  Eng: binary, dichotomous

Met twee waarden. Zie ook variabele en schalen.

Blindering

Eng: blinding

In experimenteel onderzoek spreekt men van blindering wanneer de betrokkenen of de effectbeoordelaars niet op de hoogte zijn van de toegewezen behandeling(en). Deze procedure wordt onder meer toegepast bij interventiestudies (RCT’s) om te voorkomen dat de uitkomst van het onderzoek wordt beïnvloed.

In een enkelblinde opzet (Eng: single blind) is de onderzoeker/behandelend arts wel en de deelnemer (patiënt) niet op de hoogte van de toege­diende behandeling.

In een dubbelblind onderzoek zijn noch de onderzoekers of behande­laars noch de deelnemers aan het onderzoek op de hoogte van de toegewezen behandelingsvorm.

Een blinde uitkomstevaluatie houdt in dat het klasseren of benoemen van de uitkomsten wordt uitgevoerd door personen, die niet op de hoogte zijn van de groep waarin de patiënten zijn ingedeeld.

Box plot

Een box plot is een grafische weergave van metingen, waarbij de mediaan wordt omgeven door de ‘box’ met de kwartielen (de 25e en de 75e percentielen) die met een lijn is verbonden met de uiterste waarden van de metingen. De ‘box’ vertegenwoordigt 50% van de waarnemingen.

 

C

Case-cohort onderzoek

Eng: case-cohort study

In een case-cohort onderzoek wordt de voorgeschiedenis van de geïdentificeerde patiënten (cases) vergeleken met een steekproef van niet-zieken (controls) uit dezelfde cohort. De controls passen wat betreft overlevingsduur en/of duur van opvolging bij de geïden­tifi­ceerde patiënten (cases). Dit in tegenstelling tot een nested case-control onderzoek, waarbij men de controls op basis van andere criteria selecteert (bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, blootstelling aan risico­factoren, ...).

Case-control onderzoek

Syn: patiëntcontrole of gevallencontrole onderzoek

In een case-control onderzoek gaat men uit van een groep personen met een bepaalde ziekte of te onderzoeken uitkomst (cases) en een groep personen zonder deze eigenschappen (controls). Men meet en vergelijkt de blootstelling aan een mogelijke risicofactor in elk van beide groepen. Het relatieve risico van blootstelling wordt in een case-control onderzoek geschat en uitgedrukt als de odds ratio. Case-control onderzoeken worden vooral toegepast in etiologisch onder­zoek. In geval van zeldzame ziekten of ziekten die zich over een lange tijd ontwikkelen kan men met behulp van deze onderzoeksopzet uitspraken doen over de mogelijke relatie van risicofactoren of oorzaken tot het ontstaan van de ziekte.

In een nested case-control onderzoek worden de cases en de controls uit de populatie van een cohortonderzoek gerekruteerd. Wanneer men in de loop van het onderzoek voldoende patiënten met een bepaalde ziekte (cases) heeft geïdentificeerd, zoekt men daarbij personen zonder de ziekte (controls) uit dezelfde cohort. Aangezien sommige gegevens van cases en controls bekend zijn (gegevensver­zameling van cohortonderzoek) en hiervoor dus kan worden gecontroleerd,  kan het effect van mogelijke verstorende variabelen in deze opzet verminderd zijn.

Case fatality rate

Dit is de proportie van personen die binnen een vastgestelde periode overlijden. De case fatality rate wordt als volgt berekend: aantal overleden patiënten / aantal gediagnosticeerde patiënten x 100%.

Case finding

Het aanbieden van een klinisch of diagnostisch onderzoek of een vragenlijst ter vroegtijdige opsporing van een behandelbare aandoening aan patiënten die hun arts bezoeken voor een andere reden. Dit is niet gelijk aan screening, waar men een gehele (sub)­populatie onderzoekt. Zie ook screening.

Case series

Nl: patiëntenserie

Dit is een niet-gecontroleerd observationeel onderzoek waarbij men de kenmerken van een aantal patiënten (cases) met een bepaalde ziekte beschrijft. Een case-series kan o.a. aanleiding geven tot het formuleren van een hypothese die in een gecontroleerd experimenteel onderzoek kan worden getoetst.

Case study

Nl: gevalsonderzoek

Een case study is een niet-gecontroleerd observationeel onderzoek waarbij een uitvoerige analyse van de problematiek of het ziekteverloop bij één enkele of een beperkt aantal patiënten of proefpersonen wordt gerapporteerd.

Categorische variabele

Zie variabele.

Chi2-toets

De Chi²-toets gebruikt men voor het analyseren van categorische variabelen, bijvoorbeeld om te berekenen of twee of meer proporties van elkaar verschillen. Deze toets wordt gebruikt om geobserveerde data te vergelijken met data die we zouden verwachten op basis van de nulhypothese van onafhankelijkheid. Met behulp van de Chi²-waarde (Eng: Chi²-statistic) kan men uit een statistische tabel een p-waarde aflezen. Deze p-waarde is een maat voor de waarschijnlijkheid dat het gevonden resultaat op toeval berust.

Er bestaan verschillende soorten Chi²-toetsen, o.a. de Mantel-Haenszel-toets, de Cochran-Mantel-Haenszel toets en de Pearson Chi²-toets.

CINAHL

Cumulatieve Index of Nursing and Allied Health Literature

In deze databank die wordt uitgegeven door Cinahl Information Systems, California (V.S.) zijn referenties te vinden van publicaties vanaf 1982 tot heden op het gebied van de verpleegkunde en paramedische beroepen (zoals fysiotherapie, arbeidsgeneeskunde en urgentiegeneeskunde). De databank is voor abonnees te raadplegen. Informatie over Cinahl is te vinden op: http://www.cinahl.com/

Clinical Trial (CT)

Nl: klinische studie, interventiestudie

Een klinische studie test de werkzaamheid en veiligheid van een interventie of een medicament.

Bij klinische studies over geneesmiddelenonderzoek onderscheidt men 4 fases.

In fase I wordt de molecule voor het eerst geïntroduceerd bij mensen nadat het eerst op dieren is getest. In deze fase onderzoekt men vooral de veiligheid van het nieuwe product, o.a. hoeveel van het middel gegeven kan worden zonder ernstige ongewenste effecten te veroor­zaken. Tevens bestudeeert men de metabolisatie. Men gebruikt daarom vooral gezonde vrijwilligers. In deze fase is het onderzoek meestal niet gerandomiseerd en is er geen controlegroep.

In fase II onderzoekt men vooral de werkzaamheid van het nieuwe product bij verschillende doseringen en toedieningsfrequenties. De onderzoeksgroepen bestaan meestal uit een 20-tal personen met een bepaalde aandoening. Ook in deze fase worden de proefpersonen vaak niet aselect verdeeld over een onderzoeks- en een controlegroep.

Een uitgebreide klinische studie vindt plaats in fase III. Hierbij zijn grotere groepen proefpersonen betrokken en worden de werkzaam­heid en veiligheid verder onderzocht. Dit gebeurt meestal in de vorm van een RCT, waarbij proefpersonen aselect worden ingedeeld in ver­schillende onderzoeksgroepen. Vergelijking vindt plaats met een standaardbehandeling of placebo.

Fase IV studies worden pas uitgevoerd als het middel officieel geregistreerd en op de markt gebracht is. In deze fase wordt bijvoorbeeld het optreden van bijwerkingen en het effect van langdurig gebruik opgevolgd. Fase IV studies worden ook wel ‘post­marketing surveillance studies’ genoemd. Dit zijn geen RCT’s.

Een controlled clinical trial is een klinische studie waarbij een of meer interventiegroepen worden vergeleken met een of meer controle­groepen, die de interventie/behandeling niet krijgen.

Een randomised controlled/clinical trial (RCT) is een inter­ventiestudie (controlled clinical trial) waarbij de onderzoeks­populatie op aselecte wijze wordt verdeeld in een interventiegroep en een controlegroep. RCT’s worden beschouwd als de beste onderzoeks­methode om een hypothese te testen. In een placebo­gecontroleerde RCT krijgt de controlegroep een placebo toegediend. Zie ook aselect en placebo.

Een klinische trial kan ook niet-gecontroleerd en niet-gerandomiseerd zijn, bijvoorbeeld een before-after trial, of pre-post studie. Hierbij onderzoekt men verschillende behandelingen door patiënten die een behandeling kregen in een bepaalde periode te vergelijken met patiënten die in een daaropvolgende periode een andere behandeling kregen. Wanneer dezelfde patiënten in de eerste (‘before’) en tweede (‘after’) periode worden onderzocht is het design krachtiger doordat de groepen vergelijkbaar zijn.

Cluster randomisatie

Zie randomisatie.

Cochrane Collaboration

Dit is een internationale organisatie die zich tot doel stelt om onder­steuning te bieden bij het nemen van geïnformeerde beslissingen over gezondheidszorg. Zij doet dit door systematische reviews en meta-analyses te publiceren over de effecten van gezondheids­inter­venties.

Cochrane Library

De Cochrane Library is een initiatief van de Cochrane Collaboration en bestaat uit een aantal databanken. Men kan zich abonneren op de Cochrane Library die op CD-rom en online beschikbaar is. Vier keer per jaar verschijnt een update. Abstracts van Cochrane reviews zijn via internet gratis toegankelijk.

http://www.cochrane.org/

De Cochrane Database of Systematic Reviews (CDSR)

bevat alle Cochrane Reviews, gestructureerde systematische reviews van een grote verscheidenheid aan gezondheidsinterventies. In deze reviews zijn data uit de afzonderlijke studies statistisch gepoold tot een meta-analyse. De reviews worden regelmatig geactualiseerd bij het verschijnen van nieuwe gegevens en in antwoord op commentaar van gebruikers van de databank. De CDSR bevat naast volledige reviews,  protocollen van reviews, waarin de auteurs de te volgen methodologie, maar nog geen uitkomsten beschrijven.

