Verklarende
woordenlijst voor Evidence-Based Medicine
|
A – B – C – D – E – F – G – H – I – J – K – L – M – N – O – P – Q – R – S – T – U – V – W – X – Y – Z |
|||||||||||||||||||
|
Aantonende kracht |
|||||||||||||||||||
|
De aantonende kracht
(positieve likelihood ratio) geeft aan in welke mate een ziekte aannemelijker
wordt bij een patiënt na het vinden van een positief testresultaat. Zie diagnostisch onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Absolute risicoreductie (ARR) |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
Absolute Risk Reduction |
|||||||||||||||||||
|
Absoluut Risico (AR) |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
Absolute Risk |
|||||||||||||||||||
|
Het absoluut risico is de
kans op een bepaalde uitkomst in een groep. Zie risico. |
|||||||||||||||||||
|
Abstract |
|||||||||||||||||||
|
Een samenvatting van een
wetenschappelijk onderzoek of van een publicatie. Een gestructureerd abstract
(Eng: structured abstract) volgt een format met de volgende items:
doelstelling, studieopzet, setting, populatie, uitkomstmeting, resultaten en
conclusies. |
|||||||||||||||||||
|
Accuraat / accuraatheid |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
accuracy |
|||||||||||||||||||
|
Dit is de mate waarin de
resultaten van een test overeenkomen met de gekozen ‘gouden standaard’. De
accuraatheid omvat de sensitiviteit zowel als de specificiteit. Zie diagnostisch onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Achtergrondrisico |
|||||||||||||||||||
|
Dit is de kans op een
uitkomst in de referentiegroep (Eng: baseline risk). |
|||||||||||||||||||
|
Actiedrempel |
|||||||||||||||||||
|
De drempel waarbij men
besluit om een actie te ondernemen (de kans op ziekte, de kans op effect van
een interventie, de kans op schade door een interventie). |
|||||||||||||||||||
|
Adequate
treatment analysis |
|||||||||||||||||||
|
Bij een ‘adequate
treatment analysis’ worden in de analyse alleen de personen betrokken die een
vooraf vastgestelde minimale behandelingsduur ontvingen. |
|||||||||||||||||||
|
Adherence |
|||||||||||||||||||
|
Afhankelijke variabele |
|||||||||||||||||||
|
Afkapwaarde
/ Afkappunt |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
cut-off value/point |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een bepaalde
(arbitraire) drempelwaarde voor de uitslag van een test. Indien het
testresultaat gelijk is aan of hoger is dan de afkapwaarde, wordt de test als
positief beschouwd. Zie ook ROC-curve. |
|||||||||||||||||||
|
Syn: protocol, beslisboom |
|||||||||||||||||||
|
Een expliciete
beschrijving van de verschillende stappen in de zorg voor patiënten met een
bepaalde aandoening of klacht. Bij elke stap beslist men op basis van kennis
over de patiënt en kennis uit wetenschappelijk onderzoek om uit te komen bij
een beslissing die voor de betreffende patiënt maximale winst tegen een
minimaal risico levert. |
|||||||||||||||||||
|
Allocation bias |
|||||||||||||||||||
|
ANOVA |
|||||||||||||||||||
|
Analysis
of Variance |
|||||||||||||||||||
|
a-priorikans |
|||||||||||||||||||
|
Syn: prior kans, voorkans, voorafkans |
|||||||||||||||||||
|
a-posteriorikans |
|||||||||||||||||||
|
Syn: posterior kans, nakans, achterafkans |
|||||||||||||||||||
|
Argument |
|||||||||||||||||||
|
Een argument is alle
informatie die een (werk)hypothese kan bevestigen of ontkennen: leeftijd,
geslacht, herkomst, risico’s, symptomen, klachten, gegevens uit klinisch
onderzoek, laboratoriumuitslagen, resultaat van beeldvorming, enz. |
|||||||||||||||||||
|
Uitsluitend door toeval
geselecteerd. Men spreekt van quasi-aselect wanneer niet geheel door toeval
is geselecteerd. Zie ook randomisatie. |
|||||||||||||||||||
|
Associatie |
|||||||||||||||||||
|
Anatomical
Therapeutic Chemical |
|||||||||||||||||||
|
De ATC classification is een
internationale standaard classificatie voor farmaceutische producten op de
internationale markt. De producten worden geklasseerd op basis van het
betreffende orgaansysteem en de therapeutische, chemische en farmacologische
eigenschappen. Als eenheid voor gebruik voegt men aan de ATC de ‘Defined
Daily Dose’ (DDD) toe (ATC/DDD). Zie DDD. |
|||||||||||||||||||
|
Eng: Population Attributable Risk (PAR) |
|||||||||||||||||||
|
Het attributief risico
voor een populatie (PAR) geeft aan hoeveel extra kans op een ziekte of andere
uitkomst er bestaat in een populatie als gevolg van blootstelling aan een
bepaalde risicofactor. Het PAR wordt meestal als percentage weergegeven. |
|||||||||||||||||||
|
PAR wordt als volgt
berekend: incidentie van ziekte in de totale populatie (Itot) verminderd met de
incidentie in de groep die niet aan een risicofactor blootgesteld is (Io) gedeeld door de
incidentie in de totale populatie (Itot) vermenigvuldigd met 100. |
|||||||||||||||||||
|
(Itot –
Io)
Itot |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Bayes |
|||||||||||||||||||
|
Bayes (1702-1761) was een
wiskundige die de basis legde van wat nu de ‘Bayesiaanse statistiek’ wordt
genoemd. Hierbij ligt de nadruk op het combineren van nieuwe informatie met
bestaande informatie om te komen tot een betere inschatting van kansen. De
stelling van Bayes (‘Bayes’ theorem’), een formule voor het combineren van voorwaardelijke
kansen, vindt een toepassing in de klinische besliskunde. Deze formule maakt
het mogelijk om de predictieve waarde van een testuitslag (a-posteriorikans)
te berekenen uit de sensitiviteit en specificiteit van de test en het
prevalentiecijfer in een groep (a-priorikans). Belangrijk is dat de kans op
een bepaalde ziekte bij gegeven symptomen niet alleen afhangt van de aard van
de symptomen, maar ook van de frequentie van de aandoening in de betrokken
populatie. Uitkomsten van Bayesiaanse berekeningen worden uitgedrukt in odds. |
|||||||||||||||||||
|
Beschrijvend onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Beslisboom |
|||||||||||||||||||
|
Betrouwbaarheid |
|||||||||||||||||||
|
Eng: reliability |
|||||||||||||||||||
|
Eng: Confidence Interval (CI) |
|||||||||||||||||||
|
In een klinisch onderzoek
kan men zelden de gehele populatie onderzoeken. Meestal moet men zich
beperken tot een kleinere groep binnen de gehele populatie (een steekproef).
Het betrouwbaarheidsinterval geeft het gebied van waarden aan, waarbinnen de
werkelijke waarde in de populatie met een zekere graad van waarschijnlijkheid
ligt. Meestal wordt een waarschijnlijkheid van 95% gebruikt. Dit betekent
dat wanneer we het onderzoek 100 maal in dezelfde populatie met verschillende
steekproeven zouden herhalen 95 van de herhalingen een resultaat geven dat
binnen het interval ligt. Dit noemen we een 95% betrouwbaarheidsinterval (95%
BI). Het betrouwbaarheidsinterval zegt iets over de nauwkeurigheid van de in
het onderzoek gevonden waarden. De onder- en bovengrens van het betrouwbaarheidsinterval
worden de nauwkeurigheidsmarges of betrouwbaarheidsgrenzen genoemd. Hoe
dichter die grenzen bij elkaar liggen, dus hoe kleiner het interval, des te
nauwkeuriger is de schatting van het werkelijke effect. Het
betrouwbaarheidsinterval hangt af van de variabiliteit (in de vorm van de
standaard deviatie) en de grootte van de steekproef (het aantal personen in
de onderzoekspopulatie). Hoe groter de steekproef, des te smaller is het
betrouwbaarheidsinterval. |
|||||||||||||||||||
|
Syn: systematic error Nl: vertekening, systematische fout |
|||||||||||||||||||
|
Wanneer bias of
vertekening optreedt wijken de resultaten of de interpretatie van een
onderzoek af van de werkelijkheid door een systematische fout. Vertekening
kan optreden als gevolg van een fout in elk van de stappen van een onderzoek;
zoals bij de opzet van de studie, bij het verzamelen van de gegevens, het
analyseren, het interpreteren van de resultaten en het publiceren. |
|||||||||||||||||||
|
Een systematische fout kan
worden geïntroduceerd bij de samenstelling van de onderzoeksgroepen. Men
spreekt van selectie-bias
(Eng:
selection bias) wanneer de vertekening van de resultaten wordt veroorzaakt
door een verschil in personen die in een studie werden geïncludeerd en de
geëxcludeerde personen. Bijvoorbeeld, als men bij het includeren van personen
in een studie systematisch de personen selecteert bij wie de te onderzoeken
interventie meer effect heeft. |
|||||||||||||||||||
|
Er is sprake van allocation bias wanneer de deelnemers aan
een onderzoek niet aselect over de onderzoeksgroepen werden verdeeld,
bijvoorbeeld door onjuiste randomisatie procedures. |
|||||||||||||||||||
|
Wanneer er een fout
optreedt in een meting van te onderzoeken parameters spreekt men van informatie-bias (Eng: information bias,
measurement bias, assessment bias). |
|||||||||||||||||||
|
De fout kan liggen bij de
onderzoeker, wanneer bijvoorbeeld geen eenduidige definities van de
onderzoeksparameters zijn vastgelegd (interviewer bias, observer bias, interpretation
bias,...).
|
|||||||||||||||||||
|
Ook de patiënt kan zorgen
voor vertekening door zich een belangrijk gegeven niet te herinneren (recall bias). |
|||||||||||||||||||
|
Men spreekt van response bias wanneer sommige personen
akkoord zijn met bepaalde uitspraken, ongeacht de inhoud ervan, of wanneer de
respondenten alleen sociaal wenselijke antwoorden geven. |
|||||||||||||||||||
|
Een niet onbelangrijke
vorm van vertekening is publicatiebias (Eng: publication bias). Indien publicatie van
studies afhangt van de grootte, de richting of de statistische significantie
van de studieresultaten, is er sprake van publicatiebias. Deze vorm van
vertekening is belangrijk bij meta-analyses. Men kan onderzoeken of er sprake
is van publicatiebias door bijvoorbeeld het maken van een funnel plot. Zie funnel plot. |
|||||||||||||||||||
|
Binominaal |
|||||||||||||||||||
|
Syn: dichotoom, binomiaal Eng: binary, dichotomous |
|||||||||||||||||||
|
Met twee waarden. Zie ook variabele en schalen. |
|||||||||||||||||||
|
Eng: blinding |
|||||||||||||||||||
|
In experimenteel onderzoek
spreekt men van blindering wanneer de betrokkenen of de effectbeoordelaars
niet op de hoogte zijn van de toegewezen behandeling(en). Deze procedure
wordt onder meer toegepast bij interventiestudies (RCT’s) om te voorkomen dat
de uitkomst van het onderzoek wordt beïnvloed. |
|||||||||||||||||||
|
In een enkelblinde opzet (Eng: single blind) is de
onderzoeker/behandelend arts wel en de deelnemer (patiënt) niet op de hoogte
van de toegediende behandeling. |
|||||||||||||||||||
|
In een dubbelblind onderzoek zijn noch de onderzoekers
of behandelaars noch de deelnemers aan het onderzoek op de hoogte van de
toegewezen behandelingsvorm. |
|||||||||||||||||||
|
Een blinde
uitkomstevaluatie houdt in dat het klasseren of benoemen van de uitkomsten wordt
uitgevoerd door personen, die niet op de hoogte zijn van de groep waarin de
patiënten zijn ingedeeld. |
|||||||||||||||||||
|
Box plot |
|||||||||||||||||||
|
Een box plot is een
grafische weergave van metingen, waarbij de mediaan wordt omgeven door de
‘box’ met de kwartielen (de 25e en de 75e percentielen) die met een
lijn is verbonden met de uiterste waarden van de metingen. De ‘box’
vertegenwoordigt 50% van de waarnemingen. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Case-cohort
onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
case-cohort study |
|||||||||||||||||||
|
In een case-cohort
onderzoek wordt de voorgeschiedenis van de geïdentificeerde patiënten (cases)
vergeleken met een steekproef van niet-zieken (controls) uit dezelfde cohort.
De controls passen wat betreft overlevingsduur en/of duur van opvolging bij
de geïdentificeerde patiënten (cases). Dit in tegenstelling tot een nested
case-control onderzoek, waarbij men de controls op basis van andere criteria
selecteert (bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, blootstelling aan risicofactoren,
...). |
|||||||||||||||||||
|
Syn: patiëntcontrole of gevallencontrole onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
In een case-control
onderzoek gaat men uit van een groep personen met een bepaalde ziekte of te
onderzoeken uitkomst (cases) en een groep personen zonder deze eigenschappen
(controls). Men meet en vergelijkt de blootstelling aan een mogelijke
risicofactor in elk van beide groepen. Het relatieve risico van blootstelling
wordt in een case-control onderzoek geschat en uitgedrukt als de odds ratio.