The Database of Abstracts of Reviews of Effectiveness (DARE)

bevat gestructureerde samenvattingen (abstracts) van systematische reviews die niet in samenwerking met de Cochrane Collaboration zijn gemaakt. Deze werden kritisch beoordeeld door reviewers van het ‘NHS Centre for Reviews and Dissemination at the University of York, England’. Tevens bevat DARE referenties van andere (niet beoordeelde) reviews.

De Cochrane Central Register of Controlled Trials (CENTRAL)

bevat referenties van controlled trials die zijn gevonden door wereldwijd alle medische tijdschriften met de hand door te nemen. Het doel van deze actie is om een onafhankelijke bron van data voor systematische reviews te creëren. Deze databank bevat tevens abstracts uit congresbundels en andere bronnen die niet in Medline of andere databanken zijn opgenomen.

Health Technology Assessment Database (HTA)

wordt samengesteld door de ‘NHS Centre for Reviews and Dissemi­nation’ en bevat informatie en abstracts omtrent ‘healthcare technology assessments’. Dit is bedoeld om beleidsbeslissingen te onder­bouwen en de kosten-effectiviteit van de gezondheidszorg te bevorderen.

De NHS Economic Evaluation Database (NHSEED)

is een register van gepubliceerde economische evaluaties in de gezondheidszorg en bevat gestructureerde samenvattingen, kwaliteits­beoordeling en informatie over praktische implicaties voor de NHS.

De Cochrane Database of Methodology Reviews (CDMR)

bevat de volledige tekst van reviews van empirisch methodologisch onderzoek verricht door de ‘Cochrane Empirical Methodological Studies Methods Group’.

De Cochrane Methodology Register

bevat referenties van artikels en boeken over de methodologie van het maken van systematische reviews.

Cochrane Review

Dit is een systematische review (of meta-analyse) die is uitgevoerd in het kader van de Cochrane Collaboration. Deze reviews volgen een vast onderzoeksprotocol dat is opgesteld door de Cochrane Colla­boration. Iedere review verschijnt eerst als protocol en daarna als volledige review in de Cochrane Library. Richtlijnen voor het maken van een Cochrane review zijn verzameld in het Cochrane Reviewers’ Handbook.

Cochran-Mantel-Haenszel toets

De Cochran-Mantel-Haenszel toets is een Chi²-toets die nagaat of er een associatie bestaat tussen twee variabelen na controle voor andere variabele(n). De Mantel-Haenszel toets meet de sterkte van deze associatie.

Cohen’s kappa

Zie kappa.

Cohort

De term cohort stamt af van de Latijnse term voor een gevechts­eenheid. In de epidemiologie is een cohort een groep personen, die gedurende een bepaalde periode in een onderzoek wordt opgevolgd. Zie cohortonderzoek.

Cohortonderzoek

(Eng: cohort study)

In een prospectief cohortonderzoek worden personen die al dan niet blootgesteld zijn aan een risicofactor (zoals een schadelijke stof of een leefstijlfactor) gedurende lange tijd (meestal jaren) opgevolgd. De onderzochte populatie moet bij aanvang vrij zijn van de te onderzoeken uitkomst, zodat op deze wijze de incidentie van de uitkomst in de groep met blootstelling en de groep zonder blootstelling kan worden berekend.

In een retrospectief cohortonderzoek gaat men uit van een groep personen met een bepaalde ziekte of uitkomst (cases). De kenmerken en eerder vastgelegde informatie over vroegere blootstelling aan mogelijke risicofactor(en) wordt vergeleken met deze van personen zonder de betreffende ziekte of uitkomst (controls). Dit wordt ook wel een case-control onderzoek genoemd. Zie case-control onderzoek.

Co-interventie

Dit is een interventie die niet wordt bestudeerd en die verschillend kan zijn toegepast in de interventiegroep of de controlegroep. Dit kan de uitkomsten vertekenen, indien er niet geblindeerd is of indien de co-interventie zeer werkzaam is.

Comorbiditeit

Andere ziektes of gezondheidsproblemen die aanwezig zijn bij de patiënt naast de aandoening die wordt bestudeerd.

Compliance

Syn: adherence  Nl: therapietrouw

Compliance of adherence is de therapietrouw, of de mate waarin een persoon of populatie de voorgeschreven stappen in een behandeling of interventie daadwerkelijk volgt. Bij een medicamenteuze behan­deling wordt hiermee bedoeld in hoeverre de patiënt de voorge­schreven medicamenten inneemt.

Concealment of allocation

Bij een RCT worden de personen in de onderzoekspopulatie aselect ingedeeld (bijvoorbeeld door middel van gesloten omslagen) in interventiegroep(en) en controlegroep(en). ‘Concealment of alloca­tion’ refereert aan het geheim houden of blinderen van deze toewijzing van patiënten aan de verschillende onderzoeksgroepen. Dit betekent dat degene die de groepen indeelt (bijvoorbeeld door het uitdelen van de omslagen) niet op de hoogte is van de inhoud van de omslag en dat de codering ook niet te achterhalen is. Op deze wijze voorkomt men ‘allocation bias’. Zie ook bias.

Conflict of interest

Nl: belangenvermenging

Hierbij vermelden auteurs van een publicatie de persoonlijke financiële of andere belangen die de resultaten of de interpretatie van hun studie eventueel hebben kunnen beïnvloeden.

Confounder

Nl: verstorende variabele

Een confounder is een factor die gerelateerd is aan de te onderzoeken risicofactor of blootstelling en aan de uitkomst. Een confounder kan een verband tussen blootstelling en uitkomst verzwakken of versterken. Door confounding kan een verband dat in werkelijkheid afwezig is, worden gesuggereerd of kan een bestaand verband worden ontkend.

Bijvoorbeeld, een geobserveerd verband tussen het drinken van koffie en een verhoogd risico op myocardinfarct kan in werkelijkheid ver­oorzaakt zijn door de relatie van roken met de blootstelling (koffie drinken) en de uitkomst (myocardinfarct). Rokers drinken wellicht meer koffie dan niet-rokers en rokers hebben meer kans op een myo­cardinfarct.

Er zijn twee manieren om te corrigeren voor het effect van con­founders. Enerzijds kan men bij aanvang in de opzet van de studie de onderzoeks­populaties matchen (zie matching). Anderzijds kan men achteraf bij het analyseren van de gegevens van een uitgevoerde studie stratificeren, of statistisch controleren (via multivariate regressie­analyse).

 

Consensus

Een overeenkomst van meningen van personen over eenzelfde onderwerp

Consent

Zie informed consent.

CONSORT

Consolidated Standards of Reporting Trials

Het doel van de CONSORT statement is het standaardiseren van de wijze van rapporteren van RCT’s. Hiertoe is een lijst met 22 items ontwikkeld, die vooral richtlijnen geven voor het beschrijven van de toegepaste methode, de resultaten en de discussie. Wanneer al deze onderdelen op een juiste en volledige wijze zijn beschreven kan de lezer op een gefundeerde wijze oordelen over de interne en externe validiteit van de RCT in kwestie. De CONSORT statement en de checklist zijn te raadplegen op de website van CONSORT.

http://www.consort-statement.org/

Continue variabele

Zie variabele.

Controlled clinical trial

Zie clinical trial.

Correlatie

Eng: correlation, association, statistical dependence

Een correlatie is een verband tussen twee reeksen waarnemingen of gegevens. Zo kan men bijvoorbeeld vaststellen dat er een samenhang bestaat tussen de twee variabelen lichaamslengte en gewicht: langere mensen wegen over het algemeen meer dan kortere mensen. Om te zien in hoeverre deze samenhang samengevat kan worden door een rechte lijn, kunnen we de correlatiecoëfficiënt berekenen.

Correlatiecoëfficiënt (r)

De (Pearson) correlatiecoëfficiënt (r) beschrijft het lineaire verband tussen twee continue of dichotome variabelen (bijvoorbeeld, lengte en gewicht), m.a.w. hoe dicht de verschillende meetpunten bij een rechte lijn liggen.

De waarde van de correlatiecoëfficiënt ligt altijd tussen –1 en +1. Als de correlatiecoëfficiënt 0 is bestaat er geen verband, een waarde van –1 of +1 duidt op een perfect (lineair) verband (met een negatieve helling –1 en met een positieve helling +1). Hoe hoger de correlatie, des te beter kan de waarde van de tweede observatie uit de eerste worden voorspeld.

Multipele correlatiecoëfficiënt

Een multipele correlatiecoëfficiënt beschrijft het lineaire verband van een variabele met meerdere andere variabelen. Dit is de ‘R’ berekend met behulp van een multipele regressiemodel.

Cox proportional hazards model

Syn: Cox regression

Dit is een statistisch model (Cox 1972) om een overlevingscurve te berekenen dat rekening houdt met de invloed van co-variabelen en waarbij niet elke persoon noodzakelijk even lang aan het onderzoek heeft deelgenomen. In dit model stelt men geen voorwaarden aan de distributie (wat betreft vorm en minimale waarden). Men gaat ervan uit dat de verhouding (ratio) van het risico van overlijden in de verschillende onderzochte groepen constant is in de tijd en dat deze verhouding gelijk is voor alle subgroepen (bijvoorbeeld onderverdeeld naar leeftijd of geslacht). Dat wil zeggen dat de invloed van een co-variabele op elk tijdstip hetzelfde is. De kans op een uitkomst noemt men een ‘hazard’ en de ‘hazard ratio’ is de verhouding van hazard in de groep met co-variabelen en de groep zonder co-variabelen. Dit is gelijk aan het relatieve risico van een uitkomst op elk tijdstip.

Crossover studie

Bij een crossover studie worden de onderzochte personen verdeeld in twee groepen. De eerste groep krijgt eerst behandeling A en vervolgens behandeling B, terwijl de tweede groep in omgekeerde volgorde wordt behandeld. Een voordeel van deze onderzoeksopzet is dat het aantal proefpersonen dat nodig is om een effect te meten klein is. Een kritiek op dit ontwerp is dat het effect van de eerste behandeling mogelijk nog niet is uitgewerkt wanneer de tweede behandeling al wordt gestart. Om deze reden wordt na behandeling met het eerste product meestal een ‘washout periode’ ingelast.

Cross-sectioneel onderzoek

Zie dwarsdoorsnedeonderzoek.

Cumulatieve incidentie

Zie incidentie.

Current Contents (CC)

Current Contents is een databank van ISI (Institute for Scientific Information, V.S.). CC is begonnen als een gedrukt wekelijks atten­deringsbulletin voor het opsporen van recent verschenen publicaties. Een aflevering bevat de inhoudstafels van de meest recente tijdschrift­nummers en boekenreeksen. CC wordt uitgegeven in zeven discipline­gerichte edities. De medische versie ‘Clinical Medicine’ is een aparte uitgave. De tijdschriften zijn gerangschikt volgens onderwerp om het zoeken te vergemakkelijken. Current Contents is voor abonnees online te raadplegen.

 

D

DALY

Disability Adjusted Life Years

Zie economische evaluatie.

DDD

Daily Defined Dose

DDD is de gemiddelde dagelijkse dosis van een medicament voor de voornaamste indicatie bij volwassenen. Zie ATC.

Deductie

Eng: deduction

Men spreekt van deductie wanneer men uitgaande van een theorie een hypothese formuleert en daarna observaties doet om deze hypothese te testen. Dit in tegenstelling tot inductie, waarbij men uitgaat van de observaties in de praktijk. Zie inductie.

Delphi techniek

Dit is een kwalitatieve onderzoeksmethode waarbij naar informatie of meningen van een panel van experten wordt gepeild zonder deze samen te brengen. Aan de verschillende panelleden wordt een lijst met vragen of stellingen gestuurd met het verzoek om hierop te reageren.

Diagnostisch landschap

Een diagnostisch landschap is een visuele voorstelling van een concentrisch aantal (meestal twee) reeksen werkhypothesen als verklaring voor een klacht van een patiënt, een bevinding of een cluster van beide. De binnenste cirkel vertegenwoordigt hypothesen, waarbij de arts de taak heeft om binnen een door hem verantwoord tijdsbestek adequate en gerichte actie te ondernemen om ernstige verwik­kelingen voor de patiënt te voorkomen. De volgende cirkel vertegen­woordigt andere mogelijke verklaringen voor het probleem met minder ernstige gevolgen voor de patiënt, ofwel met minder behandelings­mogelijkheden. Op deze manier geeft een landschap reliëf aan een reeks werkhypothesen. Het landschap is niet star, maar kan gedurende het hulpverleningsproces voortdurend veranderen.

Diagnostisch onderzoek

De waarde van een diagnostische test kan door verschillende parameters worden weergegeven. Uitgaande van een vierveldentabel (2x2 tabel) kunnen deze parameters worden berekend.

Vierveldentabel:

Test resultaat

Werkelijke status

 

 

Ziek

Niet ziek

Positief

a

b

a+b

Negatief

c

d

c+d

 

a+c

b+d

a+b+c+d

 

Terecht positief

Een terecht positief (Eng: true positive) resultaat is een positieve testuitslag bij een zieke persoon (veld a in de vierveldentabel).

Terecht negatief

Een terecht negatief (Eng: true negative) resultaat is een negatieve testuitslag bij een persoon die de ziekte niet heeft (veld d in de vierveldentabel).

Fout-positief

Syn: vals-positief

Een fout-positief (Eng: false positive) resultaat is een positieve testuitslag bij een persoon die de ziekte niet heeft (veld b in de vierveldentabel).

Fout-negatief

Syn: vals-negatief

Een fout-negatief (Eng: false negative) resultaat is een negatieve testuitslag bij een zieke persoon (veld c in de vierveldentabel).

Sensitiviteit

De sensitiviteit (gevoeligheid) van een test is de proportie van werkelijk zieken in de populatie bij wie een positief testresultaat werd gevonden (ten opzichte van alle zieke personen). Een test met een hoge sensitiviteit detecteert een hoge proportie van werkelijk ziek personen.

Sensitiviteit = a / a+c

Specificiteit

De specificiteit van een test is de proportie van personen in de populatie die de ziekte niet hebben en bij wie een negatief testresultaat werd gevonden (ten opzichte van alle personen die de ziekte niet hebben). Een test met een hoge specificiteit geeft weinig fout-positieve resultaten.

Specificiteit = d / b+d

Accuraatheid

Eng: accuracy

Een test is accuraat als de resultaten overeenkomen met de ‘gouden standaard’. De ‘accuracy’ omvat de sensitiviteit zowel als de specificiteit en wordt als volgt berekend: aantal terecht-positieven plus het aantal terecht-negatieven gedeeld door het totaal aantal testen.

 a+d / a+b+c+d

Voorspellende waarde

Syn: predictieve waarde  Eng: predictive value

De voorspellende waarde van een positieve test (Eng: positive predictive value, PPV) is de kans dat een persoon met een positieve test de ziekte heeft of zal ontwikkelen. De voorspellende waarde van een positieve test wordt berekend door het aantal werkelijk zieke personen met een positieve test (terecht-positief) te delen door het totaal aantal personen met een positieve test. 

Voorspellende waarde van een positieve test = a / a+b

De voorspellende waarde van een negatieve test (Eng: negative pre­dic­tive value, NPV) is de kans dat een persoon met een negatieve test de ziekte niet heeft of niet zal ontwikkelen. De voorspellende waarde van een negatieve test wordt berekend door het aantal personen zonder de ziekte en met een negatieve test (terecht-negatief) te delen door het totaal aantal personen met een negatieve test.

Voorspellende waarde van een negatieve test = d / c+d

Positieve likelihood ratio (LR+)

De positieve likelihood ratio (LR+) geeft aan in welke mate een ziekte aannemelijker wordt bij een patiënt na het vinden van een positief testresultaat. Men spreekt ook wel van aantonende kracht van een positief testresultaat. Het is de verhouding tussen de kans op een positieve testuitslag bij zieken en die bij niet-zieken.

LR+ = sensitiviteit / 1- specificiteit

Dit getal is groter dan 1. Een diagnostische test is informatiever naarmate de LR+ dichter tot oneindig nadert.

Negatieve likelihood ratio (LR-)

De negatieve likelihood ratio (LR-) geeft aan in welke mate een ziekte minder aannemelijk wordt bij een negatief testresultaat. Het is de verhouding tussen de kans op een negatieve testuitslag bij zieken en die bij niet-zieken.

LR- = 1 - sensitiviteit / specificiteit

De LR- is een getal kleiner dan 1. Een diagnostische test is infor­matiever naarmate de LR- dichter tot 0 nadert.

Ontkennende kracht

De ontkennende kracht is de inverse van de LR- (1/LR-) en dus groter dan 1.

Pre-test odds (prior odds)

De pre-test odds of prior odds is de kans op een ziekte ten opzichte van de kans op geen ziekte vóór het uitvoeren van een diagnostische test.

Pre-test odds = voorkans / (1- voorkans)

Post-test odds (posterior odds)

De post-test odds is de kans op een ziekte bij een positieve testuitslag ten opzichte van de kans op geen ziekte bij een positieve testuitslag.

Post-test odds = pre-test odds  x  likelihood ratio.

Post-test probabiliteit

De post-test odds kan worden omgezet in een risico, dit is de post-test probabiliteit.

Post-test probabiliteit = post-test odds / (post-test odds + 1)

Voorkans

Syn: a-priorikans, voorafkans, prevalentie  Eng: prevalence

De voorkans is de kans op ziekte bij een gegeven persoon vóór het uitvoeren van een bepaalde onderzoekshandeling (observatie, anamnese, klinisch onderzoek of test).

Bijvoorbeeld: Bij een screeningsonderzoek is de voorkans gelijk aan
de prevalentie van de te onderzoeken aandoening in de algemene bevolking. De voorkans van een patiënt die zijn arts consulteert is gewoonlijk hoger dan de prevalentie in de algemene bevolking, o.a. door de aanwezigheid van klachten en/of symptomen.

Nakans

Syn: a-posteriorikans, achterafkans  Eng: post-test probability

De nakans (achterafkans) of post-test probability is de kans op ziekte na het in rekening nemen van een argument.

Dichotoom

Syn: binominaal

Zie variabele.

Doelmatigheid

Efficiëntie. Zie effect.

Doeltreffendheid

Effectiviteit. Zie effect.

DSM

Diagnostic and Statistical Manual

Dit handboek is ontwikkeld door de American Psychiatric Association (APA) en bevat de op systematische en gestandaardiseerde wijze verzamelde definities van psychiatrische aandoeningen. Per psychiatrische diagnose worden de klinische en andere criteria vermeld die behulpzaam kunnen zijn bij het stellen van de diagnose. De vierde druk, DSM-IV, is gepubliceerd in 1994. DSM-III en DSM-IIIR zijn eerdere versies.

Dubbelblind

Zie blindering.

Dwarsdoorsnedeonderzoek

Syn: cross-sectioneel, transversaal, prevalentie onderzoek

Eng: cross sectional study

Dwarsdoorsnedeonderzoek is een vorm van observationeel epidemio­logisch onderzoek, waarbij op een bepaald tijdstip gegevens over risicofactoren en/of uitkomsten in een populatie worden verzameld. Voorbeelden van dwarsdoorsnedeonderzoek zijn: het bepalen van de prevalentie van een ziekte, het opsporen van een ziekte of risico (screening), onderzoek naar etiologische factoren.

 

E

EBM

Evidence-Based Medicine

Evidence-Based Medicine is het oordeelkundig gebruik maken van systematisch verzamelde resultaten van wetenschappelijk onderzoek bij het nemen van beslissingen voor individuele patiënten. EBM in de praktijk toepassen impliceert het integreren van klinische expertise met beschikbaar wetenschappelijk bewijs, waarbij de voorkeur en opvattingen van de patiënt een belangrijke rol spelen.