Case-control onderzoeken worden vooral toegepast in etiologisch onderzoek.
In geval van zeldzame ziekten of ziekten die zich over een lange tijd
ontwikkelen kan men met behulp van deze onderzoeksopzet uitspraken doen over
de mogelijke relatie van risicofactoren of oorzaken tot het ontstaan van de
ziekte. |
|||||||||||||||||||
|
In een nested case-control onderzoek worden de cases
en de controls uit de populatie van een cohortonderzoek gerekruteerd. Wanneer
men in de loop van het onderzoek voldoende patiënten met een bepaalde ziekte
(cases) heeft geïdentificeerd, zoekt men daarbij personen zonder de ziekte
(controls) uit dezelfde cohort. Aangezien sommige gegevens van cases en
controls bekend zijn (gegevensverzameling van cohortonderzoek) en hiervoor
dus kan worden gecontroleerd,
kan het effect van mogelijke verstorende variabelen in deze opzet
verminderd zijn. |
|||||||||||||||||||
|
Case
fatality rate |
|||||||||||||||||||
|
Dit is de proportie van
personen die binnen een vastgestelde periode overlijden. De case fatality
rate wordt als volgt berekend: aantal overleden patiënten / aantal
gediagnosticeerde patiënten x 100%. |
|||||||||||||||||||
|
Case finding |
|||||||||||||||||||
|
Het aanbieden van een
klinisch of diagnostisch onderzoek of een vragenlijst ter vroegtijdige
opsporing van een behandelbare aandoening aan patiënten die hun arts bezoeken
voor een andere reden. Dit is niet gelijk aan screening, waar men een gehele
(sub)populatie onderzoekt. Zie ook screening. |
|||||||||||||||||||
|
Case series |
|||||||||||||||||||
|
Nl: patiëntenserie |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een
niet-gecontroleerd observationeel onderzoek waarbij men de kenmerken van een
aantal patiënten (cases) met een bepaalde ziekte beschrijft. Een case-series
kan o.a. aanleiding geven tot het formuleren van een hypothese die in een
gecontroleerd experimenteel onderzoek kan worden getoetst. |
|||||||||||||||||||
|
Nl: gevalsonderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Een case study is een
niet-gecontroleerd observationeel onderzoek waarbij een uitvoerige analyse
van de problematiek of het ziekteverloop bij één enkele of een beperkt aantal
patiënten of proefpersonen wordt gerapporteerd. |
|||||||||||||||||||
|
Categorische variabele |
|||||||||||||||||||
|
Chi2-toets |
|||||||||||||||||||
|
De Chi²-toets gebruikt men
voor het analyseren van categorische variabelen, bijvoorbeeld om te berekenen
of twee of meer proporties van elkaar verschillen. Deze toets wordt gebruikt
om geobserveerde data te vergelijken met data die we zouden verwachten op
basis van de nulhypothese van onafhankelijkheid. Met behulp van de Chi²-waarde (Eng: Chi²-statistic) kan men uit
een statistische tabel een p-waarde aflezen. Deze p-waarde is een maat voor
de waarschijnlijkheid dat het gevonden resultaat op toeval berust. |
|||||||||||||||||||
|
Er bestaan verschillende
soorten Chi²-toetsen, o.a. de Mantel-Haenszel-toets, de Cochran-Mantel-Haenszel
toets en de Pearson Chi²-toets. |
|||||||||||||||||||
|
CINAHL |
|||||||||||||||||||
|
Cumulatieve
Index of Nursing and Allied Health Literature |
|||||||||||||||||||
|
In deze databank die wordt
uitgegeven door Cinahl Information Systems, California (V.S.) zijn
referenties te vinden van publicaties vanaf 1982 tot heden op het gebied van
de verpleegkunde en paramedische beroepen (zoals fysiotherapie, arbeidsgeneeskunde
en urgentiegeneeskunde). De databank is voor abonnees te raadplegen.
Informatie over Cinahl is te vinden op: http://www.cinahl.com/ |
|||||||||||||||||||
|
Clinical Trial (CT) |
|||||||||||||||||||
|
Nl: klinische studie, interventiestudie |
|||||||||||||||||||
|
Een klinische studie test
de werkzaamheid en veiligheid van een interventie of een medicament. |
|||||||||||||||||||
|
Bij klinische studies over
geneesmiddelenonderzoek onderscheidt men 4 fases. |
|||||||||||||||||||
|
In fase I wordt de molecule voor het
eerst geïntroduceerd bij mensen nadat het eerst op dieren is getest. In deze
fase onderzoekt men vooral de veiligheid van het nieuwe product, o.a. hoeveel
van het middel gegeven kan worden zonder ernstige ongewenste effecten te veroorzaken.
Tevens bestudeeert men de metabolisatie. Men gebruikt daarom vooral gezonde
vrijwilligers. In deze fase is het onderzoek meestal niet gerandomiseerd en
is er geen controlegroep. |
|||||||||||||||||||
|
In fase II
onderzoekt men vooral de werkzaamheid van het nieuwe product bij
verschillende doseringen en toedieningsfrequenties. De onderzoeksgroepen
bestaan meestal uit een 20-tal personen met een bepaalde aandoening. Ook in
deze fase worden de proefpersonen vaak niet aselect verdeeld over een
onderzoeks- en een controlegroep. |
|||||||||||||||||||
|
Een uitgebreide klinische
studie vindt plaats in fase III. Hierbij zijn grotere groepen
proefpersonen betrokken en worden de werkzaamheid en veiligheid verder
onderzocht. Dit gebeurt meestal in de vorm van een RCT, waarbij proefpersonen
aselect worden ingedeeld in verschillende onderzoeksgroepen. Vergelijking
vindt plaats met een standaardbehandeling of placebo. |
|||||||||||||||||||
|
Fase IV studies worden pas
uitgevoerd als het middel officieel geregistreerd en op de markt gebracht is.
In deze fase wordt bijvoorbeeld het optreden van bijwerkingen en het effect
van langdurig gebruik opgevolgd. Fase IV studies worden ook wel ‘postmarketing
surveillance studies’ genoemd. Dit zijn geen RCT’s. |
|||||||||||||||||||
|
Een controlled clinical
trial is
een klinische studie waarbij een of meer interventiegroepen worden vergeleken
met een of meer controlegroepen, die de interventie/behandeling niet
krijgen. |
|||||||||||||||||||
|
Een randomised
controlled/clinical trial (RCT) is een interventiestudie (controlled clinical
trial) waarbij de onderzoekspopulatie op aselecte wijze wordt verdeeld in
een interventiegroep en een controlegroep. RCT’s worden beschouwd als de
beste onderzoeksmethode om een hypothese te testen. In een placebogecontroleerde
RCT krijgt de controlegroep een placebo toegediend. Zie ook aselect en placebo. |
|||||||||||||||||||
|
Een klinische trial kan
ook niet-gecontroleerd en niet-gerandomiseerd zijn, bijvoorbeeld een before-after trial, of pre-post studie. Hierbij onderzoekt men
verschillende behandelingen door patiënten die een behandeling kregen in een
bepaalde periode te vergelijken met patiënten die in een daaropvolgende
periode een andere behandeling kregen. Wanneer dezelfde patiënten in de
eerste (‘before’) en tweede (‘after’) periode worden onderzocht is het design
krachtiger doordat de groepen vergelijkbaar zijn. |
|||||||||||||||||||
|
Cluster randomisatie |
|||||||||||||||||||
|
Cochrane Collaboration |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een internationale
organisatie die zich tot doel stelt om ondersteuning te bieden bij het nemen
van geïnformeerde beslissingen over gezondheidszorg. Zij doet dit door
systematische reviews en meta-analyses te publiceren over de effecten van
gezondheidsinterventies. |
|||||||||||||||||||
|
Cochrane Library |
|||||||||||||||||||
|
De Cochrane Library is een initiatief van de Cochrane Collaboration
en bestaat uit een aantal databanken. Men kan zich abonneren op de Cochrane
Library die op CD-rom en online beschikbaar is. Vier keer per jaar verschijnt
een update. Abstracts van Cochrane reviews zijn via internet gratis toegankelijk. |
|||||||||||||||||||
|
De
Cochrane Database of Systematic Reviews (CDSR) |
|||||||||||||||||||
|
bevat alle Cochrane
Reviews, gestructureerde systematische reviews van een grote verscheidenheid
aan gezondheidsinterventies. In deze reviews zijn data uit de afzonderlijke
studies statistisch gepoold tot een meta-analyse. De reviews worden
regelmatig geactualiseerd bij het verschijnen van nieuwe gegevens en in
antwoord op commentaar van gebruikers van de databank. De CDSR bevat naast
volledige reviews, protocollen
van reviews, waarin de auteurs de te volgen methodologie, maar nog geen
uitkomsten beschrijven. |
|||||||||||||||||||
|
The
Database of Abstracts of Reviews of Effectiveness (DARE) |
|||||||||||||||||||
|
bevat gestructureerde
samenvattingen (abstracts) van systematische reviews die niet in samenwerking
met de Cochrane Collaboration zijn gemaakt. Deze werden kritisch beoordeeld
door reviewers van het ‘NHS Centre for Reviews and Dissemination at the
University of York, England’. Tevens bevat DARE referenties van andere (niet
beoordeelde) reviews. |
|||||||||||||||||||
|
De
Cochrane Central Register of Controlled Trials (CENTRAL) |
|||||||||||||||||||
|
bevat referenties van
controlled trials die zijn gevonden door wereldwijd alle medische
tijdschriften met de hand door te nemen. Het doel van deze actie is om een
onafhankelijke bron van data voor systematische reviews te creëren. Deze
databank bevat tevens abstracts uit congresbundels en andere bronnen die niet
in Medline of andere databanken zijn opgenomen. |
|||||||||||||||||||
|
Health
Technology Assessment Database (HTA) |
|||||||||||||||||||
|
wordt samengesteld door de
‘NHS Centre for Reviews and Dissemination’ en bevat informatie en abstracts
omtrent ‘healthcare technology assessments’. Dit is bedoeld om
beleidsbeslissingen te onderbouwen en de kosten-effectiviteit van de
gezondheidszorg te bevorderen. |
|||||||||||||||||||
|
De NHS Economic Evaluation
Database (NHSEED) |
|||||||||||||||||||
|
is een register van
gepubliceerde economische evaluaties in de gezondheidszorg en bevat
gestructureerde samenvattingen, kwaliteitsbeoordeling en informatie over
praktische implicaties voor de NHS. |
|||||||||||||||||||
|
De
Cochrane Database of Methodology Reviews (CDMR) |
|||||||||||||||||||
|
bevat de volledige tekst
van reviews van empirisch methodologisch onderzoek verricht door de ‘Cochrane
Empirical Methodological Studies Methods Group’. |
|||||||||||||||||||
|
De Cochrane Methodology
Register |
|||||||||||||||||||
|
bevat referenties van
artikels en boeken over de methodologie van het maken van systematische
reviews. |
|||||||||||||||||||
|
Cochrane Review |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een systematische
review (of meta-analyse) die is uitgevoerd in het kader van de Cochrane
Collaboration. Deze reviews volgen een vast onderzoeksprotocol dat is
opgesteld door de Cochrane Collaboration. Iedere review verschijnt eerst als
protocol en daarna als volledige review in de Cochrane Library. Richtlijnen
voor het maken van een Cochrane review zijn verzameld in het Cochrane
Reviewers’ Handbook. |
|||||||||||||||||||
|
De Cochran-Mantel-Haenszel
toets is een Chi²-toets die nagaat of er een associatie bestaat tussen twee
variabelen na controle voor andere variabele(n). De Mantel-Haenszel toets
meet de sterkte van deze associatie. |
|||||||||||||||||||
|
Cohen’s kappa |
|||||||||||||||||||
|
Cohort |
|||||||||||||||||||
|
De term cohort stamt af
van de Latijnse term voor een gevechtseenheid. In de epidemiologie is een
cohort een groep personen, die gedurende een bepaalde periode in een
onderzoek wordt opgevolgd. Zie cohortonderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
(Eng:
cohort study) |
|||||||||||||||||||
|
In een prospectief
cohortonderzoek worden personen die al dan niet blootgesteld zijn aan een
risicofactor (zoals een schadelijke stof of een leefstijlfactor) gedurende
lange tijd (meestal jaren) opgevolgd. De onderzochte populatie moet bij
aanvang vrij zijn van de te onderzoeken uitkomst, zodat op deze wijze de
incidentie van de uitkomst in de groep met blootstelling en de groep zonder
blootstelling kan worden berekend. |
|||||||||||||||||||
|
In een retrospectief
cohortonderzoek gaat men uit van een groep personen met een bepaalde ziekte of
uitkomst (cases). De kenmerken en eerder vastgelegde informatie over vroegere
blootstelling aan mogelijke risicofactor(en) wordt vergeleken met deze van
personen zonder de betreffende ziekte of uitkomst (controls). Dit wordt ook
wel een case-control onderzoek genoemd. Zie
case-control onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Co-interventie |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een interventie die
niet wordt bestudeerd en die verschillend kan zijn toegepast in de
interventiegroep of de controlegroep. Dit kan de uitkomsten vertekenen,
indien er niet geblindeerd is of indien de co-interventie zeer werkzaam is. |
|||||||||||||||||||
|
Comorbiditeit |
|||||||||||||||||||
|
Andere ziektes of
gezondheidsproblemen die aanwezig zijn bij de patiënt naast de aandoening die
wordt bestudeerd. |
|||||||||||||||||||
|
Syn: adherence Nl: therapietrouw |
|||||||||||||||||||
|
Compliance of adherence is
de therapietrouw, of de mate waarin een persoon of populatie de
voorgeschreven stappen in een behandeling of interventie daadwerkelijk volgt.