Ecologisch onderzoek

Syn: correlatie onderzoek  Eng: ecological study

Ecologisch onderzoek is een vorm van observationeel onderzoek, waarbij de analyse eenheden populaties of groepen van personen zijn in plaats van individuele personen. Men kan bijvoorbeeld de gemiddelde inname van voedingsvezels vergelijken met de mortaliteit door coloncarcinoom in verschillende populaties. De resultaten van dergelijk onderzoek dienen met enige reserve te worden geïnterpre­teerd, aangezien de correlaties op populatieniveau niet noodzakelijker­wijs gelden op individueel niveau.

Economische evaluatie

Een economische evaluatie betrekt de factor kosten in de effectmeting. Er bestaan verschillende soorten economische evaluaties.

Kosten-baten analyse

Eng: cost-benefit analysis

In een kosten-baten analyse worden de kosten van een behandeling of interventie vergeleken met de winst hiervan. De winst wordt uitgedrukt in een vermindering van inkomensverlies door vroegtijdig overlijden of ziekte. Bij een dergelijke evaluatie worden dus zowel de kosten als de baten uitgedrukt in geld.

Kosten-effectiviteitsanalyse

Eng : cost-effectiveness analysis

In een kosten-effectiviteitsanalyse vergelijkt men zowel de effectiviteit als de kosten van verschillende behandelingen of interventies. Op deze wijze kan men bepalen welke behandeling of interventie tegen de minste kosten het gewenste effect geeft of welk effect binnen een bepaald budget haalbaar is.

De resultaten van een kosten-effectiviteitsanalyse kunnen worden uitgedrukt in een kosten-effectiviteitsratio (Eng: cost-effectiveness ratio). Dit is het verschil in kosten tussen twee interventies gedeeld door het verschil in effect tussen de twee interventies.

Kosten-minimalisatieanalyse

Eng: cost-minimization analysis

Hierbij worden twee of meer interventies of behandelingen vergeleken die eenzelfde effect hebben. Men onderzoekt welke interventie de minste kosten genereert. Opgemerkt moet worden dat men hierbij veronderstelt dat de effecten identiek zijn, hetgeen in de praktijk niet altijd het geval is.

Kosten-nutsanalyse

Eng: cost-utility analysis

Dit is een economische evaluatie waarbij het effect van verschillende behandelingen of interventies wordt uitgedrukt in gewonnen ‘utilities’, zoals DALY, QALY of HYE (Healthy Years Equivalent). Een dergelijke uitkomstmaat gaat verder dan een kost in geld, maar betrekt ook de voorkeur van het individu of de maatschappij in de uitkomst.

DALY (Disability Adjusted Life Years) is een maat voor de ziektelast van een populatie en het effect van interventies hierop. De DALY berust op correctie van de levensverwachting naar aanleiding van een ziekte (disability). DALY is een alternatief voor de QALY en is door de Wereldbank ontwikkeld als valide indicator voor de gezondheidstoestand van populaties.

QALY (Quality Adjusted Life Years) wordt gedefinieerd als één jaar in goede gezondheid. Als door een interventie de levensverwachting wordt verlengd met één jaar in goede gezondheid, dan is de uitkomst één QALY. Evenzo, als de interventie de levensduur niet verlengt, maar wel de kwaliteit van leven doet toenemen van bijvoorbeeld tweederde kwaliteit naar volledige kwaliteit gedurende drie jaar, dan is de uitkomst eveneens één QALY. De waarde van levens­kwaliteit is bepaald aan de hand van de voorkeur van personen of van de maatschappij voor gezondheidstoestanden. Dit is gemeten met behulp van vragenlijsten, waarop ieder persoonlijk aanduidt welke waarde men hecht aan een bepaalde gezondheidstoestand (bijvoorbeeld, status na myocardinfarct, hemiplegie) ten opzichte van volledige gezondheid. Op basis van de gegevens van een grote groep respon­denten zijn tabellen opgesteld die worden gebruikt voor het berekenen van de QALY’s.

Effect

Het effect van een behandeling of interventie kan op verschillende manieren worden uitgedrukt.

Doelmatigheid

De doelmatigheid of efficiëntie (Eng: efficiency) van een behan­deling of interventie verwijst naar het bereikte effect in relatie tot de benodigde middelen (geld, tijd, personen). Dit wordt ook wel uitgedrukt als de kosten per eenheid van het gewenste effect. Een efficiënte behandeling of interventie geeft het gewenste effect tegen een minimum aan kosten.

Doeltreffendheid

De doeltreffendheid (Eng: effectiveness) van een geneesmiddel of interventie verwijst naar de mate waarin het doel van de behandeling wordt bereikt in de alledaagse praktijk (dat wil zeggen buiten de condities van een klinisch-epidemiologisch onderzoek).

Werkzaamheid

De werkzaamheid (Eng: efficacy) van een geneesmiddel of inter­ventie verwijst naar het gunstige effect ervan in optimale omstandig­heden. De werkzaamheid wordt idealiter vastgesteld in een rando­mised controlled trial (RCT).

Effectgrootte

Zie standardised effect size.

Effect modifier

Dit is een factor die het effect beïnvloedt van een mogelijke causale factor die wordt bestudeerd. Leeftijd is bijvoorbeeld in vele gevallen een ‘effect modifier’. Genetische predispositie kan ook een effect modifier zijn voor bepaalde vormen van kanker.

Efficiëntie

Doelmatigheid. Zie effect.

Effectiviteit

Doeltreffendheid. Zie effect.

Eindpunt

Syn: uitkomst  Eng: outcome

Datgene wat men meet om het resultaat van een gebeurtenis of interv­entie te meten wordt eindpunt of uitkomst genoemd. Naar gelang de aard van het gekozen eindpunt kan men een onderscheid maken in harde eindpunten zoals dood of aangetoonde morbiditeit en interme­diaire of surrogaat eindpunten. De intermediaire eind­punten zijn afgeleide parameters die meestal alleen indirect samen­hangen met harde eind­punten. De serumlipidenwaarden bijvoor­beeld, kunnen beschouwd worden als intermediaire eindpunten in onderzoek naar het effect van medicatie waarbij cardiovasculair overlijden een harde uitkomst is. Wanneer er geen directe relatie is aangetoond tussen het intermediaire eindpunt en relevante harde eindpunten, is de waarde van studies die slechts intermediaire eindpunten weergeven zeer beperkt.

EMBASE

Embase is de online versie van Excerpta Medica, de Europese data­bank voor de biomedische wetenschappen. Hierin zijn meer dan 4 000 tijdschriften uit een 70-tal landen opgenomen, waaronder ‘Huisarts Nu’ en ‘Huisarts en Wetenschap’. Embase bevat referenties vanaf 1974 tot heden. Er is ongeveer 40% overlap met de referenties in Medline. Embase wordt uitgegeven door Elsevier en is alleen voor abonnees te raadplegen.

Empirisch

Empirische gegevens zijn gebaseerd op klinische observatie of ervaring en niet op experimenteel onderzoek.

Endemisch

Een ziekte is endemisch wanneer deze in een populatie of regio voortdurend aanwezig is.

Epidemie

Wanneer in een populatie het aantal gevallen van een ziekte snel toeneemt in een bepaalde periode of als het aantal gevallen de ver­wachtingen overstijgt, spreekt men van een epidemie. Een wereld­wijde epidemie wordt een pandemie genoemd.

Equity

Deze term uit de (gezondheids)economie impliceert dat gezondheids­zorg beschikbaar is voor iedereen. Dat wil zeggen dat er geen verschillen bestaan in toegankelijkheid van de zorg, kwaliteit van de zorg en gezondheid van een bevolking.

Exclusiecriterium

Exclusiecriteria beschrijven de redenen waarom personen (patiënten) niet werden opgenomen in de studie. Deze criteria moeten bij het begin van de studie worden gedefinieerd.

Experimenteel onderzoek

In tegenstelling tot observationeel onderzoek grijpt men bij een experimentele onderzoeksopzet in de ’natuurlijke gang van zaken‘ in. Een randomised controlled trial (RCT) is een voorbeeld van een experimentele onderzoeksopzet.

Externe validiteit

Zie validiteit.

 

F

Fisher exact test

De Fisher exact toets wordt toegepast bij studies met kleine aantallen, waarbij de Chi²-toets niet gebruikt mag worden.

Fixed effects model

Zie heterogeniteit.

Focusgroep

Een focusgroep discussie is een kwalitatieve onderzoeksmethode. Een kleine groep van meestal 8-12 personen, die elkaar al dan niet kennen, wordt uitgenodigd om over een of meerdere door de onderzoekers aangebrachte topics te discussiëren. Naast de inhoud van de discussie is ook de interactie, de niet-verbale communicatie binnen de groep van belang.

Follow-up

De observaties van personen of groepen in een onderzoek over een bepaalde periode.

Forest plot

Een forest plot is een grafische weergave van de resultaten van ver­schillende studies die in een meta-analyse zijn geïncludeerd. De punt­schattingen en betrouwbaarheidsintervallen van elk van de studies worden onder elkaar gezet met onderaan het diamantvormige resultaat van de pooling, de schatting van het globale effect. Op deze wijze ontstaat een soort boomgrafiek. Het logo van de Cochrane Collaboration is een voorbeeld van een forest plot. Hierin worden studies weergegeven die het effect onderzoeken op neonatale mortaliteit van een behandeling met corticosteroïden bij vrouwen met dreigende vroeggeboorte. Het resultaat van de meta-analyse toont dat het toedienen van cortico­steroïden de mortaliteit bij pasgeborenen significant reduceert.

Voorbeeld:

Het logo van de Cochrane Collaboration

 

Fout-negatief

Zie diagnostisch onderzoek.

Fout-positief

Zie diagnostisch onderzoek.

Funnel plot

Een funnel plot is een grafische methode om publicatiebias op te sporen bij het uitvoeren van een meta-analyse. Hiertoe wordt voor elke studie het gevonden effect uitgezet tegen het aantal onderzochte personen (steekproefgrootte). De verdeling van de punten in deze grafiek dient een trechtervorm te vertonen (Eng: funnel), waarbij de spreiding groter wordt naarmate de steekproefgrootte afneemt. Een asymmetrie in de vorm van de trechter duidt erop dat studies ont­breken (bijvoorbeeld omdat deze niet zijn gepubliceerd of door de zoekstrategie niet zijn opgespoord).

 

G

Geblindeerde uitkomstmeting

Zie blindering.

Gecontroleerde studies

Zie placebo-gecontroleerde studies.

Gemiddelde

Men kan de verdeling van een variabele in een populatie op verschillende manieren beschrijven: als gemiddelde, mediaan of modus.

Het gemiddelde (Eng: mean) wordt berekend door de som van alle gemeten waarden te delen door het aantal waarnemingen.

De mediaan (Eng: median) is de middelste waarde wanneer alle waarnemingen worden gerangschikt van laag naar hoog. De mediaan verdeelt alle waarnemingen in twee delen die elk 50% van de waarnemingen bevatten.

De modus (Eng: mode) geeft de meest voorkomende waarneming weer.

 

Generaliseerbaarheid

Zie validiteit.

Gevalideerde schaal

Dit is een schaal waarvan is aangetoond dat de scores weergeven wat men beoogt te meten. Zie validiteit.

Gevalsonderzoek

Zie case-study.

Gevoeligheid

Syn: sensitiviteit

Zie diagnostisch onderzoek.

Gewogen

Men kan een statistische weging van de resultaten van verschillende studies in een meta-analyse of in een multicenter studie toepassen. Door het toekennen van een wegingsfactor kan men bijvoorbeeld in een meta-analyse studies met een grotere onderzoekspopulatie of met een hogere methodo­logische kwaliteit meer gewicht geven in de analyse.

Grounded theory

De grounded theory wordt tijdens het proces van het onderzoek ontwikkeld en getoetst en is vooral van belang bij kwalitatief onderzoek dat vertrekt van nul, over een topic waar nog geen gegevens over bestaan. Hierbij gaat men niet uit van een hypothese die wordt getoetst, maar formuleert men een hypothese op basis van de observaties en verzamelde gegevens. De basis, de ‘grond’ van de hypothese ligt in de data zelf.

Gouden standaard

Syn: referentietest  Eng: gold standard, criterion standard

Dit is een methode, procedure of meting die algemeen beschouwd wordt als de best beschikbare methode. Een gouden standaard (referentie­test) wordt vooral gebruikt bij het vergelijken van diagnos­tische testen en wordt dan omschreven als de test die het best kan discrimineren tussen patiënten met en zonder een bepaalde ziekte. Aangezien de gouden standaard meestal een omslachtige of invasieve test is (zoals bijvoorbeeld een keelkweek voor de diagnostiek van streptokokken faryngitis of gastroscopie voor het diagnosticeren van een maagulcus) gebruikt men in de praktijk minder accurate diagnos­tische testen. De waarde van diagnostische testen wordt in vergelijking met de gouden standaard uitgedrukt in sensitiviteit en specificiteit. Zie diagnostisch onderzoek.

 

H

Harde eindpunten

Zie eindpunt.

Hawthorne effect

Dit is het (meestal gunstige) effect van een interventie op een onderzochte persoon, dat uitsluitend te wijten is aan het feit dat deze aan een onderzoek meedoet. De naam van dit effect is afgeleid van studies die in de veertiger jaren in een elektriciteitsfabriek in de Verenigde Staten (Hawthorne) werden uitgevoerd. Men onderzocht het effect van verlichting op de werkplek op de productiviteit van de werknemers en stelde vast dat ook in de controlegroep de prestaties verbeterden.

Hazard Ratio (HR)

Syn: relatief risico

De hazard ratio is een relatief risico van een uitkomst wanneer de analyse gebeurt met behulp van het Cox regressiemodel. Zie Cox proportional hazards model.

Healthy worker effect

Dit is een vorm van selectiebias die oorspronkelijk stamt uit arbeids­geneeskundig onderzoek. Bij vergelijking van een werkende populatie met de algemene populatie stelde men vast dat de morbiditeit en mor­taliteit in de eerste groep lager ligt. Dit fenomeen is te verklaren door het feit dat een werkende populatie over het algemeen gezonder is dan de totale populatie die ook personen bevat die te ziek zijn om te werken.

Heterogeniteit

Studies zijn homogeen wanneer ze onderling goed overeenkomen wat betreft onderzochte populatie, onderzoeksopzet en methode van analyseren. Studies zijn heterogeen wanneer ze van elkaar verschillen. Bij meta-analyses is het belangrijk dat de betrokken studies zo homogeen mogelijk zijn. Men kan testen op de aanwezigheid van statistische heterogeniteit tussen verschillende studies door kritische analyse van de in de studies toegepaste onderzoeksmethoden, door het plotten van de resultaten van de verschillende studies of met behulp van een statistische toets (Q-toets).

Indien er geen statistische heterogeniteit kan worden aangetoond kan men bij meta-analyse gebruik maken van het fixed effects model. Dit model is gebaseerd op de veronderstelling dat er slechts één vaste onderliggende waarde voor het effect bestaat. De verschil­lende effecten die in studies worden gevonden zijn volgens dit model slechts aan het toeval te wijten.

Indien wordt aangetoond dat er statistische heterogeniteit bestaat tussen de studies kan men ofwel niet poolen ofwel bij analyse gebruik maken van het random effects model. Dit is een statistisch model ontwikkeld voor meta-analyse door DerSimonian & Laird (1986). Bij dit model neemt men aan dat de verschillende effecten die in studies worden gevonden, berusten op toevalsvariatie, maar ook op werkelijke variatie tussen studies. Het uitgangspunt van het random effects model is dat er een ‘populatie’ van mogelijke effecten bestaat met een verdeling rond een gemiddeld globaal effect.

Indien de studies homogeen zijn komen de resultaten van analyse volgens het random effects model overeen met de resultaten berekend volgens het fixed effects model.

Histogram

In een histogram staan de waarden van de metingen uitgezet op de x-as. De hoogte van de blokken op de y-as geeft de frequentie aan.

 

Homogeniteit

Zie heterogeniteit.

HRQL

Health Related Quality of Life

Deze schaal meet parameters die gerelateerd zijn aan de gezondheids­toestand van een persoon: de functionele status, de percepties van gezondheid en de tevredenheid met de kwaliteit van het eigen leven.

Hypothese

Een hypothese is een veronderstelling die zodanig geformuleerd is dat deze op correctheid getoetst kan worden. Zie ook nulhypothese.

 

I

ICD

International Classification of Disease

De ICD-10 is de tiende revisie van de ‘International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems’. Deze classificatie wordt gebruikt in epidemiologisch onderzoek en evaluatie van de gezondheidszorg.

http://www.who.int/whosis/icd10/

ICPC

International Classification of Primary Care

ICPC is een internationaal classificatiesysteem, ontwikkeld voor gebruik in de eerste lijn. ICPC is samengesteld door het classificatie­comité van WONCA  en bevestigd door de Wereld Gezond­heids­organisatie (WGO). ICPC omvat drie elementen van het arts-patiënt contact: de ‘reason for encounter’ (RFE), de diagnose en het behandel­plan. De codes kunnen worden vergeleken met ICD (International Classification of Disease) codes voor gebruik in wetenschappelijk onderzoek. ICPC-2 is gepubliceerd in 1998. De ICPC-Drug Classifi­cation (1993) is compatibel met de ATC.

Incidente kosten

Zie kosten.

Incidentie

De incidentie is het aantal nieuwe zieken of ziekten in een populatie over een bepaalde periode (meestal één jaar). De incidentie kan op twee manieren worden weergegeven, als cumulatieve incidentie of als incidentiecijfer.

De cumulatieve incidentie (syn: risico) is de proportie van het aantal personen in een populatie dat binnen een bepaalde tijdsperiode een ziekte ontwikkelt. De cumulatieve incidentie berekent men door het aantal nieuwe gevallen tijdens de onderzoeksperiode te delen door het aantal personen zonder de ziekte in de populatie in het begin van de onderzochte tijdsperiode.

Bijvoorbeeld, in een populatie van 10 000 personen worden gedurende één jaar twee nieuwe gevallen van coloncarcinoom vastgesteld; de (cumulatieve) incidentie van coloncarcinoom in deze populatie is dus 2 per 10 000 per jaar.

Het incidentiecijfer wordt berekend door het aantal nieuwe zieken in een bepaalde periode te delen door de ‘populatie at risk’. De populatie at risk wordt bepaald door het totaal aantal tijdseenheden dat alle personen in het onderzoek het risico liepen om de ziekte te ontwikkelen, bijvoorbeeld per 1 000 patiëntjaren.

Bijvoorbeeld, in een studie over het voorkomen van ernstige gastro­intestinale bloedingen bij gebruik van NSAID’s worden bij 16 patiënten gastro­intestinale bloedingen vastgesteld. De duur van de studie is 9 maanden, maar niet alle patiënten worden even lang opgevolgd. Men telt de duur van follow-up van alle patiënten bij elkaar op en komt tot een totaal van 8 000 patiëntjaren; het incidentie­cijfer in deze populatie is dus 16/8 000 of 2/1 000 patiëntjaren.

Inclusiecriterium

Inclusiecriteria beschrijven de voorwaarden waaraan personen (patiënten) moeten voldoen om opgenomen te worden in de studie. Deze criteria moeten bij het begin van de studie worden gedefinieerd.

Index case

De index case is de eerste patiënt die onder de aandacht van de onderzoeker komt (bijvoorbeeld bij het uitbreken van een epidemie). De indexgroep is de groep die de te onderzoeken interventie krijgt in een RCT of die aan de te onderzoeken risicofactor is blootgesteld in een cohortonderzoek of case-control onderzoek.

Indextest

Dit is in diagnostisch onderzoek de test waarvan de eigenschappen worden onderzocht.

Inductie

Bij inductie tracht men uitgaande van observaties of andere data te veralgemenen tot het formuleren van hypothesen of theorieën. Dit in tegenstelling tot deductie, waarbij de theorie het uitgangspunt is. Zie ook deductie.

Informatiebias

Zie vertekening.