Bij een medicamenteuze behandeling wordt hiermee bedoeld in hoeverre de
patiënt de voorgeschreven medicamenten inneemt. |
|||||||||||||||||||
|
Concealment
of allocation |
|||||||||||||||||||
|
Bij een RCT worden de
personen in de onderzoekspopulatie aselect ingedeeld (bijvoorbeeld door
middel van gesloten omslagen) in interventiegroep(en) en controlegroep(en).
‘Concealment of allocation’ refereert aan het geheim houden of blinderen van
deze toewijzing van patiënten aan de verschillende onderzoeksgroepen. Dit
betekent dat degene die de groepen indeelt (bijvoorbeeld door het uitdelen
van de omslagen) niet op de hoogte is van de inhoud van de omslag en dat de
codering ook niet te achterhalen is. Op deze wijze voorkomt men ‘allocation
bias’. Zie ook bias. |
|||||||||||||||||||
|
Conflict of interest |
|||||||||||||||||||
|
Nl: belangenvermenging |
|||||||||||||||||||
|
Hierbij vermelden auteurs
van een publicatie de persoonlijke financiële of andere belangen die de
resultaten of de interpretatie van hun studie eventueel hebben kunnen
beïnvloeden. |
|||||||||||||||||||
|
Nl: verstorende variabele |
|||||||||||||||||||
|
Een confounder is een
factor die gerelateerd is aan de te onderzoeken risicofactor of blootstelling
en aan de uitkomst. Een confounder kan een verband tussen blootstelling en
uitkomst verzwakken of versterken. Door confounding kan een verband dat in
werkelijkheid afwezig is, worden gesuggereerd of kan een bestaand verband
worden ontkend. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, een geobserveerd verband
tussen het drinken van koffie en een verhoogd risico op myocardinfarct kan in
werkelijkheid veroorzaakt zijn door de relatie van roken met de
blootstelling (koffie drinken) en de uitkomst (myocardinfarct). Rokers
drinken wellicht meer koffie dan niet-rokers en rokers hebben meer kans op
een myocardinfarct. |
|||||||||||||||||||
|
Er zijn twee manieren om
te corrigeren voor het effect van confounders. Enerzijds kan men bij aanvang
in de opzet van de studie de onderzoekspopulaties matchen (zie matching).
Anderzijds kan men achteraf bij het analyseren van de gegevens van een
uitgevoerde studie stratificeren, of statistisch controleren (via
multivariate regressieanalyse). |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Consensus |
|||||||||||||||||||
|
Een overeenkomst van
meningen van personen over eenzelfde onderwerp |
|||||||||||||||||||
|
Consent |
|||||||||||||||||||
|
Zie
informed consent. |
|||||||||||||||||||
|
CONSORT |
|||||||||||||||||||
|
Consolidated
Standards of Reporting Trials |
|||||||||||||||||||
|
Het doel van de CONSORT
statement is het standaardiseren van de wijze van rapporteren van RCT’s.
Hiertoe is een lijst met 22 items ontwikkeld, die vooral richtlijnen geven
voor het beschrijven van de toegepaste methode, de resultaten en de
discussie. Wanneer al deze onderdelen op een juiste en volledige wijze zijn
beschreven kan de lezer op een gefundeerde wijze oordelen over de interne en
externe validiteit van de RCT in kwestie. De CONSORT statement en de
checklist zijn te raadplegen op de website van CONSORT. |
|||||||||||||||||||
|
Continue variabele |
|||||||||||||||||||
|
Controlled
clinical trial |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
correlation, association, statistical dependence |
|||||||||||||||||||
|
Een correlatie is een verband tussen twee
reeksen waarnemingen of gegevens. Zo kan men bijvoorbeeld vaststellen dat er een
samenhang bestaat tussen de twee variabelen lichaamslengte en gewicht:
langere mensen wegen over het algemeen meer dan kortere mensen. Om te zien in
hoeverre deze samenhang samengevat kan worden door een rechte lijn, kunnen we
de correlatiecoëfficiënt berekenen. |
|||||||||||||||||||
|
Correlatiecoëfficiënt (r) |
|||||||||||||||||||
|
De (Pearson)
correlatiecoëfficiënt (r) beschrijft het lineaire verband tussen twee
continue of dichotome variabelen (bijvoorbeeld, lengte en gewicht), m.a.w.
hoe dicht de verschillende meetpunten bij een rechte lijn liggen. |
|||||||||||||||||||
|
De waarde van de
correlatiecoëfficiënt ligt altijd tussen –1 en +1. Als de
correlatiecoëfficiënt 0 is bestaat er geen verband, een waarde van –1 of +1
duidt op een perfect (lineair) verband (met een negatieve helling –1 en met
een positieve helling +1). Hoe hoger de correlatie, des te beter kan de
waarde van de tweede observatie uit de eerste worden voorspeld. |
|||||||||||||||||||
|
Multipele
correlatiecoëfficiënt |
|||||||||||||||||||
|
Een multipele
correlatiecoëfficiënt beschrijft het lineaire verband van een variabele met
meerdere andere variabelen. Dit is de ‘R’ berekend met behulp van een
multipele regressiemodel. |
|||||||||||||||||||
|
Cox
proportional hazards model |
|||||||||||||||||||
|
Syn:
Cox regression |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een statistisch
model (Cox 1972) om een overlevingscurve te berekenen dat rekening houdt met
de invloed van co-variabelen en waarbij niet elke persoon noodzakelijk even
lang aan het onderzoek heeft deelgenomen. In dit model stelt men geen
voorwaarden aan de distributie (wat betreft vorm en minimale waarden). Men
gaat ervan uit dat de verhouding (ratio) van het risico van overlijden in de
verschillende onderzochte groepen constant is in de tijd en dat deze
verhouding gelijk is voor alle subgroepen (bijvoorbeeld onderverdeeld naar
leeftijd of geslacht). Dat wil zeggen dat de invloed van een co-variabele op
elk tijdstip hetzelfde is. De kans op een uitkomst noemt men een ‘hazard’ en
de ‘hazard ratio’ is de verhouding van hazard in de groep met co-variabelen
en de groep zonder co-variabelen. Dit is gelijk aan het relatieve risico van
een uitkomst op elk tijdstip. |
|||||||||||||||||||
|
Bij een crossover studie
worden de onderzochte personen verdeeld in twee groepen. De eerste groep
krijgt eerst behandeling A en vervolgens behandeling B, terwijl de tweede
groep in omgekeerde volgorde wordt behandeld. Een voordeel van deze
onderzoeksopzet is dat het aantal proefpersonen dat nodig is om een effect te
meten klein is. Een kritiek op dit ontwerp is dat het effect van de eerste
behandeling mogelijk nog niet is uitgewerkt wanneer de tweede behandeling al
wordt gestart. Om deze reden wordt na behandeling met het eerste product
meestal een ‘washout periode’ ingelast. |
|||||||||||||||||||
|
Cross-sectioneel onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Cumulatieve incidentie |
|||||||||||||||||||
|
Current Contents (CC) |
|||||||||||||||||||
|
Current Contents is een
databank van ISI (Institute for Scientific Information, V.S.). CC is begonnen
als een gedrukt wekelijks attenderingsbulletin voor het opsporen van recent
verschenen publicaties. Een aflevering bevat de inhoudstafels van de meest
recente tijdschriftnummers en boekenreeksen. CC wordt uitgegeven in zeven
disciplinegerichte edities. De medische versie ‘Clinical Medicine’ is een
aparte uitgave. De tijdschriften zijn gerangschikt volgens onderwerp om het
zoeken te vergemakkelijken. Current Contents is voor abonnees online te
raadplegen. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
DALY |
|||||||||||||||||||
|
Disability
Adjusted Life Years |
|||||||||||||||||||
|
Daily
Defined Dose |
|||||||||||||||||||
|
DDD is de gemiddelde
dagelijkse dosis van een medicament voor de voornaamste indicatie bij
volwassenen. Zie ATC. |
|||||||||||||||||||
|
Eng: deduction |
|||||||||||||||||||
|
Men spreekt van deductie
wanneer men uitgaande van een theorie een hypothese formuleert en daarna
observaties doet om deze hypothese te testen. Dit in tegenstelling tot
inductie, waarbij men uitgaat van de observaties in de praktijk. Zie inductie. |
|||||||||||||||||||
|
Delphi techniek |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een kwalitatieve
onderzoeksmethode waarbij naar informatie of meningen van een panel van
experten wordt gepeild zonder deze samen te brengen. Aan de verschillende
panelleden wordt een lijst met vragen of stellingen gestuurd met het verzoek
om hierop te reageren. |
|||||||||||||||||||
|
Een diagnostisch landschap
is een visuele voorstelling van een concentrisch aantal (meestal twee)
reeksen werkhypothesen als verklaring voor een klacht van een patiënt, een
bevinding of een cluster van beide. De binnenste cirkel vertegenwoordigt
hypothesen, waarbij de arts de taak heeft om binnen een door hem verantwoord
tijdsbestek adequate en gerichte actie te ondernemen om ernstige verwikkelingen
voor de patiënt te voorkomen. De volgende cirkel vertegenwoordigt andere
mogelijke verklaringen voor het probleem met minder ernstige gevolgen voor de
patiënt, ofwel met minder behandelingsmogelijkheden. Op deze manier geeft
een landschap reliëf aan een reeks werkhypothesen. Het landschap is niet
star, maar kan gedurende het hulpverleningsproces voortdurend veranderen. |
|||||||||||||||||||
|
De waarde van een
diagnostische test kan door verschillende parameters worden weergegeven.
Uitgaande van een vierveldentabel (2x2 tabel) kunnen deze parameters worden
berekend. |
|||||||||||||||||||
|
Vierveldentabel: |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Terecht positief |
|||||||||||||||||||
|
Een terecht positief (Eng:
true positive) resultaat is een positieve testuitslag bij een zieke persoon
(veld a in de vierveldentabel). |
|||||||||||||||||||
|
Terecht negatief |
|||||||||||||||||||
|
Een terecht negatief (Eng:
true negative) resultaat is een negatieve testuitslag bij een persoon die de
ziekte niet heeft (veld d in de vierveldentabel). |
|||||||||||||||||||
|
Fout-positief |
|||||||||||||||||||
|
Syn: vals-positief |
|||||||||||||||||||
|
Een fout-positief (Eng:
false positive) resultaat is een positieve testuitslag bij een persoon die de
ziekte niet heeft (veld b in de vierveldentabel). |
|||||||||||||||||||
|
Fout-negatief |
|||||||||||||||||||
|
Syn: vals-negatief |
|||||||||||||||||||
|
Een fout-negatief (Eng:
false negative) resultaat is een negatieve testuitslag bij een zieke persoon
(veld c in de vierveldentabel). |
|||||||||||||||||||
|
Sensitiviteit |
|||||||||||||||||||
|
De sensitiviteit
(gevoeligheid) van een test is de proportie van werkelijk zieken in de
populatie bij wie een positief testresultaat werd gevonden (ten opzichte van
alle zieke personen). Een test met een hoge sensitiviteit detecteert een hoge
proportie van werkelijk ziek personen. |
|||||||||||||||||||
|
Sensitiviteit = a / a+c |
|||||||||||||||||||
|
Specificiteit |
|||||||||||||||||||
|
De specificiteit van een
test is de proportie van personen in de populatie die de ziekte niet hebben
en bij wie een negatief testresultaat werd gevonden (ten opzichte van alle
personen die de ziekte niet hebben). Een test met een hoge specificiteit
geeft weinig fout-positieve resultaten. |
|||||||||||||||||||
|
Specificiteit = d / b+d |
|||||||||||||||||||
|
Accuraatheid |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
accuracy |
|||||||||||||||||||
|
Een test is accuraat als
de resultaten overeenkomen met de ‘gouden standaard’. De ‘accuracy’ omvat de
sensitiviteit zowel als de specificiteit en wordt als volgt berekend: aantal
terecht-positieven plus het aantal terecht-negatieven gedeeld door het totaal
aantal testen. |
|||||||||||||||||||
|
a+d / a+b+c+d |
|||||||||||||||||||
|
Voorspellende
waarde |
|||||||||||||||||||
|
Syn: predictieve waarde Eng: predictive value |
|||||||||||||||||||
|
De voorspellende
waarde van een positieve test (Eng: positive predictive
value, PPV) is de kans dat een persoon met een positieve test de ziekte heeft
of zal ontwikkelen. De voorspellende waarde van een positieve test wordt
berekend door het aantal werkelijk zieke personen met een positieve test
(terecht-positief) te delen door het totaal aantal personen met een positieve
test. |
|||||||||||||||||||
|
Voorspellende waarde van
een positieve test = a / a+b |
|||||||||||||||||||
|
De voorspellende
waarde van een negatieve test (Eng: negative predictive
value, NPV) is de kans dat een persoon met een negatieve test de ziekte niet
heeft of niet zal ontwikkelen. De voorspellende
waarde van een negatieve test wordt
berekend door het aantal personen zonder de ziekte en met een negatieve test
(terecht-negatief) te delen door het totaal aantal personen met een negatieve
test. |
|||||||||||||||||||
|
Voorspellende waarde van
een negatieve test = d / c+d |
|||||||||||||||||||
|
Positieve
likelihood ratio (LR+) |
|||||||||||||||||||
|
De positieve likelihood ratio (LR+) geeft aan in welke mate
een ziekte aannemelijker wordt bij een patiënt na het vinden van een positief
testresultaat. Men spreekt ook wel van aantonende kracht van een positief
testresultaat. Het is de verhouding tussen de kans op een positieve
testuitslag bij zieken en die bij niet-zieken. |
|||||||||||||||||||
|
LR+ = sensitiviteit / 1-
specificiteit |
|||||||||||||||||||
|
Dit getal is groter dan 1.
Een diagnostische test is informatiever naarmate de LR+ dichter tot oneindig
nadert. |
|||||||||||||||||||
|
Negatieve
likelihood ratio (LR-) |
|||||||||||||||||||
|
De negatieve likelihood
ratio (LR-) geeft aan in welke mate een ziekte minder aannemelijk wordt bij
een negatief testresultaat. Het is de verhouding tussen de kans op een
negatieve testuitslag bij zieken en die bij niet-zieken. |
|||||||||||||||||||
|
LR- = 1 - sensitiviteit /
specificiteit |
|||||||||||||||||||
|
De LR- is een getal
kleiner dan 1. Een diagnostische
test is informatiever naarmate de LR- dichter tot 0 nadert. |
|||||||||||||||||||
|
Ontkennende kracht |
|||||||||||||||||||
|
De ontkennende kracht is
de inverse van de LR- (1/LR-) en dus groter dan 1. |
|||||||||||||||||||
|
Pre-test
odds (prior odds) |
|||||||||||||||||||
|
De pre-test odds of prior
odds is de kans op een ziekte ten opzichte van de kans op geen ziekte vóór
het uitvoeren van een diagnostische test. |
|||||||||||||||||||
|
Pre-test odds = voorkans /
(1- voorkans) |
|||||||||||||||||||
|
Post-test
odds (posterior odds) |
|||||||||||||||||||
|
De post-test odds is de
kans op een ziekte bij een positieve testuitslag ten opzichte van de kans op
geen ziekte bij een positieve testuitslag. |
|||||||||||||||||||
|
Post-test
odds = pre-test odds x likelihood ratio. |
|||||||||||||||||||
|
Post-test
probabiliteit |
|||||||||||||||||||
|
De post-test odds kan
worden omgezet in een risico, dit is de post-test probabiliteit. |
|||||||||||||||||||
|
Post-test
probabiliteit = post-test odds / (post-test odds + 1) |
|||||||||||||||||||
|
Voorkans |
|||||||||||||||||||
|
Syn: a-priorikans, voorafkans, prevalentie Eng: prevalence |
|||||||||||||||||||
|
De voorkans is de kans op
ziekte bij een gegeven persoon vóór het uitvoeren van een bepaalde
onderzoekshandeling (observatie, anamnese, klinisch onderzoek of test). |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld: Bij een
screeningsonderzoek is de voorkans gelijk aan |
|||||||||||||||||||
|
Nakans |
|||||||||||||||||||
|
Syn:
a-posteriorikans, achterafkans
Eng: post-test probability |
|||||||||||||||||||
|
De nakans (achterafkans)
of post-test probability is de kans op ziekte na het in rekening nemen van
een argument. |
|||||||||||||||||||
|
Dichotoom |
|||||||||||||||||||
|
Syn: binominaal |
|||||||||||||||||||
|
Doelmatigheid |
|||||||||||||||||||
|
Efficiëntie. Zie effect. |
|||||||||||||||||||
|
Doeltreffendheid |
|||||||||||||||||||
|
Effectiviteit. Zie effect. |
|||||||||||||||||||
|
DSM |
|||||||||||||||||||
|
Diagnostic
and Statistical Manual |
|||||||||||||||||||
|
Dit handboek is ontwikkeld
door de American Psychiatric Association (APA) en bevat de op systematische
en gestandaardiseerde wijze verzamelde definities van psychiatrische
aandoeningen. Per psychiatrische diagnose worden de klinische en andere
criteria vermeld die behulpzaam kunnen zijn bij het stellen van de diagnose.
De vierde druk, DSM-IV, is gepubliceerd in 1994. DSM-III en DSM-IIIR zijn
eerdere versies. |
|||||||||||||||||||
|
Dubbelblind |
|||||||||||||||||||
|
Syn:
cross-sectioneel, transversaal, prevalentie onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
cross sectional study |
|||||||||||||||||||
|
Dwarsdoorsnedeonderzoek is
een vorm van observationeel epidemiologisch onderzoek, waarbij op een
bepaald tijdstip gegevens over risicofactoren en/of uitkomsten in een
populatie worden verzameld. Voorbeelden van dwarsdoorsnedeonderzoek zijn: het
bepalen van de prevalentie van een ziekte, het opsporen van een ziekte of
risico (screening), onderzoek naar etiologische factoren. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
EBM |
|||||||||||||||||||
|
Evidence-Based
Medicine |
|||||||||||||||||||
|
Evidence-Based Medicine is
het oordeelkundig gebruik maken van systematisch verzamelde resultaten van
wetenschappelijk onderzoek bij het nemen van beslissingen voor individuele
patiënten. EBM in de praktijk toepassen impliceert het integreren van
klinische expertise met beschikbaar wetenschappelijk bewijs, waarbij de
voorkeur en opvattingen van de patiënt een belangrijke rol spelen. |
|||||||||||||||||||
|
Ecologisch
onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Syn: correlatie onderzoek Eng: ecological study |
|||||||||||||||||||
|
Ecologisch onderzoek is
een vorm van observationeel onderzoek, waarbij de analyse eenheden populaties
of groepen van personen zijn in plaats van individuele personen. Men kan bijvoorbeeld
de gemiddelde inname van voedingsvezels vergelijken met de mortaliteit door
coloncarcinoom in verschillende populaties. De resultaten van dergelijk
onderzoek dienen met enige reserve te worden geïnterpreteerd, aangezien de
correlaties op populatieniveau niet noodzakelijkerwijs gelden op individueel
niveau. |
|||||||||||||||||||
|
Een economische evaluatie
betrekt de factor kosten in de effectmeting. Er bestaan verschillende soorten
economische evaluaties. |
|||||||||||||||||||
|
Kosten-baten
analyse |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
cost-benefit analysis |
|||||||||||||||||||
|
In een kosten-baten
analyse worden de kosten van een behandeling of interventie vergeleken met de
winst hiervan. De winst wordt uitgedrukt in een vermindering van
inkomensverlies door vroegtijdig overlijden of ziekte. Bij een dergelijke
evaluatie worden dus zowel de kosten als de baten uitgedrukt in geld. |
|||||||||||||||||||
|
Kosten-effectiviteitsanalyse |
|||||||||||||||||||
|
Eng : cost-effectiveness analysis |
|||||||||||||||||||
|
In een
kosten-effectiviteitsanalyse vergelijkt men zowel de effectiviteit als de
kosten van verschillende behandelingen of interventies. Op deze wijze kan men
bepalen welke behandeling of interventie tegen de minste kosten het gewenste
effect geeft of welk effect binnen een bepaald budget haalbaar is. |
|||||||||||||||||||
|
De resultaten van een
kosten-effectiviteitsanalyse kunnen worden uitgedrukt in een
kosten-effectiviteitsratio (Eng: cost-effectiveness ratio). Dit is het
verschil in kosten tussen twee interventies gedeeld door het verschil in
effect tussen de twee interventies. |
|||||||||||||||||||
|
Kosten-minimalisatieanalyse |
|||||||||||||||||||
|
Eng: cost-minimization analysis |
|||||||||||||||||||
|
Hierbij worden twee of
meer interventies of behandelingen vergeleken die eenzelfde effect hebben.
Men onderzoekt welke interventie de minste kosten genereert. Opgemerkt moet
worden dat men hierbij veronderstelt dat de effecten identiek zijn, hetgeen
in de praktijk niet altijd het geval is. |
|||||||||||||||||||
|
Kosten-nutsanalyse |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
cost-utility analysis |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een economische
evaluatie waarbij het effect van verschillende behandelingen of interventies
wordt uitgedrukt in gewonnen ‘utilities’, zoals DALY, QALY of HYE (Healthy
Years Equivalent). Een dergelijke uitkomstmaat gaat verder dan een kost in
geld, maar betrekt ook de voorkeur van het individu of de maatschappij in de
uitkomst. |
|||||||||||||||||||
|
DALY (Disability Adjusted Life
Years) is een maat voor de ziektelast van een populatie en het effect van
interventies hierop. De DALY berust op correctie van de levensverwachting
naar aanleiding van een ziekte (disability). DALY is een alternatief voor de
QALY en is door de Wereldbank ontwikkeld als valide indicator voor de
gezondheidstoestand van populaties. |
|||||||||||||||||||
|
QALY (Quality Adjusted Life
Years) wordt gedefinieerd als één jaar in goede gezondheid. Als door een
interventie de levensverwachting wordt verlengd met één jaar in goede
gezondheid, dan is de uitkomst één QALY. Evenzo, als de interventie de
levensduur niet verlengt, maar wel de kwaliteit van leven doet toenemen van
bijvoorbeeld tweederde kwaliteit naar volledige kwaliteit gedurende drie
jaar, dan is de uitkomst eveneens één QALY. De waarde van levenskwaliteit is
bepaald aan de hand van de voorkeur van personen of van de maatschappij voor
gezondheidstoestanden. Dit is gemeten met behulp van vragenlijsten, waarop
ieder persoonlijk aanduidt welke waarde men hecht aan een bepaalde
gezondheidstoestand (bijvoorbeeld, status na myocardinfarct, hemiplegie) ten
opzichte van volledige gezondheid. Op basis van de gegevens van een grote
groep respondenten zijn tabellen opgesteld die worden gebruikt voor het
berekenen van de QALY’s. |
|||||||||||||||||||
|
Het effect van een
behandeling of interventie kan op verschillende manieren worden uitgedrukt. |
|||||||||||||||||||
|
Doelmatigheid |
|||||||||||||||||||
|
De doelmatigheid of
efficiëntie (Eng: efficiency) van een behandeling of interventie verwijst
naar het bereikte effect in relatie tot de benodigde middelen (geld, tijd,
personen). Dit wordt ook wel uitgedrukt als de kosten per eenheid van het
gewenste effect. Een efficiënte behandeling of interventie geeft het gewenste
effect tegen een minimum aan kosten. |
|||||||||||||||||||
|
Doeltreffendheid |
|||||||||||||||||||
|
De doeltreffendheid (Eng:
effectiveness) van een geneesmiddel of interventie verwijst naar de mate
waarin het doel van de behandeling wordt bereikt in de alledaagse praktijk
(dat wil zeggen buiten de condities van een klinisch-epidemiologisch onderzoek).
|
|||||||||||||||||||
|
Werkzaamheid |
|||||||||||||||||||
|
De werkzaamheid (Eng:
efficacy) van een geneesmiddel of interventie verwijst naar het gunstige
effect ervan in optimale omstandigheden. De werkzaamheid wordt idealiter
vastgesteld in een randomised controlled trial (RCT). |
|||||||||||||||||||
|
Effectgrootte |
|||||||||||||||||||
|
Effect modifier |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een factor die het
effect beïnvloedt van een mogelijke causale factor die wordt bestudeerd.