Informed consent

De vrijwillig verkregen toestemming van een persoon of een verant­woordelijke (bijvoorbeeld ouder of voogd) voor deelname aan een studie of interventieprogramma noemt men informed consent. De persoon in kwestie moet duidelijk ingelicht zijn over het doel, de methode, de procedure, de voordelen en de risico’s en, indien van toe­passing, over de graad van onzekerheid van de uitkomst. In de meeste studies wordt een schriftelijke toestemming gevraagd.

Enkele essentiële criteria van informed consent zijn:

·         kennis en begrip van bovenstaande, dit dient expliciet te worden nagegaan,

·         de toestemming dient onbeïnvloed te zijn gegeven,

·         het recht op intrekken van de toestemming op elk moment in de studie of interventie moet duidelijk zijn medegedeeld,

·         men dient na te gaan of de persoon dit alles goed heeft verstaan.

Intention-to-screen

Zie intention-to-treat.

Intention-to-treat

Volgens het intention-to-treat principe worden in een interventie­studie na toewijzing de onderzoeksgroepen niet meer gewijzigd. Dit betekent dat alle patiënten die aan een groep zijn toegewezen worden betrokken in de analyse, ongeacht of zij de toegewezen behandeling gevolgd of voltooid hebben. Zie ook per-protocol analyse.

Intermediaire eindpunten

Zie eindpunt.

Interne validiteit

Zie validiteit.

Interobserver variatie

Zie kappa-waarde.

Interventiestudie

Een interventiestudie is een experimenteel onderzoek waarbij men het effect van een experimentele interventie (bijvoorbeeld medicatie) onderzoekt. Een (randomised) controlled trial is een voorbeeld van een interventiestudie. Zie ook clinical trial.

Intra-observer variatie

De verschillen tussen meerdere observaties van hetzelfde fenomeen door één zelfde onderzoeker. Zie ook kappa-waarde.

IPA

International Pharmaceutical Abstracts

IPA is een databank die wordt samengesteld door de American Society of Health-System Pharmacists. Deze databank bevat referenties uit farmaceutische, medische en gezondheidszorg tijdschriften wereldwijd vanaf 1970. Actualisering gebeurt viermaal per jaar. De IPA is alleen voor abonnees toegankelijk.

 

K

Kans

In epidemiologisch onderzoek geeft een kans aan in welke mate men een bepaalde uitkomst kan verwachten. Een kans is een getal tussen 0 en 1, ofwel een percentage (tussen 0 en 100). Zie ook risico en odds.

Kaplan-Meier schatting

Dit is een (non-parametrische) methode, ontwikkeld door Kaplan en Meier (1958) om overlevingstabellen te maken. Deze methode houdt rekening met het feit dat niet iedereen tot het gewenste eindpunt kan worden opgevolgd. Er worden hierbij geen co-variabelen in de analyse betrokken (univariate analyse). Dit in tegenstelling tot het Cox model dat een vorm van multivariate analyse is. Zie Cox proportional hazards model.

Kappa-waarde

De kappa-waarde, ook wel Cohen’s kappa genoemd, is een maat die gebruikt wordt om de overeenstemming van twee of meer observatoren of de overeenstemming tussen meerdere observaties van dezelfde observator weer te geven. Dit noemt men respectievelijk, de inter­observer variatie en de intraobserver variatie.

De kappa-waarde wordt als volgt berekend: men berekent eerst de geobserveerde overeenkomst (O) tussen de onderzoekers, vervolgens berekent men de op basis van toeval verwachte overeenkomst (V) tussen de onderzoekers. De kappa-waarde is de verhouding tussen de werke­lijke overeenkomst met uitsluiting van toeval en de potentiële overeen­komst met uitsluiting van toeval: O-V / 1-V.

Een kappa-waarde van 1 betekent dat er een perfecte overeenstem­ming is. Een kappa-waarde van 0 geeft aan dat de overeenstemming niet beter is dan men op grond van het toeval zou kunnen verwachten. Een kappa van 0,4-0,6 kan beschouwd worden als ‘redelijke’ en van 0,6-0,8 als ‘goede’ overeenstemming.

Kosten

Incidente kosten zijn kosten die over een bepaalde tijdspanne (duur van de ziekte, gehele levensduur,...) worden berekend.

Prevalente kosten zijn kosten zoals deze zich op het moment van meten aandienen. Zie ook economische analyse.

Kruskal-Wallis toets

Dit is een non-parametrische vorm van variantieanalyse (ANOVA) die wordt gebruikt als er meer dan twee groepen worden vergeleken. Het is een uitbreiding van de Mann-Whitney test die wordt toegepast bij vergelijken van twee groepen. Zie variantieanalyse en Mann-Whitney U toets.

Kwalitatief onderzoek

In kwalitatief onderzoek bestudeert men meningen, opvattingen en gevoelens van personen of kleine groepen van personen over een duidelijk omschreven onderwerp. Hiervoor doet men beroep op kwalitatieve methoden zoals observatie, interview, participerende observatie, focus­groep gesprekken en consensusmethoden (Delphi). De resultaten van kwalitatief onderzoek zijn niet in getallen uit te drukken en niet te veralgemenen.

Kwantitatief onderzoek

In kwantitatief onderzoek tracht men de in een populatie te onder­zoeken parameters te kwantificeren, dat wil zeggen in getallen uit te drukken.

Kwartielen

Men kan de gemeten waarden van een variabele indelen naar frequentie van voorkomen. Elk kwartiel komt overeen met 25% van de metingen. Zie ook percentiel.

 

L

Landschap

Zie diagnostisch landschap.

Likelihood ratio

Zie diagnostisch onderzoek.

Likert Scale

Dit is een ordinale schaal van antwoorden op een vraag, waarbij de antwoorden in een hiërarchische volgorde zijn gerangschikt.

Bijvoorbeeld:      altijd      dikwijls     zelden      nooit

Lineaire regressieanalyse

Zie regressieanalyse.

LOCF analysis

Last Observation Carried Forward analysis

Hierbij beschouwt men de laatste observatie van elke persoon die aan de studie heeft deelgenomen als uitkomst, ook als het tijdstip van observatie niet samenvalt met het in de studie vooropgestelde tijdstip van uitkomstmeting.

Logistische regressie

Zie regressieanalyse.

Lost to follow-up

De personen van wie aan het einde van het onderzoek de te onder­zoeken uitkomsten niet bekend zijn en voor wie men geen reden voor uitval heeft kunnen registreren noemt men lost to follow-up.

 

M

Mann-Whitney U toets

Dit is een non-parametrische toets, die het verschil tussen twee groepen toetst (equivalent aan de t-test). De uitkomst van deze test is de ‘U-statistic’. Wanneer er meer dan twee groepen worden getoetst gebruikt men de Kruskal-Wallis toets. De Mann-Whitney U test is vergelijkbaar met de Wilcoxon rank sum test. Zie ook t-toets.

Mantel-Haenszel toets

Deze Chi²-toets wordt onder andere toegepast bij analyse van de relatie tussen twee variabelen na controle voor andere variabelen. Deze test berekent de gemiddelde grootte van de associatie tussen de twee variabelen. Zie ook Cochran-Mantel-Haenszel toets.

Matching

Matching is een techniek die wordt toegepast om de samenstelling van twee of meer groepen voor een aantal relevante kenmerken zoveel mogelijk vergelijkbaar te maken. Veel gebruikte algemene kenmerken waarop matching wordt toegepast zijn bijvoorbeeld leeftijd en geslacht. Voordeel van matching is dat het verstorende effect van de gematchte kenmerken bij analyse kan worden uitgesloten. Een nadeel is dat het niet mogelijk is om achteraf het effect van deze kenmerken nog te onderzoeken.

McNemar’s test

Bij analyse van gepaarde data, zoals bijvoorbeeld data van kinderen op 12-jarige leeftijd vergeleken met data van dezelfde kinderen twee jaar later, kan men de McNemar’s test gebruiken.

Mediaan

Zie gemiddelde.

Medline

Medline is een bibliografische databank van de National Library of Medicine (NLM) in de VS. Medline is een onderdeel van MEDLARS (Medical Library Archiving and Retrieval Systems), dat in de zestiger jaren werd ontwikkeld om met een computer de enorme rijkdom aan medische informatie in de NLM toegankelijk te maken. Medline beslaat de vakgebieden geneeskunde, verpleegkunde, tandheelkunde, dier­geneeskunde, het gezondheidszorgsysteem en elementair biomedisch onderzoek. In Medline vindt men beschrijvingen van artikels uit medische tijdschriften uit de hele wereld van 1966 tot op heden. Zo’n 80% van de referenties verwijst naar Engelstalige artikels. Medline is gratis te raadplegen via PubMed.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi

MeSH

Medical Subject Heading

Elk artikel in de Medline databank is geïndexeerd met behulp van het MeSH trefwoorden systeem. Deze index van meer dan 16 000 trefwoorden is hiërarchisch georganiseerd. De trefwoorden staan in onderling (hiërarchisch) verband en zijn bijeengebracht in een thesaurus. De MeSH index is een dynamisch systeem waarin termen worden toegevoegd, vervangen, verfijnd, etc.

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?db=mesh

Meta-analyse

Een meta-analyse is een systematische review waarbij de resultaten van een aantal vergelijkbare klinische studies worden gebundeld (gepoold) en herberekend. Hierdoor wordt het mogelijk om met een grotere betrouwbaarheid een uitspraak te doen over het effect van een interventie of behandeling. Zie ook pooling.

Meta-regressie

Dit is een multivariate meta-analyse techniek, zoals logistische regressie, die wordt toegepast om in een systematische review de relatie te onderzoeken tussen studiekenmerken (bijvoorbeeld concealment of allocation, uitgangsrisico, timing van de interventie) en de studie­resultaten (de grootte van het effect in elke studie).

Modus

Zie gemiddelde.

Mortaliteitsratio

De mortaliteitsratio is een proportie: het aantal personen dat sterft gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld gedurende één jaar of gedurende de duur van het onderzoek) gedeeld door het totaal aantal personen in de populatie.

Multicenter studie

Dit is een studie waaraan meerdere centra meewerken. Een centrum kan zijn een ziekenhuis, kliniek of huisartspraktijk. Alle centra passen hetzelfde onderzoeksprotocol toe. De resultaten van alle centra worden samengevoegd en als één studie geanalyseerd.