Leeftijd is bijvoorbeeld in vele gevallen een ‘effect modifier’. Genetische
predispositie kan ook een effect modifier zijn voor bepaalde vormen van
kanker. |
|||||||||||||||||||
|
Efficiëntie |
|||||||||||||||||||
|
Doelmatigheid. Zie effect. |
|||||||||||||||||||
|
Effectiviteit |
|||||||||||||||||||
|
Doeltreffendheid. Zie effect. |
|||||||||||||||||||
|
Syn: uitkomst
Eng: outcome |
|||||||||||||||||||
|
Datgene wat men meet om
het resultaat van een gebeurtenis of interventie te meten wordt eindpunt of
uitkomst genoemd. Naar gelang de aard van het gekozen eindpunt kan men een
onderscheid maken in harde eindpunten zoals dood of aangetoonde morbiditeit en intermediaire of
surrogaat eindpunten. De intermediaire eindpunten zijn afgeleide parameters die meestal
alleen indirect samenhangen met harde eindpunten. De serumlipidenwaarden
bijvoorbeeld, kunnen beschouwd worden als intermediaire eindpunten in
onderzoek naar het effect van medicatie waarbij cardiovasculair overlijden
een harde uitkomst is. Wanneer er geen directe relatie is aangetoond tussen
het intermediaire eindpunt en relevante harde eindpunten, is de waarde van
studies die slechts intermediaire eindpunten weergeven zeer beperkt. |
|||||||||||||||||||
|
EMBASE |
|||||||||||||||||||
|
Embase is de online versie
van Excerpta Medica, de Europese databank voor de biomedische wetenschappen.
Hierin zijn meer dan 4 000 tijdschriften uit een 70-tal landen opgenomen,
waaronder ‘Huisarts Nu’ en ‘Huisarts en Wetenschap’. Embase bevat referenties
vanaf 1974 tot heden. Er is ongeveer 40% overlap met de referenties in
Medline. Embase wordt uitgegeven door Elsevier en is alleen voor abonnees te
raadplegen. |
|||||||||||||||||||
|
Empirisch |
|||||||||||||||||||
|
Empirische gegevens zijn
gebaseerd op klinische observatie of ervaring en niet op experimenteel
onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Endemisch |
|||||||||||||||||||
|
Een ziekte is endemisch
wanneer deze in een populatie of regio voortdurend aanwezig is. |
|||||||||||||||||||
|
Epidemie |
|||||||||||||||||||
|
Wanneer in een populatie
het aantal gevallen van een ziekte snel toeneemt in een bepaalde periode of
als het aantal gevallen de verwachtingen overstijgt, spreekt men van een
epidemie. Een wereldwijde epidemie wordt een pandemie genoemd. |
|||||||||||||||||||
|
Equity |
|||||||||||||||||||
|
Deze term uit de
(gezondheids)economie impliceert dat gezondheidszorg beschikbaar is voor
iedereen. Dat wil zeggen dat er geen verschillen bestaan in toegankelijkheid
van de zorg, kwaliteit van de zorg en gezondheid van een bevolking. |
|||||||||||||||||||
|
Exclusiecriteria
beschrijven de redenen waarom personen (patiënten) niet werden opgenomen in
de studie. Deze criteria moeten bij het begin van de studie worden
gedefinieerd. |
|||||||||||||||||||
|
Experimenteel onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
In tegenstelling tot
observationeel onderzoek grijpt men bij een experimentele onderzoeksopzet in
de ’natuurlijke gang van zaken‘ in. Een randomised controlled trial (RCT) is
een voorbeeld van een experimentele onderzoeksopzet. |
|||||||||||||||||||
|
Externe validiteit |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Fisher
exact test |
|||||||||||||||||||
|
De Fisher exact toets wordt
toegepast bij studies met kleine aantallen, waarbij de Chi²-toets niet gebruikt mag
worden. |
|||||||||||||||||||
|
Fixed
effects model |
|||||||||||||||||||
|
Focusgroep |
|||||||||||||||||||
|
Een focusgroep discussie
is een kwalitatieve onderzoeksmethode. Een kleine groep van meestal 8-12
personen, die elkaar al dan niet kennen, wordt uitgenodigd om over een of
meerdere door de onderzoekers aangebrachte topics te discussiëren. Naast de
inhoud van de discussie is ook de interactie, de niet-verbale communicatie
binnen de groep van belang. |
|||||||||||||||||||
|
Follow-up |
|||||||||||||||||||
|
De observaties van
personen of groepen in een onderzoek over een bepaalde periode. |
|||||||||||||||||||
|
Forest plot |
|||||||||||||||||||
|
Een forest plot is een
grafische weergave van de resultaten van verschillende studies die in een
meta-analyse zijn geïncludeerd. De puntschattingen en
betrouwbaarheidsintervallen van elk van de studies worden onder elkaar gezet
met onderaan het diamantvormige resultaat van de pooling, de schatting van
het globale effect. Op deze wijze ontstaat een soort boomgrafiek. Het logo
van de Cochrane Collaboration is een voorbeeld van een forest plot. Hierin
worden studies weergegeven die het effect onderzoeken op neonatale
mortaliteit van een behandeling met corticosteroïden bij vrouwen met
dreigende vroeggeboorte. Het resultaat van de meta-analyse toont dat het
toedienen van corticosteroïden de mortaliteit bij pasgeborenen significant
reduceert. |
|||||||||||||||||||
|
Voorbeeld: |
|||||||||||||||||||
|
Het logo van de Cochrane
Collaboration |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Fout-negatief |
|||||||||||||||||||
|
Fout-positief |
|||||||||||||||||||
|
Een funnel plot is een
grafische methode om publicatiebias op te sporen bij het uitvoeren van een
meta-analyse. Hiertoe wordt voor elke studie het gevonden effect uitgezet
tegen het aantal onderzochte personen (steekproefgrootte). De verdeling van
de punten in deze grafiek dient een trechtervorm te vertonen (Eng: funnel),
waarbij de spreiding groter wordt naarmate de steekproefgrootte afneemt. Een
asymmetrie in de vorm van de trechter duidt erop dat studies ontbreken
(bijvoorbeeld omdat deze niet zijn gepubliceerd of door de zoekstrategie niet
zijn opgespoord). |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Geblindeerde uitkomstmeting |
|||||||||||||||||||
|
Gecontroleerde studies |
|||||||||||||||||||
|
Men kan de verdeling van
een variabele in een populatie op verschillende manieren beschrijven: als
gemiddelde, mediaan of modus. |
|||||||||||||||||||
|
Het gemiddelde (Eng: mean) wordt berekend
door de som van alle gemeten waarden te delen door het aantal waarnemingen. |
|||||||||||||||||||
|
De mediaan (Eng: median) is de middelste waarde wanneer alle waarnemingen worden
gerangschikt van laag naar hoog. De mediaan verdeelt alle waarnemingen in
twee delen die elk 50% van de waarnemingen bevatten. |
|||||||||||||||||||
|
De modus (Eng: mode) geeft de meest
voorkomende waarneming weer. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Generaliseerbaarheid |
|||||||||||||||||||
|
Gevalideerde schaal |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een schaal waarvan
is aangetoond dat de scores weergeven wat men beoogt te meten. Zie validiteit. |
|||||||||||||||||||
|
Gevalsonderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Gevoeligheid |
|||||||||||||||||||
|
Syn: sensitiviteit |
|||||||||||||||||||
|
Gewogen |
|||||||||||||||||||
|
Men kan een statistische
weging van de resultaten van verschillende studies in een meta-analyse of in
een multicenter studie toepassen. Door het toekennen van een wegingsfactor
kan men bijvoorbeeld in een meta-analyse studies met een grotere
onderzoekspopulatie of met een hogere methodologische kwaliteit meer gewicht
geven in de analyse. |
|||||||||||||||||||
|
Grounded theory |
|||||||||||||||||||
|
De grounded theory wordt
tijdens het proces van het onderzoek ontwikkeld en getoetst en is vooral van
belang bij kwalitatief onderzoek dat vertrekt van nul, over een topic waar
nog geen gegevens over bestaan. Hierbij gaat men niet uit van een hypothese
die wordt getoetst, maar formuleert men een hypothese op basis van de
observaties en verzamelde gegevens. De basis, de ‘grond’ van de hypothese
ligt in de data zelf. |
|||||||||||||||||||
|
Gouden standaard |
|||||||||||||||||||
|
Syn: referentietest Eng: gold standard, criterion standard |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een methode,
procedure of meting die algemeen beschouwd wordt als de best beschikbare
methode. Een gouden standaard (referentietest) wordt vooral gebruikt bij het
vergelijken van diagnostische testen en wordt dan omschreven als de test die
het best kan discrimineren tussen patiënten met en zonder een bepaalde
ziekte. Aangezien de gouden standaard meestal een omslachtige of invasieve
test is (zoals bijvoorbeeld een keelkweek voor de diagnostiek van
streptokokken faryngitis of gastroscopie voor het diagnosticeren van een
maagulcus) gebruikt men in de praktijk minder accurate diagnostische testen.
De waarde van diagnostische testen wordt in vergelijking met de gouden
standaard uitgedrukt in sensitiviteit en specificiteit. Zie diagnostisch onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Harde eindpunten |
|||||||||||||||||||
|
Hawthorne effect |
|||||||||||||||||||
|
Dit is het (meestal
gunstige) effect van een interventie op een onderzochte persoon, dat
uitsluitend te wijten is aan het feit dat deze aan een onderzoek meedoet. De
naam van dit effect is afgeleid van studies die in de veertiger jaren in een
elektriciteitsfabriek in de Verenigde Staten (Hawthorne) werden uitgevoerd.
Men onderzocht het effect van verlichting op de werkplek op de productiviteit
van de werknemers en stelde vast dat ook in de controlegroep de prestaties
verbeterden. |
|||||||||||||||||||
|
Hazard
Ratio (HR) |
|||||||||||||||||||
|
Syn: relatief risico |
|||||||||||||||||||
|
De hazard ratio is een
relatief risico van een uitkomst wanneer de analyse gebeurt met behulp van
het Cox regressiemodel. Zie Cox
proportional hazards model. |
|||||||||||||||||||
|
Healthy
worker effect |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een vorm van
selectiebias die oorspronkelijk stamt uit arbeidsgeneeskundig onderzoek. Bij
vergelijking van een werkende populatie met de algemene populatie stelde men
vast dat de morbiditeit en mortaliteit in de eerste groep lager ligt. Dit
fenomeen is te verklaren door het feit dat een werkende populatie over het algemeen
gezonder is dan de totale populatie die ook personen bevat die te ziek zijn
om te werken. |
|||||||||||||||||||
|
Studies zijn homogeen
wanneer ze onderling goed overeenkomen wat betreft onderzochte populatie,
onderzoeksopzet en methode van analyseren. Studies zijn heterogeen wanneer ze
van elkaar verschillen. Bij meta-analyses is het belangrijk dat de betrokken
studies zo homogeen mogelijk zijn. Men kan testen op de aanwezigheid van
statistische heterogeniteit tussen verschillende studies door kritische
analyse van de in de studies toegepaste onderzoeksmethoden, door het plotten
van de resultaten van de verschillende studies of met behulp van een
statistische toets (Q-toets). |
|||||||||||||||||||
|
Indien er geen
statistische heterogeniteit kan worden aangetoond kan men bij meta-analyse
gebruik maken van het fixed effects model. Dit model is gebaseerd op de
veronderstelling dat er slechts één vaste onderliggende waarde voor het
effect bestaat. De verschillende effecten die in studies worden gevonden
zijn volgens dit model slechts aan het toeval te wijten. |
|||||||||||||||||||
|
Indien wordt aangetoond
dat er statistische heterogeniteit bestaat tussen de studies kan men ofwel
niet poolen ofwel bij analyse gebruik maken van het random effects model. Dit is een statistisch
model ontwikkeld voor meta-analyse door DerSimonian & Laird (1986). Bij
dit model neemt men aan dat de verschillende effecten die in studies worden
gevonden, berusten op toevalsvariatie, maar ook op werkelijke variatie tussen
studies. Het uitgangspunt van het random effects model is dat er een
‘populatie’ van mogelijke effecten bestaat met een verdeling rond een
gemiddeld globaal effect. |
|||||||||||||||||||
|
Indien de studies homogeen
zijn komen de resultaten van analyse volgens het random effects model overeen
met de resultaten berekend volgens het fixed effects model. |
|||||||||||||||||||
|
Histogram |
|||||||||||||||||||
|
In een histogram staan de
waarden van de metingen uitgezet op de x-as. De hoogte van de blokken op de
y-as geeft de frequentie aan. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Homogeniteit |
|||||||||||||||||||
|
HRQL
|
|||||||||||||||||||
|
Health
Related Quality of Life |
|||||||||||||||||||
|
Deze schaal meet
parameters die gerelateerd zijn aan de gezondheidstoestand van een persoon:
de functionele status, de percepties van gezondheid en de tevredenheid met de
kwaliteit van het eigen leven. |
|||||||||||||||||||
|
Hypothese |
|||||||||||||||||||
|
Een hypothese is een
veronderstelling die zodanig
geformuleerd is dat deze op correctheid getoetst kan worden. Zie ook nulhypothese. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
ICD |
|||||||||||||||||||
|
International
Classification of Disease |
|||||||||||||||||||
|
De ICD-10 is de tiende revisie van de ‘International Statistical
Classification of Diseases and Related Health Problems’. Deze classificatie wordt
gebruikt in epidemiologisch onderzoek en evaluatie van de gezondheidszorg. |
|||||||||||||||||||
|
ICPC |
|||||||||||||||||||
|
International
Classification of Primary Care |
|||||||||||||||||||
|
ICPC is een internationaal
classificatiesysteem, ontwikkeld voor gebruik in de eerste lijn. ICPC is
samengesteld door het classificatiecomité van WONCA en bevestigd door de Wereld Gezondheidsorganisatie
(WGO). ICPC omvat drie elementen van het arts-patiënt contact: de ‘reason for
encounter’ (RFE), de diagnose en het behandelplan. De codes kunnen worden
vergeleken met ICD (International Classification of Disease) codes voor
gebruik in wetenschappelijk onderzoek. ICPC-2 is gepubliceerd in 1998. De
ICPC-Drug Classification (1993) is compatibel met de ATC. |
|||||||||||||||||||
|
Incidente kosten |
|||||||||||||||||||
|
De incidentie is het aantal
nieuwe zieken of ziekten in een populatie over een bepaalde periode (meestal
één jaar). De incidentie kan op twee manieren worden weergegeven, als
cumulatieve incidentie of als incidentiecijfer. |
|||||||||||||||||||
|
De cumulatieve incidentie (syn: risico) is de
proportie van het aantal personen in een populatie dat binnen een bepaalde
tijdsperiode een ziekte ontwikkelt. De cumulatieve incidentie berekent men
door het aantal nieuwe gevallen tijdens de onderzoeksperiode te delen door
het aantal personen zonder de ziekte in de populatie in het begin van de
onderzochte tijdsperiode. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, in een populatie van 10
000 personen worden gedurende één jaar twee nieuwe gevallen van
coloncarcinoom vastgesteld; de (cumulatieve) incidentie van coloncarcinoom in
deze populatie is dus 2 per 10 000 per jaar. |
|||||||||||||||||||
|
Het incidentiecijfer wordt berekend door het
aantal nieuwe zieken in een bepaalde periode te delen door de ‘populatie at
risk’. De populatie at risk wordt bepaald door het totaal aantal
tijdseenheden dat alle personen in het onderzoek het risico liepen om de
ziekte te ontwikkelen, bijvoorbeeld per 1 000 patiëntjaren. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, in een studie over het
voorkomen van ernstige gastrointestinale bloedingen bij gebruik van NSAID’s
worden bij 16 patiënten gastrointestinale bloedingen vastgesteld. De duur
van de studie is 9 maanden, maar niet alle patiënten worden even lang
opgevolgd. Men telt de duur van follow-up van alle patiënten bij elkaar op en
komt tot een totaal van 8 000 patiëntjaren; het incidentiecijfer in deze
populatie is dus 16/8 000 of 2/1 000 patiëntjaren. |
|||||||||||||||||||
|
Inclusiecriterium |
|||||||||||||||||||
|
Inclusiecriteria
beschrijven de voorwaarden waaraan personen (patiënten) moeten voldoen om
opgenomen te worden in de studie. Deze criteria moeten bij het begin van de studie
worden gedefinieerd. |
|||||||||||||||||||
|
Index case |
|||||||||||||||||||
|
De index case is de eerste
patiënt die onder de aandacht van de onderzoeker komt (bijvoorbeeld bij het
uitbreken van een epidemie). De indexgroep is de groep die de te onderzoeken
interventie krijgt in een RCT of die aan de te onderzoeken risicofactor is
blootgesteld in een cohortonderzoek of case-control onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Indextest |
|||||||||||||||||||
|
Dit is in diagnostisch
onderzoek de test waarvan de eigenschappen worden onderzocht. |
|||||||||||||||||||
|
Bij inductie tracht men
uitgaande van observaties of andere data te veralgemenen tot het formuleren
van hypothesen of theorieën. Dit in tegenstelling tot deductie, waarbij de
theorie het uitgangspunt is. Zie ook deductie. |
|||||||||||||||||||
|
Informatiebias |
|||||||||||||||||||
|
De vrijwillig verkregen
toestemming van een persoon of een verantwoordelijke (bijvoorbeeld ouder of
voogd) voor deelname aan een studie of interventieprogramma noemt men
informed consent. De persoon in kwestie moet duidelijk ingelicht zijn over
het doel, de methode, de procedure, de voordelen en de risico’s en, indien
van toepassing, over de graad van onzekerheid van de uitkomst. In de meeste
studies wordt een schriftelijke toestemming gevraagd. |
|||||||||||||||||||
|
Enkele essentiële criteria van informed consent zijn: |
|||||||||||||||||||
|
·
kennis en begrip van bovenstaande, dit dient expliciet te worden
nagegaan, ·
de toestemming dient onbeïnvloed te zijn gegeven, ·
het recht op intrekken van de toestemming op elk moment in de studie
of interventie moet duidelijk zijn medegedeeld, ·
men dient na te gaan of de persoon dit alles goed heeft verstaan. |
|||||||||||||||||||
|
Intention-to-screen |
|||||||||||||||||||
|
Volgens het
intention-to-treat principe worden in een interventiestudie na toewijzing de
onderzoeksgroepen niet meer gewijzigd. Dit betekent dat alle patiënten die
aan een groep zijn toegewezen worden betrokken in de analyse, ongeacht of zij
de toegewezen behandeling gevolgd of voltooid hebben. Zie ook per-protocol
analyse. |
|||||||||||||||||||
|
Intermediaire eindpunten |
|||||||||||||||||||
|
Interne validiteit |
|||||||||||||||||||
|
Interobserver variatie |
|||||||||||||||||||
|
Interventiestudie |
|||||||||||||||||||
|
Een interventiestudie is
een experimenteel onderzoek waarbij men het effect van een experimentele
interventie (bijvoorbeeld medicatie) onderzoekt. Een (randomised) controlled
trial is een voorbeeld van een interventiestudie. Zie
ook clinical trial. |
|||||||||||||||||||
|
Intra-observer variatie |
|||||||||||||||||||
|
De verschillen tussen
meerdere observaties van hetzelfde fenomeen door één zelfde onderzoeker. Zie ook kappa-waarde. |
|||||||||||||||||||
|
IPA |
|||||||||||||||||||
|
International Pharmaceutical Abstracts |
|||||||||||||||||||
|
IPA is een databank die
wordt samengesteld door de American Society of Health-System Pharmacists.
Deze databank bevat referenties uit farmaceutische, medische en
gezondheidszorg tijdschriften wereldwijd vanaf 1970. Actualisering gebeurt
viermaal per jaar. De IPA is alleen voor abonnees toegankelijk. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
In epidemiologisch
onderzoek geeft een kans aan in welke mate men een bepaalde uitkomst kan verwachten.
Een kans is een getal tussen 0 en 1, ofwel een percentage (tussen 0 en 100). Zie ook risico en odds. |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een
(non-parametrische) methode, ontwikkeld door Kaplan en Meier (1958) om
overlevingstabellen te maken. Deze methode houdt rekening met het feit dat
niet iedereen tot het gewenste eindpunt kan worden opgevolgd. Er worden
hierbij geen co-variabelen in de analyse betrokken (univariate analyse). Dit
in tegenstelling tot het Cox model dat een vorm van multivariate analyse is. Zie Cox proportional hazards model. |
|||||||||||||||||||
|
De kappa-waarde, ook wel
Cohen’s kappa genoemd, is een maat die gebruikt wordt om de
overeenstemming van twee of meer observatoren of de overeenstemming tussen
meerdere observaties van dezelfde observator weer te geven. Dit noemt men
respectievelijk, de interobserver variatie en de intraobserver variatie. |
|||||||||||||||||||
|
De kappa-waarde wordt als
volgt berekend: men berekent eerst de geobserveerde overeenkomst (O) tussen
de onderzoekers, vervolgens berekent men de op basis van toeval verwachte
overeenkomst (V) tussen de onderzoekers. De kappa-waarde is de verhouding
tussen de werkelijke overeenkomst met uitsluiting van toeval en de
potentiële overeenkomst met uitsluiting van toeval: O-V / 1-V. |
|||||||||||||||||||
|
Een kappa-waarde van 1
betekent dat er een perfecte overeenstemming is. Een kappa-waarde van 0
geeft aan dat de overeenstemming niet beter is dan men op grond van het toeval
zou kunnen verwachten. Een kappa van 0,4-0,6 kan beschouwd worden als
‘redelijke’ en van 0,6-0,8 als ‘goede’ overeenstemming. |
|||||||||||||||||||
|
Incidente kosten
zijn kosten die over
een bepaalde tijdspanne (duur van de ziekte, gehele levensduur,...) worden
berekend. |
|||||||||||||||||||
|
Prevalente kosten zijn kosten zoals deze
zich op het moment van meten aandienen. Zie ook economische analyse. |
|||||||||||||||||||
|
Kruskal-Wallis toets |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een
non-parametrische vorm van variantieanalyse (ANOVA) die wordt gebruikt als er
meer dan twee groepen worden vergeleken. Het is een uitbreiding van de
Mann-Whitney test die wordt toegepast bij vergelijken van twee groepen. Zie variantieanalyse en Mann-Whitney
U toets. |
|||||||||||||||||||
|
Kwalitatief onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
In kwalitatief onderzoek
bestudeert men meningen, opvattingen en gevoelens van personen of kleine
groepen van personen over een duidelijk omschreven onderwerp. Hiervoor doet
men beroep op kwalitatieve methoden zoals observatie, interview,
participerende observatie, focusgroep gesprekken en consensusmethoden
(Delphi). De resultaten van kwalitatief onderzoek zijn niet in getallen uit
te drukken en niet te veralgemenen. |
|||||||||||||||||||
|
Kwantitatief onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
In kwantitatief onderzoek
tracht men de in een populatie te onderzoeken parameters te kwantificeren,
dat wil zeggen in getallen uit te drukken. |
|||||||||||||||||||
|
Men kan de gemeten waarden
van een variabele indelen naar frequentie van voorkomen. Elk kwartiel komt
overeen met 25% van de metingen. Zie ook percentiel. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Landschap |
|||||||||||||||||||
|
Likelihood ratio |
|||||||||||||||||||
|
Likert Scale |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een ordinale schaal
van antwoorden op een vraag, waarbij de antwoorden in een hiërarchische
volgorde zijn gerangschikt. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld: altijd dikwijls zelden nooit |
|||||||||||||||||||
|
Lineaire
regressieanalyse |
|||||||||||||||||||
|
LOCF
analysis |
|||||||||||||||||||
|
Last
Observation Carried Forward analysis |
|||||||||||||||||||
|
Hierbij beschouwt men de
laatste observatie van elke persoon die aan de studie heeft deelgenomen als
uitkomst, ook als het tijdstip van observatie niet samenvalt met het in de
studie vooropgestelde tijdstip van uitkomstmeting. |