Multipele regressieanalyse

Zie regressieanalyse.

Multivariate analyse

Multivariate analyse duidt op het analyseren van vele variabelen. Het is een verzamelnaam voor een aantal analysetechnieken die de aard en de mate van samenhang tussen waarnemingen beschrijven. Men kan met behulp van deze technieken bijvoorbeeld het verband bestuderen tussen de onderzochte variabelen en andere variabelen die de onderzochte relatie kunnen verstoren (de zogenaamde confounders). Hierdoor kan men corrigeren voor het effect van de verstorende variabelen. Multipele regressieanalyse is een vorm van multivariate analyse. Zie ook confounder.

Bijvoorbeeld, in een onderzoek naar het effect van hormonale substi­tutietherapie op het optreden van femurfracturen bij vrouwen kunnen vele factoren interveniëren, zoals leeftijd van de vrouw, botdensiteit, duur van behandeling, etc... Met behulp van multi­variate analyse technieken kan men de invloed van elk van deze (verstorende) variabelen op de uitkomst (femurfracturen) onder­zoeken en hiervoor corrigeren.

 

N

Nakans

Zie diagnostisch onderzoek.

Negative predictive value (NPV)

Zie diagnostisch onderzoek.

Nested case-control onderzoek

Zie case-control onderzoek.

Nocebo

Een nocebo is een ongewenst (en onaangenaam) effect van een product of interventie zonder fysiek therapeutisch effect. Zie ook placebo.

N of 1 trial

In een gerandomiseerd onderzoek met één persoon kan men bijvoorbeeld de optimale behandeling voor een individuele patiënt onderzoeken. De patiënt ondergaat een aantal ‘gepaarde behande­lingen’ bestaande uit een experimentele behandeling en een controlebehandeling (of placebo). De volgorde van de behandelingen wordt willekeurig (aselect) bepaald en bij voorkeur zijn zowel de behandelend arts als de patiënt blind voor de gevolgde behandeling. In de ene periode volgt de patiënt de experimentele behandeling en in de andere periode de controlebehandeling. Het afwisselen van de behandelingen wordt herhaald totdat arts en patiënt ervan overtuigd zijn dat de behandelingen verschillend of zeker niet verschillend zijn.

Nominaal

Categorie-aanduidend. Zie schalen en variabele.

Non-parametrisch

Non-parametrische statistische toetsen stellen geen voorwaarden aan de verdeling van de waarden van een variabele, dit in tegenstelling tot parametrische toetsen. Voorbeelden zijn: Wilcoxon rank sum test, Mann-Whitney U test, Kruskal-Wallis test. Zie ook parametrische toetsen.

Normale verdeling

Syn: Gauss verdeling

Eng: Normal distribution, Gaussian distribution

De normale verdeling is een frequentieverdeling met een specifieke vorm. Op de horizontale x-as zet men de mogelijke waarden uit. De frequentie van elke waarde wordt op de verticale y-as weergegeven. Karakteristieken van deze grafiek zijn: 1) de curve is klokvormig en symmetrisch en de staarten raken niet aan de x-as; 2) het rekenkundig gemiddelde, de mediaan en de modus zijn gelijk; en 3) de vorm wordt bepaald door het gemiddelde en de standaard deviatie.

 

Nulhypothese

Eng: null hypothesis

De nulhypothese stelt dat een gevonden associatie of verschil berust op toeval, met andere woorden dat er in werkelijkheid geen associatie of verschil bestaat. Dit in tegenstelling tot de ‘alternatieve hypothese’ die een associatie veronderstelt. Deze nulhypothese vormt het uitgangspunt van statistische toetsen, waarmee men de kans berekent dat een resultaat aan het toeval kan worden toegeschreven. Wanneer men de nulhypothese onterecht verwerpt maakt men een type-I of a-fout, wanneer men de nulhypothese onterecht aanneemt maakt men een type-II of b-fout. Zie ook p-waarde en type-I of type-II fout.

Bijvoorbeeld, wanneer men in een klinische studie het effect van statines op mortaliteit onderzoekt ten opzichte van placebo, stelt de nul­hypothese dat er geen verschil in mortaliteit is tussen de beide groepen.

Number Needed to Harm (NNH)

Dit getal geeft aan hoeveel behandelde personen aanleiding geven tot één negatieve uitkomst (een schadelijke nevenwerking of dood) ten gevolge van een interventie.

NNH = 1 / ARR van de negatieve uitkomst x 100

Number Needed to Treat (NNT)

Dit getal geeft aan hoeveel personen moeten worden behandeld gedurende de bestudeerde termijn om één extra geval van een bepaalde ziekte te genezen of te voorkomen.

NNT = 1 / ARR x 100

 

O

Observationeel onderzoek

Syn: beschrijvend / epidemiologisch onderzoek

Onderzoek waarbij geen interventie of experimentele behandeling wordt getoetst noemt men observationeel onderzoek. Vormen van observationeel onderzoek zijn: cohortonderzoek, dwarsdoorsnede­onderzoek, case-control onderzoek en ecologisch onderzoek.

Odds

De odds is een kansverhouding, namelijk de verhouding van de kans op het optreden van een ziekte of gebeurtenis en de kans op het niet optreden ervan.

 

Ziek

Niet ziek

 

Blootgesteld

a

b

a+b

Niet blootgesteld

c

d

c+d

 

a+c

b+d

 

 

Bijvoorbeeld, als er in een groep van 100 rokers 60 rokers een chronische hoest ontwik­kelen en 40 niet, dan is de odds voor het ontwikkelen van chronische hoest in de groep rokers 60/40. In onderstaande vierveldentabel komt dit overeen met a/b. Op dezelfde wijze kan de odds voor het optreden van chronische hoest bij niet-rokers berekend worden. Wanneer in een groep van 100 niet-rokers er 10 gevallen van chronische hoest zijn is de odds voor het optreden van chronische hoest in de groep niet-rokers 10/90. In de vier­veldentabel komt dit overeen met c/d.

Odds ratio

De odds ratio (OR) is de verhouding van twee odds, namelijk (a/b) / (c/d), ofwel ad / bc.

In het voorbeeld van het optreden van chronische hoest bij rokers ten opzichte van niet-rokers is de odds ratio gelijk aan de odds voor rokers gedeeld door de odds voor niet-rokers, ofwel (60/40) / (10/90) = 13,5. Dit betekent dat rokers 13,5 maal vaker een chronische hoest ontwikkelen dan niet-rokers.

In een case-control onderzoek  is de odds ratio een inschatting van het relatief risico. Indien de prevalentie van de onderzochte aandoe­ning laag is kan de odds ratio worden geïnterpreteerd als een relatief risico.

Bijvoorbeeld, als er in een groep van 100 patiënten met longkanker (cases) 97 rokers zijn en 3 patiënten niet roken, dan is de odds om roker te zijn in de groep longkankerpatiënten 97/3. Wanneer in een controlegroep van 100 patiënten zonder longkanker (controls) er 70 roken en 30 niet roken, dan is de odds om roker te zijn in de controle­groep 70/30. De odds ratio voor de associatie van longkanker met roken is de odds bij de cases (97/3) gedeeld door de odds bij de controls (70/30); dit is gelijk aan 14. Dit betekent dat de kans dat een longkankerpatiënt rookt 14 maal groter is dan dat hij niet rookt. Aangezien longkanker een lage prevalentie heeft in de bevolking kunnen we deze odds ratio interpreteren als een relatief risico: de kans om longkanker te ontwikkelen is 14 maal groter bij rokers dan bij niet-rokers.

Onafhankelijke variabele

Zie variabele.

Ontkennende kracht

Zie diagnostisch onderzoek.

Open (label) onderzoek

Bij een open onderzoeksopzet zijn artsen en patiënten op de hoogte van de toegewezen interventie of behandeling, dit in tegenstelling tot blind onderzoek.

Ordinaal

Gerangschikt volgens een rangorde. Zie schalen en variabelen.

Overlevingscurve

Zie Kaplan-Meier schatting en Cox proportional hazards model.

 

P

Pandemie

Een pandemie is een wereldwijde epidemie.

Parallel-groepen studie

De meeste RCT’s hebben een parallel-groepen opzet. Dat wil zeggen dat elk van de onderzoeksgroepen slechts een van de onderzochte behandelingen krijgt. Zie ook crossover studie.

Parametrische toetsen

De parametrische toetsen zijn toepasbaar wanneer de waarden van een variabele ‘normaal’ verdeeld zijn (volgens een Gauss verdeling). Bijvoorbeeld, de t-toets en variantieanalyse (ANOVA). Non-para­metrische toetsen stellen geen voorwaarden aan de verdeling van de waarden. Zie non-parametrisch.

Patiëntcontroleonderzoek

Zie case-control onderzoek.

Patiëntjaren

Syn: persoonjaren

Wanneer bij een cohortonderzoek alle personen in de onderzoeksgroep gedurende dezelfde periode geobserveerd zijn, kunnen de incidentie­cijfers gemakkelijk berekend worden. Echter, bij cohortonderzoeken met een langdurige follow-up periode kunnen meestal niet alle onder­zochte personen even lang worden geobserveerd. Om rekening te houden met de variërende observatieperioden wordt gebruik gemaakt van patiëntjaren of persoonjaren bij het berekenen van incidentie­cijfers. Het aantal patiëntjaren of persoonjaren is de som van de observatieduur (deelname aan het onderzoek) van alle afzonderlijke deelnemende personen. Zie ook incidentie.

Pearson Chi2-toets

Zie Chi2-toets.

Peer review

Kritische beoordeling van collega’s uit de eigen beroepsgroep van elkaars klinisch handelen, van verschillende aspecten van de medische praktijk, van onderzoeksprotocollen, of artikels en abstracts die ter publicatie worden aangeboden aan tijdschriften of congressen.

Percentiel

Een onderverdeling van continue variabelen in 100 gelijke delen. De 50e percentiel vertegenwoordigt de mediane waarde. Zie ook kwartiel en gemiddelde.