|||||||||||||||||||
|
Logistische regressie |
|||||||||||||||||||
|
Lost
to follow-up |
|||||||||||||||||||
|
De personen van wie aan
het einde van het onderzoek de te onderzoeken uitkomsten niet bekend zijn en
voor wie men geen reden voor uitval heeft kunnen registreren noemt men lost
to follow-up. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Dit is een non-parametrische
toets, die het verschil tussen twee groepen toetst (equivalent aan de
t-test). De uitkomst van deze test is de ‘U-statistic’. Wanneer er meer dan
twee groepen worden getoetst gebruikt men de Kruskal-Wallis toets. De
Mann-Whitney U test is vergelijkbaar met de Wilcoxon rank sum test. Zie ook t-toets. |
|||||||||||||||||||
|
Mantel-Haenszel toets |
|||||||||||||||||||
|
Deze Chi²-toets wordt onder andere
toegepast bij analyse van de relatie tussen twee variabelen na controle voor
andere variabelen. Deze test berekent de gemiddelde grootte van de associatie
tussen de twee variabelen. Zie ook
Cochran-Mantel-Haenszel toets. |
|||||||||||||||||||
|
Matching |
|||||||||||||||||||
|
Matching is een techniek
die wordt toegepast om de samenstelling van twee of meer groepen voor een
aantal relevante kenmerken zoveel mogelijk vergelijkbaar te maken. Veel
gebruikte algemene kenmerken waarop matching wordt toegepast zijn
bijvoorbeeld leeftijd en geslacht. Voordeel van matching is dat het verstorende
effect van de gematchte kenmerken bij analyse kan worden uitgesloten. Een
nadeel is dat het niet mogelijk is om achteraf het effect van deze kenmerken
nog te onderzoeken. |
|||||||||||||||||||
|
McNemar’s test |
|||||||||||||||||||
|
Bij analyse van gepaarde
data, zoals bijvoorbeeld data van kinderen op 12-jarige leeftijd vergeleken
met data van dezelfde kinderen twee jaar later, kan men de McNemar’s test
gebruiken. |
|||||||||||||||||||
|
Mediaan |
|||||||||||||||||||
|
Medline is een bibliografische
databank van de National Library of Medicine (NLM) in de VS. Medline is een
onderdeel van MEDLARS (Medical Library Archiving and Retrieval Systems), dat
in de zestiger jaren werd ontwikkeld om met een computer de enorme rijkdom
aan medische informatie in de NLM toegankelijk te maken. Medline beslaat de
vakgebieden geneeskunde, verpleegkunde, tandheelkunde, diergeneeskunde, het
gezondheidszorgsysteem en elementair biomedisch onderzoek. In Medline vindt
men beschrijvingen van artikels uit medische tijdschriften uit de hele wereld
van 1966 tot op heden. Zo’n 80% van de referenties verwijst naar Engelstalige
artikels. Medline is gratis te raadplegen via PubMed. |
|||||||||||||||||||
|
MeSH |
|||||||||||||||||||
|
Medical
Subject Heading |
|||||||||||||||||||
|
Elk artikel in de Medline
databank is geïndexeerd met behulp van het MeSH trefwoorden systeem. Deze
index van meer dan 16 000 trefwoorden is hiërarchisch georganiseerd. De
trefwoorden staan in onderling (hiërarchisch) verband en zijn bijeengebracht
in een thesaurus. De MeSH index is een dynamisch systeem waarin termen worden
toegevoegd, vervangen, verfijnd, etc. |
|||||||||||||||||||
|
Een meta-analyse is een
systematische review waarbij de resultaten van een aantal vergelijkbare
klinische studies worden gebundeld (gepoold) en herberekend. Hierdoor wordt
het mogelijk om met een grotere betrouwbaarheid een uitspraak te doen over
het effect van een interventie of behandeling. Zie ook
pooling. |
|||||||||||||||||||
|
Meta-regressie |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een multivariate
meta-analyse techniek, zoals logistische regressie, die wordt toegepast om in
een systematische review de relatie te onderzoeken tussen studiekenmerken
(bijvoorbeeld concealment of allocation, uitgangsrisico, timing van de
interventie) en de studieresultaten (de grootte van het effect in elke
studie). |
|||||||||||||||||||
|
Modus |
|||||||||||||||||||
|
Mortaliteitsratio |
|||||||||||||||||||
|
De mortaliteitsratio is
een proportie: het aantal personen dat sterft gedurende een bepaalde periode
(bijvoorbeeld gedurende één jaar of gedurende de duur van het onderzoek)
gedeeld door het totaal aantal personen in de populatie. |
|||||||||||||||||||
|
Multicenter studie |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een studie waaraan
meerdere centra meewerken. Een centrum kan zijn een ziekenhuis, kliniek of
huisartspraktijk. Alle centra passen hetzelfde onderzoeksprotocol toe. De
resultaten van alle centra worden samengevoegd en als één studie
geanalyseerd. |
|||||||||||||||||||
|
Multipele regressieanalyse |
|||||||||||||||||||
|
Multivariate analyse |
|||||||||||||||||||
|
Multivariate analyse duidt
op het analyseren van vele variabelen. Het is een verzamelnaam voor een
aantal analysetechnieken die de aard en de mate van samenhang tussen
waarnemingen beschrijven. Men kan met behulp van deze technieken bijvoorbeeld
het verband bestuderen tussen de onderzochte variabelen en andere variabelen
die de onderzochte relatie kunnen verstoren (de zogenaamde confounders).
Hierdoor kan men corrigeren voor het effect van de verstorende variabelen.
Multipele regressieanalyse is een vorm van multivariate analyse. Zie ook confounder. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, in een onderzoek naar
het effect van hormonale substitutietherapie op het optreden van
femurfracturen bij vrouwen kunnen vele factoren interveniëren, zoals leeftijd
van de vrouw, botdensiteit, duur van behandeling, etc... Met behulp van multivariate
analyse technieken kan men de invloed van elk van deze (verstorende) variabelen
op de uitkomst (femurfracturen) onderzoeken en hiervoor corrigeren. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Nakans |
|||||||||||||||||||
|
Negative
predictive value (NPV) |
|||||||||||||||||||
|
Nested case-control onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Nocebo |
|||||||||||||||||||
|
Een nocebo is een
ongewenst (en onaangenaam) effect van een product of interventie zonder
fysiek therapeutisch effect. Zie ook placebo. |
|||||||||||||||||||
|
N
of 1 trial |
|||||||||||||||||||
|
In een gerandomiseerd
onderzoek met één persoon kan men bijvoorbeeld de optimale behandeling voor
een individuele patiënt onderzoeken. De patiënt ondergaat een aantal
‘gepaarde behandelingen’ bestaande uit een experimentele behandeling en een
controlebehandeling (of placebo). De volgorde van de behandelingen wordt
willekeurig (aselect) bepaald en bij voorkeur zijn zowel de behandelend arts
als de patiënt blind voor de gevolgde behandeling. In de ene periode volgt de
patiënt de experimentele behandeling en in de andere periode de
controlebehandeling. Het afwisselen van de behandelingen wordt herhaald
totdat arts en patiënt ervan overtuigd zijn dat de behandelingen verschillend
of zeker niet verschillend zijn. |
|||||||||||||||||||
|
Nominaal |
|||||||||||||||||||
|
Categorie-aanduidend. Zie schalen en variabele. |
|||||||||||||||||||
|
Non-parametrische
statistische toetsen stellen geen voorwaarden aan de verdeling van de waarden
van een variabele, dit in tegenstelling tot parametrische toetsen.
Voorbeelden zijn: Wilcoxon rank sum test, Mann-Whitney U test, Kruskal-Wallis
test. Zie ook parametrische toetsen. |
|||||||||||||||||||
|
Normale verdeling |
|||||||||||||||||||
|
Syn:
Gauss verdeling |
|||||||||||||||||||
|
Eng: Normal distribution, Gaussian distribution |
|||||||||||||||||||
|
De normale
verdeling is een frequentieverdeling met een specifieke vorm. Op de
horizontale x-as zet men de mogelijke waarden uit. De frequentie van elke
waarde wordt op de verticale y-as weergegeven. Karakteristieken van deze
grafiek zijn: 1) de curve is klokvormig en symmetrisch en de staarten raken
niet aan de x-as; 2) het rekenkundig gemiddelde, de mediaan en de modus zijn
gelijk; en 3) de vorm wordt bepaald door het gemiddelde en de standaard
deviatie. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Eng:
null hypothesis |
|||||||||||||||||||
|
De nulhypothese stelt dat een gevonden associatie of
verschil berust op toeval, met andere woorden dat er in werkelijkheid geen
associatie of verschil bestaat. Dit in tegenstelling tot de ‘alternatieve
hypothese’ die een associatie veronderstelt. Deze nulhypothese vormt het
uitgangspunt van statistische toetsen, waarmee men de kans berekent dat een
resultaat aan het toeval kan worden toegeschreven. Wanneer men de
nulhypothese onterecht verwerpt maakt men een type-I of a-fout, wanneer men de
nulhypothese onterecht aanneemt maakt men een type-II of b-fout. Zie
ook p-waarde en type-I of type-II
fout. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, wanneer men in een
klinische studie het effect van statines op mortaliteit onderzoekt ten
opzichte van placebo, stelt de nulhypothese dat er geen verschil in
mortaliteit is tussen de beide groepen. |
|||||||||||||||||||
|
Number
Needed to Harm (NNH) |
|||||||||||||||||||
|
Dit getal geeft aan
hoeveel behandelde personen aanleiding geven tot één negatieve uitkomst (een
schadelijke nevenwerking of dood) ten gevolge van een interventie. |
|||||||||||||||||||
|
NNH = 1 / ARR van de
negatieve uitkomst x 100 |
|||||||||||||||||||
|
Number
Needed to Treat (NNT) |
|||||||||||||||||||
|
Dit getal geeft aan
hoeveel personen moeten worden behandeld gedurende de bestudeerde termijn om
één extra geval van een bepaalde ziekte te genezen of te voorkomen. |
|||||||||||||||||||
|
NNT = 1 / ARR x 100 |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Syn: beschrijvend / epidemiologisch onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Onderzoek waarbij geen
interventie of experimentele behandeling wordt getoetst noemt men
observationeel onderzoek. Vormen van observationeel onderzoek zijn:
cohortonderzoek, dwarsdoorsnedeonderzoek, case-control onderzoek en
ecologisch onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Odds |
|||||||||||||||||||
|
De odds is een
kansverhouding, namelijk de verhouding van de kans op het optreden van een
ziekte of gebeurtenis en de kans op het niet optreden ervan. |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, als er in een
groep van 100 rokers 60 rokers een chronische hoest ontwikkelen en 40 niet,
dan is de odds voor het ontwikkelen van chronische hoest in de groep rokers
60/40. In onderstaande vierveldentabel komt dit overeen met a/b. Op dezelfde
wijze kan de odds voor het optreden van chronische hoest bij niet-rokers
berekend worden. Wanneer in een groep van 100 niet-rokers er 10 gevallen van
chronische hoest zijn is de odds voor het optreden van chronische hoest in de
groep niet-rokers 10/90. In de vierveldentabel komt dit overeen met c/d. |
|||||||||||||||||||
|
Odds ratio |
|||||||||||||||||||
|
De odds ratio (OR) is de
verhouding van twee odds, namelijk (a/b) / (c/d), ofwel ad / bc. |
|||||||||||||||||||
|
In het voorbeeld van het
optreden van chronische hoest bij rokers ten opzichte van niet-rokers is de
odds ratio gelijk aan de odds voor rokers gedeeld door de odds voor
niet-rokers, ofwel (60/40) / (10/90) = 13,5. Dit betekent dat rokers 13,5
maal vaker een chronische hoest ontwikkelen dan niet-rokers. |
|||||||||||||||||||
|
In een case-control
onderzoek is de odds ratio een
inschatting van het relatief risico. Indien de prevalentie van de onderzochte
aandoening laag is kan de odds ratio worden geïnterpreteerd als een relatief
risico. |
|||||||||||||||||||
|
Bijvoorbeeld, als er in een groep van
100 patiënten met longkanker (cases) 97 rokers zijn en 3 patiënten niet
roken, dan is de odds om roker te zijn in de groep longkankerpatiënten 97/3.
Wanneer in een controlegroep van 100 patiënten zonder longkanker (controls)
er 70 roken en 30 niet roken, dan is de odds om roker te zijn in de controlegroep
70/30. De odds ratio voor de associatie van longkanker met roken is de odds
bij de cases (97/3) gedeeld door de odds bij de controls (70/30); dit is
gelijk aan 14. Dit betekent dat de kans dat een longkankerpatiënt rookt 14
maal groter is dan dat hij niet rookt. Aangezien longkanker een lage
prevalentie heeft in de bevolking kunnen we deze odds ratio interpreteren als
een relatief risico: de kans om longkanker te ontwikkelen is 14 maal groter
bij rokers dan bij niet-rokers. |
|||||||||||||||||||
|
Onafhankelijke variabele |
|||||||||||||||||||
|
Ontkennende kracht |
|||||||||||||||||||
|
Open (label) onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Bij een open
onderzoeksopzet zijn artsen en patiënten op de hoogte van de toegewezen
interventie of behandeling, dit in tegenstelling tot blind onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Ordinaal |
|||||||||||||||||||
|
Gerangschikt volgens een
rangorde. Zie schalen en variabelen. |
|||||||||||||||||||
|
Overlevingscurve |
|||||||||||||||||||
|
Zie
Kaplan-Meier schatting en Cox proportional hazards model. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
Pandemie |
|||||||||||||||||||
|
Een pandemie is een
wereldwijde epidemie. |
|||||||||||||||||||
|
Parallel-groepen studie |
|||||||||||||||||||
|
De meeste RCT’s hebben een
parallel-groepen opzet. Dat wil zeggen dat elk van de onderzoeksgroepen
slechts een van de onderzochte behandelingen krijgt. Zie ook crossover studie. |
|||||||||||||||||||
|
De parametrische toetsen
zijn toepasbaar wanneer de waarden van een variabele ‘normaal’ verdeeld zijn
(volgens een Gauss verdeling). Bijvoorbeeld, de t-toets en variantieanalyse
(ANOVA). Non-parametrische toetsen stellen geen voorwaarden aan de verdeling
van de waarden. Zie non-parametrisch. |
|||||||||||||||||||
|
Patiëntcontroleonderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Patiëntjaren |
|||||||||||||||||||
|
Syn: persoonjaren |
|||||||||||||||||||
|
Wanneer bij een
cohortonderzoek alle personen in de onderzoeksgroep gedurende dezelfde
periode geobserveerd zijn, kunnen de incidentiecijfers gemakkelijk berekend
worden. Echter, bij cohortonderzoeken met een langdurige follow-up periode
kunnen meestal niet alle onderzochte personen even lang worden geobserveerd.
Om rekening te houden met de variërende observatieperioden wordt gebruik
gemaakt van patiëntjaren of persoonjaren bij het berekenen van incidentiecijfers.
Het aantal patiëntjaren of persoonjaren is de som van de observatieduur
(deelname aan het onderzoek) van alle afzonderlijke deelnemende personen. Zie ook incidentie. |
|||||||||||||||||||
|
Pearson
Chi2-toets |
|||||||||||||||||||
|
Peer
review |
|||||||||||||||||||
|
Kritische beoordeling van
collega’s uit de eigen beroepsgroep van elkaars klinisch handelen, van
verschillende aspecten van de medische praktijk, van onderzoeksprotocollen,
of artikels en abstracts die ter publicatie worden aangeboden aan
tijdschriften of congressen. |
|||||||||||||||||||
|
Een onderverdeling van
continue variabelen in 100 gelijke delen. De 50e percentiel
vertegenwoordigt de mediane waarde. Zie ook kwartiel
en gemiddelde. |
|||||||||||||||||||
|
Perinatale sterfte |
|||||||||||||||||||
|
De perinatale sterfte of
mortaliteit is het aantal gestorven foetussen |
|||||||||||||||||||
|
Per-protocolanalyse |
|||||||||||||||||||
|
Bij een analyse
per-protocol sluit men bij het analyseren alle patiënten uit die niet strikt
beantwoorden aan de criteria die zijn vastgelegd in het protocol. Dit in
tegenstelling tot de analyse volgens intention-to-treat waarbij alle
gerandomiseerde patiënten worden geanalyseerd. Zie ook intention-to-treat. |
|||||||||||||||||||
|
Peto methode |
|||||||||||||||||||
|
Dit is methode om odds
ratio’s samen te voegen die wordt toegepast bij meta-analyses. De Peto
methode levert een Peto odds ratio en is gebaseerd op het fixed effects
model. Zie ook heterogeniteit. |
|||||||||||||||||||
|
PICO |
|||||||||||||||||||
|
Patiënt Interventie Controle Outcome. |
|||||||||||||||||||
|
Deze acroniem omschrijft
de vier elementen van een klinische vraag waarmee kan worden gezocht in de
wetenschappelijke literatuur. |
|||||||||||||||||||
|
Pilootonderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Een pilootonderzoek is een
kleinschalig onderzoek bedoeld om een meetinstrument of een studieprotocol in
de praktijk te testen. |
|||||||||||||||||||
|
Een placebo interventie is
een interventie die volledig gelijk is aan de te onderzoeken interventie,
maar dan zonder het werkzame deel. Wanneer het effect van een medicament
wordt onderzocht dient het placebo dezelfde kleur, smaak, grootte,
consistentie en toedieningswijze te hebben als het te onderzoeken
medicament. |
|||||||||||||||||||
|
Placebo-effect |
|||||||||||||||||||
|
Het placebo-effect
(meestal, maar niet noodzakelijk, positief) is het effect dat niet verklaard
kan worden op basis van een fysiopathologisch model, maar wordt
toegeschreven aan andere factoren, zoals het natuurlijk verloop van de klacht
of aandoening, de arts-patiënt relatie, of de verwachting (door patiënt, arts
of onderzoeker) dat een bepaalde interventie of behandeling effect zal
hebben. |
|||||||||||||||||||
|
In placebo-gecontroleerde studies wordt aan de controlegroep een placebo toegediend om het
effect van een actieve stof in de interventiegroep te kunnen vaststellen. |
|||||||||||||||||||
|
Onder pooling verstaat men
het combineren van de resultaten van verschillende studies voor statistische
bewerking in een meta-analyse om te komen tot een schatting van het globale
effect. Zie meta-analyse. |
|||||||||||||||||||
|
Populatie attributief
risico (PAR) |
|||||||||||||||||||
|
Positive
predictive value (PPV) |
|||||||||||||||||||
|
Postmarketing onderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Post-test
odds |
|||||||||||||||||||
|
Post-test
probabiliteit |
|||||||||||||||||||
|
De power is de
mogelijkheid van een studie om de nulhypothese te verwerpen (en dus een
eventueel werkelijk bestaande associatie aan te tonen). De power wordt
bepaald door een aantal factoren, waaronder het voorkomen van de bestudeerde
aandoening (de prevalentie), de grootte van het effect, de onderzoeksopzet en
de grootte van de steekproef. Bij aanvang van een studie kiezen de
onderzoekers zelf de gewenste power om hiermee de benodigde steekproefgrootte
te berekenen. Meestal wordt een power van 80% als minimale vereiste
beschouwd. Dit betekent dat er 80% kans is dat de studie een effect kan
aantonen. Zie ook type-II-fout. |
|||||||||||||||||||
|
Precisie |
|||||||||||||||||||
|
Een parameter is precies
wanneer deze nauwkeurig gedefinieerd is en kleine verschillen kan meten.
Metingen dienen zowel precies als accuraat te zijn; dat wil zeggen zo
nauwkeurig mogelijk (precisie), maar ook overeenkomend met de
werkelijke waarde die men wil meten (accuraat). Bijvoorbeeld, een
temperatuurmeting van 37,5°C is accuraat maar niet precies, als een
gevoeliger thermometer 37,562°C meet. |
|||||||||||||||||||
|
Een andere maat voor
precisie is de ‘standaard fout’ (SE) of de ‘standaard deviatie’ (SD) van een
verschillend aantal metingen. Hoe kleiner de standaard fout of de standaard
deviaties hoe groter de precisie van de meting. In de statistiek verstaat men
onder precisie de inverse van de variantie van de meting (1 / variantie). Zie ook standaard fout en standaard deviatie. |
|||||||||||||||||||
|
Predictieve waarde |
|||||||||||||||||||
|
Voorspellende waarde. Zie diagnostisch
onderzoek. |
|||||||||||||||||||
|
Pre-post
studie |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
before-after trial |
|||||||||||||||||||
|
Hierbij doet men bij
niet-gerandomiseerde groepen personen metingen voor en na een interventie. Zie clinical trial. |
|||||||||||||||||||
|
Pre-test
odds |
|||||||||||||||||||
|
Prevalente kosten |
|||||||||||||||||||
|
Prevalentie |
|||||||||||||||||||
|
De prevalentie is ‘het
aantal zieken’ of ziekten in een populatie op een gegeven moment, de puntprevalentie (Eng: point prevalence).
De prevalentie wordt meestal weergegeven als percentage, het prevalentiecijfer. Dit is het aantal zieken
gedeeld door het totale aantal personen die risico lopen op de ziekte
(uitgedrukt per 1 000 of 10 000 personen). Wanneer men het aantal zieken
rapporteert over een bepaalde periode (een maand, een jaar) spreekt men van ‘period prevalence’. |
|||||||||||||||||||
|
Prevalentieonderzoek |
|||||||||||||||||||
|
Preventie |
|||||||||||||||||||
|
Drie preventieniveaus
kunnen worden onderscheiden. |
|||||||||||||||||||
|
Tot de primaire preventie behoren interventies of
activiteiten die het voorkómen van een ziekte tot doel hebben. De
interventies richten zich hierbij op de etiologische factoren van de
betreffende ziekte, zoals bijvoorbeeld stoppen met roken ter preventie van
longkanker of het vaccineren ter voorkoming van de betreffende
infectieziekten. |
|||||||||||||||||||
|
Bij secundaire preventie beoogt men het verloop van
een ziekte gunstig te beïnvloeden door vroegtijdige diagnostiek. Een
voorbeeld hiervan is screening van hypertensie of case-finding van diabetes
mellitus. |
|||||||||||||||||||
|
Men spreekt van tertiaire preventie bij activiteiten die zich
richten op het verbeteren van de gezondheidstoestand van personen met een
(chronische) aandoening door herstel te versnellen of complicaties te
voorkomen. Het toedienen van acetylsalicylzuur na een CVA of controle van de
glykemie en voorlichting aan diabetespatiënten zijn voorbeelden van tertiaire
preventie. |
|||||||||||||||||||
|
Eng:
rate |
|||||||||||||||||||
|
Een proportie is een breuk
waarbij de teller een deel is van de noemer: |
|||||||||||||||||||
|
Dit is een
onderzoeksopzet, waarbij aan het begin van het onderzoek een geïdentificeerde
groep personen wordt opgevolgd met betrekking tot het optreden van een ziekte
of een andere gebeurtenis. Zie ook retrospectief. |
|||||||||||||||||||
|
Protocol |
|||||||||||||||||||
|
Voordat men aan een
onderzoek of een interventieprogramma begint stelt men een plan op, waarin
alle te volgen stappen en criteria vooraf worden vastgelegd. |
|||||||||||||||||||
|
PsycLIT |
|||||||||||||||||||
|
PsycLIT is een databank
van de American Psychological Association (APA) en bevat referenties vanaf
1974 tot heden. PsycLIT beslaat de wetenschappelijke, de onderzoeks- en de
praktijkliteratuur op het gebied van de psychologie uit ruim 45 landen en in
meer dan 30 talen. Relevante referenties van aanverwante disciplines zijn
eveneens geïndexeerd, zoals geneeskunde, psychiatrie, onderwijs, maatschappelijk
werk, recht, criminologie en sociale wetenschappen. PsycLIT is alleen voor
abonnees te raadplegen. |
|||||||||||||||||||
|
Publicatie bias |
|||||||||||||||||||
|
PubMed |
|||||||||||||||||||
|
Puntschatting |
|||||||||||||||||||
|
De numerieke uitkomst van
een studie noemt men de puntschatting (Eng: estimation). Herhaling van
dezelfde studie geeft verschillende puntschattingen van hetzelfde effect. De
betrouwbaarheidsgrenzen rond de puntschatting geven aan tussen welke waarden
het ‘werkelijke’ effect zich bevindt. Zie
ook betrouwbaarheidsinterval. |
|||||||||||||||||||
|
De p-waarde is een maat
voor de waarschijnlijkheid (Eng: probability) dat het gevonden resultaat van
een epidemiologisch onderzoek berust op toeval. Strikt genomen is de p-waarde
een maat voor de kans dat de nulhypothese ten onrechte is verworpen (en het
gevonden verschil tussen onderzoeksgroepen dus in werkelijkheid op toeval
berust). Praktisch gezien is de p-waarde een waarde tussen 0 en 1, die wordt
bepaald door middel van een statistische toets. Bij een p-waarde van 1 kunnen
we aannemen dat het gevonden resultaat op toeval berust. Met een p-waarde
dichtbij 0 kunnen we ervan uitgaan dat de gevonden waarde een werkelijke
associatie aanduidt. Gewoonlijk hanteert men p=0,05 als grens van
statistische significantie. Indien p=0,05 dan is de kans dat het gevonden
resultaat aan het toeval is te wijten (en we de nulhypothese ten onrechte
verwerpen) kleiner of gelijk aan 5%, dit noemt men ‘statistisch significant’.
Als een resultaat statistisch significant is, hoeft dit niet automatisch in
te houden dat het ook van klinisch belang is. Men mag statistisch significant
niet verwarren met klinisch relevant (van belang voor de patiënt in de
praktijk). Zie ook statistisch significant. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
|
QALY |
|||||||||||||||||||
|
Quasi-aselect |
|||||||||||||||||||
|
Quasi-randomisatie |
|||||||||||||||||||
|
Q-test |
|||||||||||||||||||
|
De Q-toets is een Chi²-toets die wordt toegepast
bij het onderzoek naar heterogeniteit in meta-analyses. Zie heterogeniteit. |
|||||||||||||||||||
|
QUORUM |
|||||||||||||||||||
|
Quality
of Reporting of Meta-analysis |
|||||||||||||||||||
|
Het doel van de QUORUM
statement is het standaardiseren van de wijze van rapporteren van
meta-analyses. Hiertoe is een lijst ontwikkeld, die vooral richtlijnen geeft
voor het beschrijven van het abstract, de toegepaste methode, de resultaten
en de discussie. Wanneer al deze onderdelen op een juiste en volledige wijze
zijn beschreven kan de lezer op een gefundeerde wijze oordelen over de
interne en externe validiteit van de meta-analyse in kwestie. De MOOSE
statement geeft richtlijnen voor het rapporteren van meta-analyses van
observationele studies. De QUORUM checklist is te raadplegen via de website
van CONSORT. |
|||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||