Perinatale sterfte

De perinatale sterfte of mortaliteit is het aantal gestorven foetussen
(
³ 22 weken amenorrhoe) plus het aantal overleden zuigelingen in de eerste levensweek per 1 000 geboorten met een gewicht groter dan 500 gram.

Per-protocolanalyse

Bij een analyse per-protocol sluit men bij het analyseren alle patiënten uit die niet strikt beantwoorden aan de criteria die zijn vastgelegd in het protocol. Dit in tegenstelling tot de analyse volgens intention-to-treat waarbij alle gerandomiseerde patiënten worden geanalyseerd. Zie ook intention-to-treat.

Peto methode

Dit is methode om odds ratio’s samen te voegen die wordt toegepast bij meta-analyses. De Peto methode levert een Peto odds ratio en is gebaseerd op het fixed effects model. Zie ook heterogeniteit.

PICO

Patiënt Interventie Controle Outcome.

Deze acroniem omschrijft de vier elementen van een klinische vraag waarmee kan worden gezocht in de wetenschappelijke literatuur.

Pilootonderzoek

Een pilootonderzoek is een kleinschalig onderzoek bedoeld om een meetinstrument of een studieprotocol in de praktijk te testen.

Placebo

Een placebo interventie is een interventie die volledig gelijk is aan de te onderzoeken interventie, maar dan zonder het werkzame deel. Wanneer het effect van een medicament wordt onderzocht dient het placebo dezelfde kleur, smaak, grootte, consistentie en toedienings­wijze te hebben als het te onderzoeken medicament.

Placebo-effect

Het placebo-effect (meestal, maar niet noodzakelijk, positief) is het effect dat niet verklaard kan worden op basis van een fysiopatho­logisch model, maar wordt toegeschreven aan andere factoren, zoals het natuurlijk verloop van de klacht of aandoening, de arts-patiënt relatie, of de verwachting (door patiënt, arts of onderzoeker) dat een bepaalde interventie of behandeling effect zal hebben.

Placebo-gecontroleerde studies

In placebo-gecontroleerde studies wordt aan de controlegroep een placebo toegediend om het effect van een actieve stof in de interventie­groep te kunnen vaststellen.

Pooling

Onder pooling verstaat men het combineren van de resultaten van verschillende studies voor statistische bewerking in een meta-analyse om te komen tot een schatting van het globale effect. Zie meta-analyse.

Populatie attributief risico (PAR)

Zie attributie risico voor een populatie.

Positive predictive value (PPV)

Zie diagnostisch onderzoek.

Postmarketing onderzoek

Zie clinical trial.

Post-test odds

Zie diagnostisch onderzoek.

Post-test probabiliteit

Zie diagnostisch onderzoek.

Power

De power is de mogelijkheid van een studie om de nulhypothese te verwerpen (en dus een eventueel werkelijk bestaande associatie aan te tonen). De power wordt bepaald door een aantal factoren, waaronder het voorkomen van de bestudeerde aandoening (de prevalentie), de grootte van het effect, de onderzoeksopzet en de grootte van de steek­proef. Bij aanvang van een studie kiezen de onderzoekers zelf de gewenste power om hiermee de benodigde steekproefgrootte te berekenen. Meestal wordt een power van 80% als minimale vereiste beschouwd. Dit betekent dat er 80% kans is dat de studie een effect kan aantonen. Zie ook type-II-fout.

Precisie

Een parameter is precies wanneer deze nauwkeurig gedefinieerd is en kleine verschillen kan meten. Metingen dienen zowel precies als accuraat te zijn; dat wil zeggen zo nauwkeurig mogelijk (precisie), maar ook overeenkomend met de werkelijke waarde die men wil meten (accuraat). Bijvoorbeeld, een temperatuurmeting van 37,5°C is accuraat maar niet precies, als een gevoeliger thermometer 37,562°C meet.

Een andere maat voor precisie is de ‘standaard fout’ (SE) of de ‘standaard deviatie’ (SD) van een verschillend aantal metingen. Hoe kleiner de standaard fout of de standaard deviaties hoe groter de precisie van de meting. In de statistiek verstaat men onder precisie de inverse van de variantie van de meting (1 / variantie). Zie ook standaard fout en standaard deviatie.

Predictieve waarde

Voorspellende waarde. Zie diagnostisch onderzoek.

Pre-post studie

Eng: before-after trial

Hierbij doet men bij niet-gerandomiseerde groepen personen metin­gen voor en na een interventie. Zie clinical trial.

Pre-test odds

Zie diagnostisch onderzoek.

Prevalente kosten

Zie kosten.

Prevalentie

De prevalentie is ‘het aantal zieken’ of ziekten in een populatie op een gegeven moment, de puntprevalentie (Eng: point prevalence). De prevalentie wordt meestal weergegeven als percentage, het prevalentiecijfer. Dit is het aantal zieken gedeeld door het totale aantal personen die risico lopen op de ziekte (uitgedrukt per 1 000 of 10 000 personen). Wanneer men het aantal zieken rapporteert over een bepaalde periode (een maand, een jaar) spreekt men van ‘period prevalence’.

Prevalentieonderzoek

Zie dwarsdoorsnedeonderzoek.

Preventie

Drie preventieniveaus kunnen worden onderscheiden.

Tot de primaire preventie behoren interventies of activiteiten die het voorkómen van een ziekte tot doel hebben. De interventies richten zich hierbij op de etiologische factoren van de betreffende ziekte, zoals bijvoorbeeld stoppen met roken ter preventie van longkanker of het vaccineren ter voorkoming van de betreffende infectieziekten.

Bij secundaire preventie beoogt men het verloop van een ziekte gunstig te beïnvloeden door vroegtijdige diagnostiek. Een voorbeeld hiervan is screening van hypertensie of case-finding van diabetes mellitus.

Men spreekt van tertiaire preventie bij activiteiten die zich richten op het verbeteren van de gezondheidstoestand van personen met een (chronische) aandoening door herstel te versnellen of complicaties te voorkomen. Het toedienen van acetylsalicylzuur na een CVA of controle van de glykemie en voorlichting aan diabetespatiënten zijn voorbeelden van tertiaire preventie.

Proportie

Eng: rate

Een proportie is een breuk waarbij de teller een deel is van de noemer:
x / x+y. Dit in tegenstelling tot een ratio. Zie ook ratio.

Prospectief

Dit is een onderzoeksopzet, waarbij aan het begin van het onderzoek een geïdentificeerde groep personen wordt opgevolgd met betrekking tot het optreden van een ziekte of een andere gebeurtenis. Zie ook retrospectief.

Protocol

Voordat men aan een onderzoek of een interventieprogramma begint stelt men een plan op, waarin alle te volgen stappen en criteria vooraf worden vastgelegd.

PsycLIT

PsycLIT is een databank van de American Psychological Association (APA) en bevat referenties vanaf 1974 tot heden. PsycLIT beslaat de wetenschappelijke, de onderzoeks- en de praktijkliteratuur op het gebied van de psychologie uit ruim 45 landen en in meer dan 30 talen. Relevante referenties van aanverwante disciplines zijn eveneens geïndexeerd, zoals geneeskunde, psychiatrie, onderwijs, maatschap­pelijk werk, recht, criminologie en sociale wetenschappen. PsycLIT is alleen voor abonnees te raadplegen.

Publicatie bias

Zie bias.

PubMed

Zie Medline.

Puntschatting

De numerieke uitkomst van een studie noemt men de puntschatting (Eng: estimation). Herhaling van dezelfde studie geeft verschillende puntschattingen van hetzelfde effect. De betrouwbaarheidsgrenzen rond de puntschatting geven aan tussen welke waarden het ‘werkelijke’ effect zich bevindt. Zie ook betrouwbaarheidsinterval.

P-waarde

De p-waarde is een maat voor de waarschijnlijkheid (Eng: probability) dat het gevonden resultaat van een epidemiologisch onderzoek berust op toeval. Strikt genomen is de p-waarde een maat voor de kans dat de nulhypothese ten onrechte is verworpen (en het gevonden verschil tussen onderzoeksgroepen dus in werkelijkheid op toeval berust). Praktisch gezien is de p-waarde een waarde tussen 0 en 1, die wordt bepaald door middel van een statistische toets. Bij een p-waarde van 1 kunnen we aannemen dat het gevonden resultaat op toeval berust. Met een p-waarde dichtbij 0 kunnen we ervan uitgaan dat de gevonden waarde een werkelijke associatie aanduidt. Gewoonlijk hanteert men p=0,05 als grens van statistische significantie. Indien p=0,05 dan is de kans dat het gevonden resultaat aan het toeval is te wijten (en we de nulhypothese ten onrechte verwerpen) kleiner of gelijk aan 5%, dit noemt men ‘statistisch significant’. Als een resultaat statistisch significant is, hoeft dit niet automatisch in te houden dat het ook van klinisch belang is. Men mag statistisch significant niet verwarren met klinisch relevant (van belang voor de patiënt in de praktijk). Zie ook statistisch significant.

 

Q

QALY

Zie economische evaluatie.

Quasi-aselect

Zie aselect.

Quasi-randomisatie

Zie randomisatie.

Q-test

De Q-toets is een Chi²-toets die wordt toegepast bij het onderzoek naar heterogeniteit in meta-analyses. Zie heterogeniteit.

QUORUM

Quality of Reporting of Meta-analysis

Het doel van de QUORUM statement is het standaardiseren van de wijze van rapporteren van meta-analyses. Hiertoe is een lijst ontwikkeld, die vooral richtlijnen geeft voor het beschrijven van het abstract, de toegepaste methode, de resultaten en de discussie. Wanneer al deze onderdelen op een juiste en volledige wijze zijn beschreven kan de lezer op een gefundeerde wijze oordelen over de interne en externe validiteit van de meta-analyse in kwestie. De MOOSE statement geeft richtlijnen voor het rapporteren van meta-analyses van observationele studies. De QUORUM checklist is te raadplegen via de website van CONSORT.

http://www.consort-statement.org/

 

R